NPPL verlegt accent naar bedrijfsmanagement

De Nationale Proeftuin Precisielandbouw (NPPL) gaat de komende jaren meer strategisch kijken. NPPL 2.0 kijkt meer naar bedrijfsmanagement, minder naar afzonderlijke bedrijfsprocessen. Telerservaringen met precisie blijven daarnaast een rol spelen.

De Proeftuin Precisielandbouw krijgt een vervolg, waarin accenten wel verschuiven. Waar het de afgelopen vier jaar ging om obstakels bij boeren weg te nemen om met precisietechnieken aan de slag te gaan, gaat het de komende vier jaar ook om de inzet van data-gedreven strategische beslissingen en slimme precisielandbouwtoepassingen in dienst van scoren op het gebied van beleidsdoelen milieu, voedselveiligheid en boven- en ondergrondse biodiversiteit, minder emissies et cetera.

Extensivering compenseren

Afgelopen vier jaar zijn experts van Wageningen University & Research (WUR) vooral bezig geweest om zo’n 25 à 30 individuele telers te helpen bij toepassing van precisietechnieken.

Vanaf komend jaar kijkt NPPL 2.0 meer strategisch en meer gebiedsgericht naar paden om genoemde doelen te halen. En mocht dat ten koste gaan van het inkomen van de boer – wat voor de hand ligt, anders hadden de boeren al wel zelf oplossingen in die richting verzonnen – dan wordt ook gekeken naar hoe die vanuit de markt gecompenseerd kunnen worden. Wat blijft in NPPL 2.0 is dat de deelnemers wel de onderwerpen bepalen waaraan ze willen werken.

Concreet: mocht uit een bedrijfs- of gebiedsanalyse blijken dat voor een betere toekomstbestendigheid bouwplannen extensiever moeten – minder aardappelen en uien, meer graan – dan wordt in NPPL 2.0 ook gekeken naar hoe vanuit de keten die extensivering kan worden gecompenseerd. Ofwel, hoe voor zo’n teler de graanprijs kan worden opgekrikt.

NPPL 2.0 sluit daarmee nauw aan bij het begin december verschenen advies van de Raad van de Leefomgeving (Rli) . De Raad zegt daarin dat de rijksoverheid moet bevorderen dat banken, afzetcoöperaties, inkoopcombinaties van supermarkten en daarmee ook de consument meer moeten bijdragen aan het proces van verduurzaming.

Breder en complexer

NPPL 2.0 wordt ook de komende vier jaar gefinancierd door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV).

Tegenover de redelijk overzichtelijke functie van helpdesk-precisietechnieken die NPPL de afgelopen vier jaar was, is nu de opdracht van het ministerie veel breder en complexer. In NPPL 2.0 zou gekeken moeten worden of via een gebiedsgerichte aanpak voortgang kan worden gemaakt in het halen van beleidsdoelen. In het kort: kringlooplandbouw, klimaatneutrale landbouw en voedselproductie, gewaardeerd en veilig voedsel.

“We hebben daarbij de vraag gekregen een digitaliseringslag te maken, vertelt Corné Kempenaar. Hij is vanuit WUR projectleider van NPPL. “Het gaat dan om de hele trits van data te verkrijgen, op te slaan en er iets slims mee te doen. Controleerbaar. Met kpi’s (kritische prestatie indicatoren, red.) moeten we aantonen dat werken met data resultaat oplevert. Dat moeten we aan de boeren laten zien, maar ook aan de samenleving.”

De gebieden waarop gepresteerd moet worden, komen uit de Biodiversiteitsmonitor Akkerbouw. Daarbij gaat het om:

  • percentage rustgewassen in in vruchtwisseling;
  • organische stofbalans;
  • stikstofoverschot;
  • milieubelasting gewasbeschermingsmiddelen;
  • percentage bodembedekking;
  • carbon footprint;
  • natuur en landschapsbeheer;
  • gewasdiversiteit.

“Blijft onverlet in NPPL 2.0 dat de boeren zelf de thema’s kiezen waaraan ze werken”, aldus Kempenaar. “Zo is er veel interesse in slimmere onkruidbeheersing en irrigatie.”

Zuidoost-Brabant en Flevoland

Ruwweg staat vast waar de NPPL 2.0-aanpak wordt uitgerold: in Flevoland en Zuidoost- Brabant. Kempenaar: “Waar exact moet nog worden ingevuld. Concreet zijn dus ook nog geen bedrijven benoemd, de zoektocht is gaande. Een aantal boeren in de buurt van een Natura 2000-gebied zou kunnen. Of bijvoorbeeld de hele Noordoostpolder. We gaan aan de slag met een groep van een tiental teeltbedrijven in de buurt van elkaar, binnen pakweg een straal van 10 kilometer. Verschillende sectoren, akkerbouw en rundveehouderij. Groepen, hoeven niet direct gelijkaardige bedrijven te zijn. Misschien juist niet. Gangbaar akkerbouwbedrijf en biologische overbuurman kan goed samen. Ze moeten natuurlijk wel wíllen samenwerken.”

Uitgangspunt zijn twee groepen van elk tien boeren, waarin de problemen waar ze de komende jaren voor komen te staan worden benoemd. Binnen die veelheid aan thema’s komt de focus op een à twee te liggen. Aan zo’n NPPL 2.0-groep wordt een onafhankelijke adviseur vanuit WUR toegevoegd.

Kempenaar: “Als je bijvoorbeeld het thema Bouwplan kiest, dan kom je als groep al bijna met alle aspecten van de Biodiversiteitsmonitor in aanraking.”

De telersgroepen zullen worden gekoppeld aan de al bestaande Boerderijen van de Toekomst. In Flevoland is dat die van WUR, in het zuidoosten is dat de Brabantse Boerderij van de Toekomst Dat is een samenwerkingsverband van het Praktijkcentrum voor Precisielandbouw, HAS, Wageningen UR, TU/Eindhoven, ZLTO, ministerie van LNV en provincie Noord-Brabant. Tot slot kunnen in Kempenaars visie ook organisaties als waterschappen een rol spelen. “Die monitoren de waterkwaliteit al, ze zouden dat voor een NPPL-groep wat specifieker kunnen doen.”

Het proces binnen de groepen is te volgen op de website van NPPL. Meer gedetailleerd worden daar uit iedere groep ook drie bedrijven individueel gevolgd.

Rondom de Brabantse Boerderij van de Toekomst in Reusel wordt de NPPL 2.0-aanpak uitgerold. Dat gebeurt ook in Flevoland. Foto: Stadje Media

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Door op “Plaats reactie” te klikken ga ik akkoord met
de gebruikersvoorwaarden en de Privacy Policy.