NPPL: effectiviteit variabel poten nog niet in harde cijfers aangetoond

De effectiviteit van variabel poten van poot- en consumptieaardappelen is nog niet in harde cijfers aangetoond. Wel geven meerdere deelnemers aan de Nationale Proeftuin Precisielandbouw (NPPL)  aan dat het gewas na variabel poten egaler lijkt te staan en dat de maatsortering redelijk uniform is. Dat blijkt uit een rapportage over de ervaringen van NPPL-deelnemers die in 2018 en 2019 zijn gestart met variabel poten van aardappelen.

In 2018 zijn twee NPPL-deelnemers gestart met deze precisietechniek. In 2019 voegden zich daar drie andere telers bij.

Een enkele teler kampte met aanloopproblemen , zoals het inlezen van de taakkaart op de terminal en verouderde software- en hardware. Uiteindelijk is het -vaak met hulp van leveranciers- gelukt om taakkaarten voor variabel poten te maken.

In 2019 hebben vier van de vijf telers met behulp van deze taakkaarten variabel gepoot in consumptieaardappelen, de vijfde teler deed dit in een pootgoedteelt. Er zijn in totaal zes verschillende rassen gepoot. De toegepaste variatie gaat van 10% tot 28% rondom de standaardpootafstand. Gemiddelde werd er 21% rondom de standaardafstand gevarieerd.

De meeste telers hebben een snarenbedpootmachine van Grimme gebruikt, wat qua techniek redelijk soepel werkte. Eén teler heeft een bekerpootmachine gebruikt wat soepel werkte en zorgde voor een nette pootafstand. Ook bleek dat een omgebouwde snarenbedpootmachine met behulp van de Raven Rate Controle module goed werkbaar was.

Nog geen kant-en-klare applicatie

Een probleem waar men tegenaan liep, was dat er nog geen kant-en-klare applicatie beschikbaar was die een taakkaart kan maken. Nu is men nog afhankelijk van adviseurs of goede kennis van FarmWorks. Het werkte wel, maar het is nog niet ideaal.
Daarnaast blijkt de keuze van de toe te passen pootafstand per grondsoort nog lastig. De ervaringen van collega-telers helpen hier wel goed bij, maar extra onderzoek is op dit vlak nog nodig, zeker als het gaat om rekenregels voor variabele plantdichtheid in pootgoedteelten. Voor de meeste telers is het ook nog niet duidelijk of zij hun investeringen in de nieuwe techniek er wel uit kunnen halen. Wel geven de telers aan veel vertrouwen in deze toepassing te hebben.

Uit een scenarioberekening blijkt dat met een meeropbrengst van 2% er in de pootgoed- en consumptieteelt al winst valt te behalen met variabel poten. Voor de zetmeelteelt is een meeropbrengst van 5% noodzakelijk. Gevoelsmatig zijn er hogere opbrengsten en uniformere maatsortering behaald die dit onderschrijven, echter zijn er nog geen harde cijfers hierover.

Verbeterde techniek wenselijk

Op basis van de ervaringen in 2018 en 2019 wordt de conclusie getrokken dat bij de uitvoering van een variabele plantdichtheid een verbeterde techniek wenselijk. De software moet voldoende up-to-date zijn en voor taakkaarten is men vaak nog afhankelijk van adviseurs en experts. Aan do-it-yourselfapplicaties wordt gewerkt.

Ook is de juiste pootafstand per grondsoort nog lastig te bepalen. Er is extra onderzoek nodig voor rekenregels voor variabele plantdichtheid in pootgoedteelten.

Meer informatie: Evaluatie van NPPL toepassingen: variabel poten aardappelen 2018-2019

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Door op “Plaats reactie” te klikken ga ik akkoord met
de gebruikersvoorwaarden en de Privacy Policy.