‘High-tech drones binnen handbereik op het boerenbedrijf’

Johan Booij, onderzoeker van Wageningen Plant Research

Technisch wordt bijna met de dag meer mogelijk met drones, ook voor landbouwtoepassingen. Wat te denken van spuiten met de drone of vanuit de lucht kijken of het zaaibed al warm genoeg is. Drones zijn niet meer weg te denken uit de huidige maatschappij. Wekelijks zie ik wel weer een nieuwsbericht verschijnen over een bedrijf dat een nieuwe toepassing of cameratechniek heeft ontwikkeld voor drones. Het gaat dan eigenlijk niet zozeer om de drone zelf, dat is maar een transporteur. Wel een hele slimme transporteur: via een tablet kun je een route ingeven die de drone vervolgens zelf vliegt. Ook zijn er ontwikkelingen zichtbaar in geofencing: een virtuele afbakening waar de drone softwarematig niet overheen gaat of binnen blijft. Handig om dol geworden drones niet kwijt te raken.

Geen spuitsporen met spuitdrone

Uiteindelijk gaat het er om wat de drone draagt. Hangt er een multispectrale camera onder, een thermische camera of zelfs een spuit? Zo kreeg ik onlangs een link doorgestuurd over een spuitdrone in Japan. Eerder dit jaar verschenen al berichten over spuitdrones; zelfs in Nederland is er een bedrijf mee bezig. Stelt u zich eens voor dat hiermee geen spuitsporen meer nodig zijn en u dus meer beteelbare oppervlakte heeft! De techniek blijft innoveren, nu de regelgeving nog.

Thermische camera meet optimale zaaimoment

Een andere toepassing is het gebruik van thermische camera’s. Zo gebruiken katoentelers in de Verenigde Staten de thermische beelden van percelen om te zien of de bodem al voldoende warm is voor het zaaien van katoen. Dit om de optimale beginontwikkeling van het gewas te garanderen. Wat zou dit kunnen opleveren voor onze akkerbouwgewassen in Nederland?

In Nederland vooral drones met multispectrale camera

In Nederland wordt vooral gevlogen met multispectrale camera’s. Deze meten door het gewas gereflecteerd zonlicht. De meetwaarden worden omgerekend naar een gewasindex. Omdat deze gewasindexen vaak moeilijk te interpreteren zijn, hebben mijn collega’s en ik met behulp van data uit veldproeven rekenregels opgesteld om een stikstofopnamekaart van aardappelloof te kunnen berekenen. Onderstaande figuur geeft zo’n kaart weer voor een aardappelperceel in de Veenkoloniën eind juni 2017. Een dergelijke kaart wordt gebruikt binnen de toepassingen variabele N-bijbemesting in aardappelen. Daarmee komt iets wat mogelijk ver weg staat van de belevingswereld van een teler toch ineens een stuk dichterbij. Wat de toepassing variabel N-bijbemesten oplevert, hangt sterkt van het jaar af.
Ik ben benieuwd naar de ervaringen die ik aankomend seizoen met boeren in de praktijk ga opdoen. Johan Booij (30) is onderzoeker van Wageningen Plant Research. Op het gebied van precisielandbouw en smartfarming onderzoekt hij de toepassingen van variabele N-bijbemesting in aardappelen op de proefboerderijen Valthermond (Drenthe) en Lelystad (Flevoland).  

‘Veel technologie is er, nu deze nog leren gebruiken op boerenbedrijf’

Jean-Marie Michielsen (57), technisch onderzoeker agrosysteemkunde van Wageningen University & Research

Nogal wat boeren hebben de spullen om variabel en precies te werken, maar missen de kennis ermee aan te slag te gaan. Soms is er schroom om de eerste stappen te zetten. Via NPPL komen telers verder; óf ik kan ze helpen, óf ik vind iemand die kan helpen. Geboren en opgegroeid op een boerderij in Zaamslag (Zeeland) kwam ik via allerlei omwegen in 1990 bij het IMAG terecht, spuittechniek-onderzoek. IMAG stond voor Instituut voor Mechanisatie, Arbeid en Gebouwen. Ik heb daar gewerkt aan het verbeteren van een effectievere spuittechniek én aan het verminderen van drift. Hier kwam ik rond 2000 in aanraking met sensoren die de effectiviteit en precisie van een bespuiting moesten gaan verhogen. Dit soort onderzoek  leverde machines als Precispray, Sensispray en een autonome aardbeispuit op.

Hulpmiddelen bruikbaar maken voor praktijk

Half december bezocht ik de Agrifoodtech-beurs in Den Bosch geweest. Wat ik daar zag waren bestaande en nieuwe technieken, sensoren met een grote precisie, maar die nog wel ver van de praktijk afstaan. Wij, technische onderzoekers, staan nu voor de uitdaging om deze vooruitstrevende hulpmiddelen voor de praktijk bruikbaar te maken. Dat gaan we voor de bestaande precisietechniek dit jaar doen via het project Nationale Proeftuin Precisielandbouw (NPPL).

Boer koppelen aan onderzoeker

In het NPPL-project worden boeren direct gekoppeld aan Wageningse onderzoekers. Ikzelf ga aan de slag met plaatsspecifieke variabele toediening bodemherbiciden & loofdoding. De afgelopen jaren heb ik geholpen bij het mogelijk maken van bespuitingen door middel van taakkaarten. De taakkaart kwam tot stand via een app in Akkerweb, zoals het toedienen van een bodemherbicide op basis van een bodemscan. De betrokken telers hadden machines (dus technologie) om deze taakkaarten uit te voeren. Maar wat ze lastig vonden was het inladen van de taakkaart. Vaak blijkt hiervoor hele specifieke kennis nodig om de verschillende terminals in de cabine met elkaar te laten ‘praten’. Wat ik daar ook heb gezien is een soort schroom om te beginnen met precisielandbouw.

Kennis waarmee telers verder kunnen

Je kunt deze specifieke kennis kennis het predicaat ‘hoog nerdgehalte’ geven. Maar vaak zijn de technologie en de kennis wel aanwezig bij de telers, alleen blijkt het voor velen soms net te veel gevraagd om er zelf mee aan te slag te gaan. Wat ik binnen het NPPL-project ga doen is kennis brengen waarmee telers verder kunnen. Óf ik heb die kennis zelf, óf ik vind iemand die precies de juiste kennis heeft. Ik houd u op de hoogte.

‘Met goede hulp stappen vooruit zetten in precisielandbouw’

Corné Kempenaar, onderzoeker van Wageningen Plant Research

Corné Kempenaar is optimistisch over wat precisielandbouw kan bijdragen aan meer productie met minder input. “Technisch is het geen probleem meer om plaatsspecifiek de juiste teeltmaatregel te treffen.” Onderzoeker Corné Kempenaar van Wageningen Plant Research is specialist op het gebied van precisielandbouw, en spin in het web bij de uitrol van het project Nationale Proeftuin Precisielandbouw (NPPL). Hij is optimistisch over wat precisielandbouw kan bijdragen aan meer productie met minder input. Technisch, zegt hij, is het in principe geen probleem meer op basis van taakkaarten plaatsspecifiek de juiste teeltmaatregel te treffen, zoals bemesten, poten, bekalken enzovoort. “Systemen om dat te doen zijn gevalideerd, ze hebben in de praktijk laten zien dat ze werken.” Tegelijk realiseert Kempenaar zich dat telers nog wel wat hindernissen moeten nemen. “Boeren kijken naar de kosten-batenverhouding en raken nog niet meteen overtuigd van het voordeel. Wat verder een rol speelt is dat precisielandbouw IT-kennis van de teler vraagt. Je moet satellietbeelden van het internet kunnen plukken en omzetten in taakkaarten voor je machines. Dat kan best lastig zijn.” Kempenaar wijst er verderop dat de gegevensuitwisseling tussen machines – de interoperability –nog weleens te wensen overlaat. “Met name bij machines van een paar jaar oud is niet altijd sprake van de benodigde IT-standaard. Dat zijn geen dingen die je in je eentje op je bedrijf zomaar oplost. Kom je als boer daarmee te zitten kort voor je er mee aan de slag wil, dan zeg je al gauw: Laat maar zitten, we zien volgend jaar weer wel verder. Ik snap zo’n reactie wel. Maar met goede hulp kan zo’n boer wel de stap vooruit zetten. Of het wordt een nieuwe machine.”  

Nog winst te behalen met precisielandbouw

Kempenaar is het niet eens met de gedachte dat de Nederlandse akkerbouwer al op zo’n hoog productieniveau zit, dat precisielandbouw daaraan amper wat kan toevoeren. Zeker als je ook de kosten meerekent. Kempenaar: “Kijk naar aardappelen. De potentiële opbrengst is 90 ton per hectare. We halen 55 ton per hectare, dat is 40% onder de potentie. Laat de helft het gevolg van het weer zijn en dus niet beïnvloedbaar, dan blijft er altijd nog een gat van 15 à 20 ton per hectare wat door optimalisatie via precisielandbouw is te dichten, door dingen variabel en precies te doen. Dat lijkt mij toch zeker de moeite waard. Kempenaar vervolgt: “Je zit met € 1.900 aan variabele kosten per hectare, mogelijk kunnen die omlaag, misschien kun je via geautomatiseerde, autonome monitoring besparen op de 30 uur per hectare die aan aardappelen worden besteed. Misschien lukt het om via precisielandbouw zo’n aardappel te telen dat de prijs omhoog kan. Maar ik weet ook dat het moeilijk is een prijs te krijgen voor goed gedrag, en dat de winst van de voorloper kan worden uitgevlakt door een lagere contractprijs. Het blijft een ratrace. Maar stilzitten gaat ook niet helpen.”  

‘NPPL-project wil precisielandbouw boosten’

Geert Hekkert, hoofdredacteur van Boerderij

De Nationale Proeftuin Precisie Landbouw (NPPL) gaat telers helpen om hun bedrijf te verduurzamen met precisielandbouwsystemen. Een mooie kans voor wie een eerste stap wil maken met precisielandbouw. Het zijn op zijn zachtst gezegd boeiende en uitdagende tijden voor de agrarische sector. De huidige vorm van intensieve landbouw ligt van alle kanten onder vuur. De algemene verwachting is dat met nieuwe technologie de traditionele landbouw snel is te verduurzamen. Zo is met minder milieubelasting een voedselveilig gewas telen ook de belofte van precisielandbouw. Echter, in de praktijk wordt de kat nog uit de boom gekeken. Onder andere omdat precisiesystemen niet zomaar geïmplementeerd kunnen worden in de bedrijfsvoering. Er is eerder sprake van een verzameling van afzonderlijke deeltechnologieën, bijvoorbeeld wegens gebrek aan standaardisatie. En er komt ook emotie en gemak bij kijken. Bovenal is het verdienmodel nog onduidelijk.

Betrouwbare en relevantie informatie over technologie

Om hiervoor als ondernemende boer de juiste keuzes te kunnen maken, is betrouwbare en relevante informatie onmisbaar. Boerderij slaat al meer dan 100 jaar een brug tussen nieuwe technologische ontwikkelingen en de dagelijkse boerenpraktijk. Zo was Boerderij in 1986 een van de eerste landbouwredacties ter wereld met een onafhankelijke test van trekkers. Sindsdien beschrijft Boerderij in klare taal de veranderende technologie en of de boer waar krijgt voor zijn geld.

Zoektocht naar nut en meerwaarde precisielandbouw

Zo wil Boerderij ook boeren ondersteunen in hun zoektocht naar nut en meerwaarde van precisielandbouw. In de Nationale Proeftuin Precisie Landbouw (NPPL) wordt alle kennis op het gebied van precisielandbouw samengebracht en bruikbaar gemaakt voor telers. Experts van Wageningen University & Research gaan samen met telers precisielandbouwsystemen toetsen in de praktijk. Boerderij brengt hiervan verslag via de voor iedereen vrij toegankelijke website www.proeftuinprecisielandbouw.nl.

Telers gezocht

In het eerste jaar start het NPPL-project met 6 concrete precisietoepassingen waaruit geïnteresseerde akkerbouwers of vollegrondtelers kunnen kiezen. Telers die zich opgeven via www.proeftuinprecisielandbouw.nl maken onder andere kans op kosteloze opstarthulp en begeleiding van de experts. Daarnaast zullen de experts van NPPL de verschillende technieken streng monitoren om zo helder te krijgen of er en hoe groot verbeteringen zijn als het gaat om saldo, minder milieubelasting (punten) en minder residu op product (voedselveiligheid). Uiteindelijk ontstaat er hopelijk een antwoord op de vraag of telers goede argumenten hebben om afwachtend tegenover precisielandbouw te staan, of dat het koudwatervrees blijkt te zijn.