Door droogte nog geen zichtbaar resultaat precisiezaai

De langdurige droogte speelt ook NPPL-deelnemers parten die experimenteren met variabel poten en zaaien. Over de eerste resultaten kunnen zij nog weinig zeggen. Er moet eerst regen komen. We bellen met drie deelnemers.

Precisiezaai uien

Pim Sturm uit Wieringerwerf (N.-H.) zaaide op 31 maart plaatsspecifiek uien. Hij is daarover niet ontevreden, maar houdt wel een slag om de arm. Op de zaaidatum zat er nog wat vocht in de grond. Nu echter staat de groei stil. “Het is extreem droog. In twee maanden tijd hebben we misschien 5 millimeter regen gehad.”

Aan beregenen wil hij nog niet beginnen. “Uien hebben pas vocht nodig als de bolvorming begint. Als ik nu beregen, moet ik blijven beregenen. Dat leidt tot een oppervlakkige beworteling. Bovendien zet ik de uien dan in groei terug. Ze krijgen toch een klap.”

Pim Sturm constateert dat door de droogte de gewasgroei stil is komen te liggen.

Opkomst is een drama

Sturm geeft toe dat er andere zienswijzen mogelijk zijn. De kennis van zijn eigen grond, maakt hem stellig. Hij houdt moed dat het met de uien nog wel goed komt en dat effecten van de precisiezaai kunnen worden opgetekend.
Het maakt wel duidelijk hoe afhankelijk de akkerbouwers zijn van weersinvloeden. “De opkomst van de gewassen is hier een drama. Ik heb zelf 150 ha bieten overgezaaid. Je schrikt als je langs de weg rijdt. Van mais komt ook niets terecht. Het moet nu snel gaan regenen.” Dit bevestigt maar weer dat proeven over meerdere jaren moeten worden genomen.

Precisiezaai van peen

Bart van Loon uit Slootdorp (N.-H.) prijst zich gelukkig dat hij een tiental kilometers westwaarts van Sturm op betere grond zit. De grond is zandiger en veel opdrachtiger, vanwege de betere capillaire werking. Door het waterpeil in de sloten te verhogen, is hier al veel te bereiken.

Van Loon heeft op 7 mei plaatsspecifiek peen gezaaid en verwacht hiervan zeker een positief effect. Ook al loopt de groei nu wat achter. Vorig jaar was dit niet het geval, maar toen spoelde de peen juist van de rug af. “We hebben na het zaaien driemaal beregend bij windstil weer. Twee keer moet voldoende zijn, maar het is nu wel erg droog. Tussendoor zijn we er nog met een korstenbreker, een kleine kooiroller, overheen geweest.” De akkerbouwer denkt dat hij over een maand wel planten kan gaan tellen.

Bart van Loon werkt op grond die een wat betere capillaire werking heeft. Ook kan hij spelen met het waterpeil in de sloten.

Variabel poten van pootgoed

Anselm Claassen, akkerbouwer in Vierhuizen (Gr.) heeft dit jaar opnieuw een deel van zijn pootgoed variabel gepoot. Het gaat om 5 hectare van het ras Altus. “De bedoeling was om 10 hectare variabel te poten, maar het lukte helaas niet om voor alle geplande percelen de taakkaarten in te lezen”, vertelt Claassen. “Als de weersomstandigheden goed zijn, wil je op een gegeven moment door met het poten.” Claassen teelt pootgoed op circa 90 hectare. Hij heeft de rassen Altus, Avatar, Fontane, Rudolpf, Arizona, Spunta, Laudine, Erika,

Hermes, Ditta en Aresnal. Het poten vond plaats in de tweede helft van april.

 “Vroeg in het jaar was het heel erg nat en vanaf half maart extreem droog. Daardoor was de kleigrond erg hard en moeilijk te bewerken. Op de lichte zavelgrond ging dat wat beter”, vertelt Claassen.

Anselm Claassen: “de opkomst van het pootgoed op onze kleigrond is trager en onregelmatig. Je ziet duidelijke verschillen per grondsoort en per ras.”

Structuurschade na oogst

Hij had moeite om een goed fijn zaaibed voor zijn bieten en uien te maken. “De vele regen afgelopen najaar leidde tot slechte oogstomstandigheden, waardoor er op de zware grond ook structuurschade is ontstaan. Dat zien we nu terug in de mindere opkomst van onze gewassen. Op de zavelgrond valt het mee en staat het pootgoed op dit moment bijna dicht. Maar de opkomst van het pootgoed op onze kleigrond is trager en onregelmatig. Je ziet duidelijke verschillen per grondsoort en per ras.”

Claassen geeft aan dat de droogte ook niet helpt in een goede start van zijn gewassen. “Als je de grond dan ook nog niet fijn genoeg kunt maken, houdt het minder vocht vast. Vanaf half april hebben we maar 30 millimeter water gehad, waarvan er eind april 20 millimeter viel. Dat was gelukkig erg goed voor onze uien.” Vanwege bruinrot mag Claassen overigens niet beregenen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Door op “Plaats reactie” te klikken ga ik akkoord met
de gebruikersvoorwaarden en de Privacy Policy.