Focus precisielandbouw ligt dit jaar in de uien

Voor het derde jaar doet Pieter van Leeuwen Boomkamp met NPPL mee. Hij deed al aan efficiënt beregenen. Dat wordt dit jaar in de uien verfijnd.

Het perceel met uien van Pieter van Leeuwen Boomkamp ligt een stukje rijden van zijn bedrijf. Voor het tweede jaar teelt de akkerbouwer en derdejaars NPPL-deelnemer dit gewas. Gezien de stand van het gewas gaat hem dat goed af. Het mag de uien aan niets ontbreken en daarom heeft hij voor het tweede jaar druppelirrigatie aangelegd. In het perceel ligt daartoe niet minder dan 40 kilometer aan slangen zo’n 10 centimeter onder de grond, aangesloten op een hoofdleiding op de kop van het perceel. De afgelopen weken met de lange periode zonder regenval heeft het systeem alvast aardig wat uren gemaakt.

Pieter van Leeuwen Boomkamp (40) heeft een akkerbouwbedrijf van 160 hectare met 79 percelen. Hij behoort tot de eerste groep deelnemers aan NPPL vanaf 2018.

Slangen moeilijk te verwijderen

Tijdens droge perioden komt via kleine gaatjes in de slangen een paar keer per week druppelsgewijs water bij de plant. Het zaaibed klaarmaken, het zaaien én het leggen van de slangen gebeurt in één werkgang, met een door hem zelf ontwikkelde en gebouwde machine. “Het werkt goed. Maar helaas kregen we de slangen in het perceel van het eerste jaar niet goed uit de grond.” In principe zijn de slangen ook niet herbruikbaar, maar dit wil hij proberen. “Afgelopen voorjaar was de grond echter te hard om de slangen ongeschonden uit de grond te krijgen, ik had dit direct na het rooien moeten doen.”

Efficiënte watergift

Over de werking van het systeem is de akkerbouwer enthousiast. Van Leeuwen Boomkamp verwacht door meerdere malen per week een kleine hoeveelheid water onder de grond te geven een veel efficiëntere watergift. Ander voordelen is dat hij de twee beregeningsinstallaties in andere gewassen kan gebruiken. Dat komt tijdens de lange perioden van droogte van de afgelopen jaren wel heel goed uit. Ook zorgt het plaatselijke druppelsysteem voor fors lagere brandstofkosten dan bij traditionele beregening.

De hoofdleiding voor de irrigatie met honderden slangen eraan gekoppeld. Het systeem bevalt goed, alleen het uit de grond halen van de slangen viel tegen.

Vochtmeters in uien

Een verfijning ten opzichte van vorig jaar is dat er sinds half mei een LoRain Soil bodemvochtstation tussen de uien staat. De meeste vochtmeters bepalen het percentage vocht in de bodem, die had Van Leeuwen vorig jaar ook al geplaatst. Het nieuwe systeem GeoBas werkt tevens op basis van de zuigspanning. Dat is een meer betrouwbare indicator hoe de vochtsituatie in de grond is. Het station meet op een diepte van 15 centimeter.

Van Leeuwen Boomkamp is pas enkele weken ervaring op aan het doen, maar is er al goed over te spreken. “Tot dusver spreken het systeem en de beschrijving voor zich. Op basis van de handleiding moet ik bij 20 tot 25 Mpa beregenen en als ik naar de werkelijke situatie kijk, klopt dat wel aardig.” Hij verwacht de komende maanden meer ervaring met het systeem op te doen, zodat hij de watergift nog efficiënter kan inzetten. Handig is dat het systeem via een app en de computer is aan te sturen.

Advies schimmelbestrijding

De ondernemer gebruikt de data van het vochtstation voor het aansturen van de beregening maar wil het ook gebruiken voor een adviesprogramma voor schimmelbestrijding die hij vanaf dit jaar in de uien en aardappelen wil gaan gebruiken. Hij heeft tot nu toe modules van CropVision (Agrovision) en PlantPlus (Dacom) op het oog. “Ik moet nog een beslissing nemen met welke ik verder ga.” Het vraagt sowieso een omschakeling van visuele controle naar vertrouwen op systemen. Want tot op heden gaat de akkerbouwer wekelijks met zijn Delphy-teeltadviseur door de gewassen. Dat is al gauw een bezoek van zo’n 2,5 uur.

Aanschaf nieuwe spuit

Een ander onderwerp rondom ziektebestrijding waar Van Leeuwen Boomkamp dit jaar een beslissing over wil nemen, is de aanschaf van een nieuwe spuit. Het is geen eenvoudige zoektocht, aangezien de wetgeving veranderlijk is en hij de opties voor een brede toepassing van precisietechniek open wil houden. Dat de spuit aangestuurd kan worden via taakkaarten is bijna een vanzelfsprekendheid. Voor nu heeft gezien de aard van de percelen bochtcorrectie op de spuit meer prioriteit, waarbij er nog wat onduidelijkheid was rondom de eisen aan de doppen.

Plaatsspecifiek spuiten moet technisch mogelijk zijn maar of hij het gaat doen hangt af van de totale rekensom. Het op deze manier op de grond brengen van een bodemherbicide was de afgelopen jaren ook een NPPL-item op het bedrijf. Dat geldt ook voor het variabel loofdoden maar beide hebben door beperkte mogelijkheden van de spuit nog geen toepassing gekregen. Over het algemeen is Van Leeuwen Boomkamp ook wat kritischer dan twee jaar geleden. “Heel veel technieken zijn aardig en bedrijven willen graag leveren. Maar het blijft lastig om precies in beeld te krijgen wat het beste past en wat het uiteindelijk kost en oplevert.”

Pieter van Leeuwen Boomkamp en Thierry Stokkermans bekijken de bodem in het perceel uien. Bodemkwaliteit is en blijft een belangrijk aspect.

Kwaliteit van bodem

Los van de spuittechniek ziet Van Leeuwen Boomkamp al een grote besparing als per middel een meer nauwkeurig advies per type grond of percentage organische stof voorhanden zou zijn. Aangezien hij ruim 80 percelen heeft van gemiddeld een paar hectare oppervlakte, verwacht de teler dat een dosering op perceelsniveau al een grote besparing op het middelengebruik oplevert.

De kwaliteit van de bodem is en blijft een belangrijk aandachtspunt op het bedrijf en ook voor zijn expert Thierry Stokkermans (zie kader ‘Meer wortels in minder staal voor gezonde bodem’). Daarbij werkt hij structureel aan het verhogen van het percentage organische stof. Meer informatie over de bodempotentie had hij al willen hebben via oogstmetingen, maar dat is de eerste twee jaar van het NPPL-project niet gelukt. “Dat had vooral te maken met de verwerking en opslag van de data”, aldus de ondernemer. Voor dit jaar geeft de leverancier de garantie dat de dataverwerking goed zal gaan en hij dus meer informatie krijgt over de kwaliteit van de bodem.

‘Meer wortels in minder staal voor gezonde bodem’

Expert Thierry Stokkermans komt dit seizoen voor het eerst op het bedrijf. De kwaliteit van de bodem is een gedeelde interesse.

De NPPL-items de afgelopen jaren op het bedrijf van Pieter van Leeuwen Boomkamp hadden direct of indirect een link met de kwaliteit van de bodem. Dit jaar is dat met de vochtsensoren nog wat meer. Daarnaast werkt hij al jaren aan een optimale organische stof in de grond. Stokkermans ziet daarin nog meer mogelijkheden. “De mestwetgeving is een beperkende factor dus het is nuttig om te sturen op perceelsniveau.” Met de tientallen relatief kleine percelen is bodemdata van minder belang, verwachten beide.

Stokkermans wil samen met de teler bekijken op welke vlakken er nog verbeteringen mogelijk zijn. Een optie is het zaaien van groenbemesters zonder de bodem te verstoren. “Om de bodem nog gezonder te maken moet er meer wortels komen en minder staal.” Pieter past al niet-kerende grondbewerking (NKG) en groenbemesters toe. Hij bewerkt zijn land om de groenbemester te zaaien en een paar maanden later om het hoofgewas te zaaien. Pieter en Thierry willen kijken of er mogelijkheden zijn om de groenbemesters zo vroeg mogelijk te zaaien zonder de grond te bewerken. Daarvoor is een speciale zaaimachine nodig; een “no-till drill”. “Maar die zijn zeldzaam in Nederland.” Op een NPPL oproep hebben meerdere fabrikanten en mechanisatiebedrijven gereageerd. “De discussie loopt nu om te kijken welke no-till zaaitechniek de beste kansen heeft onder Nederlandse condities, en welke zaaimachines beschikbaar zijn.”

Thierry Stokkermans (38) is onderzoeker bij Wageningen University & Research. Hij richt zich met name op precisielandbouw en bodemgezondheid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Door op “Plaats reactie” te klikken ga ik akkoord met
de gebruikersvoorwaarden en de Privacy Policy.