Op veel fronten zetten broers stappen vooruit

De gebroeders Sturm zetten dit jaar met hun toepassingen van precisielandbouw weer stappen vooruit, onder andere met twee demoprojecten.

In de droogste maanden sinds jaren is er op het akkerbouwbedrijf van Max en Gijs Sturm en hun ouders volop werk om alles aan het groeien te houden. Desondanks, of juist dankzij die extreme omstandigheden, blijven de broers volop aan de slag met NPPL-toepassingen. Max en Gijs behoren tot de eerste lichting NPPL-deelnemers en hebben inmiddels een hele serie aan toepassingen beproefd waarvan een deel al is geïntegreerd in hun bedrijfsvoering.

Max en Gijs Sturm werken op het akkerbouwbedrijf in maatschap met hun ouders Koos en Jozefien. De broers doen behoren tot de groep eerste NPPL-deelnemers in 2018.

Vijf toepassingen

De broers zijn dit jaar aan de slag met vijf toepassingen en twee demo-projecten. Daarnaast wordt nog een proef gedaan met strokenteelt, samen met de Stichting Future Food Production onder de naam Akker van de Toekomst. Daarin wordt strokenteelt toegepast in combinatie met onbereden beddenteelt. Het is een interessante ontwikkeling maar hier verder buiten beschouwing gelaten omdat het wat staat los staat van precisielandbouw.

Data van de trekker

Een bron voor data waar de broers steeds meer mee doen is de eigen verkregen data via het brandstofverbruik van de trekker. Het idee is dat hoe zwaarder de grond, hoe hoger het verbruik. Dat levert eigengemaakte perceelskaarten op. Vorig jaar zijn ze daar voorzichtig mee begonnen en dit jaar wordt dat verder uitgebreid. “We proberen zo het hele bedrijf in kaart te brengen”, vertelt Max. Het is een relatief eenvoudige, nuttige en goedkope manier om data te verzamelen. Het biedt de mogelijkheid om over langere termijn verschillen in de percelen te herkennen.

Het brandstofverbruik van de trekker is in toenemende mate een belangrijke bron van data voor toepassingen.

Demo-project

Overigens gebruiken de broers dit jaar twee LogMaster-systemen van Vantage-Agrometius om trekkerdata gestructureerd op te slaan. Het is een demoproject vanuit de leverancier. “Vorig jaar moesten we zelf handmatig het systeem om de data op te slaan starten als we een nieuw perceel inreden”, aldus Max. Met dit systeem wordt alle relevante data vanuit de trekker automatisch bij de juiste percelen opgeslagen. Het werkt niet alleen gemakkelijker maar er is ook meer zekerheid over het correct bewaren van data. Tevens meet het systeem de tijd van bewerken en transport over de weg.

Gewas-sensingsensoren

Een ander interessant demoproject dit jaar is het gebruik van twee CropSpec sensoren van Topcon. Dat zijn realtime gewas-sensingsensoren op het dak van de trekker. In eerste instantie willen de broers hier ervaring mee opdoen en dan kijken bij welke toepassingen de data van deze sensoren effectief is in te zetten. Ze denken aan het bepalen van de biomassa voor bespuitingen en kunstmest strooien als alternatief voor satelliet- of dronebeelden.

Variabel poten

De perceelskaarten zijn afgelopen voorjaar al gebruikt bij het variabel aardappelen poten. Vorig jaar hebben de broers daar de eerst ervaringen mee opgedaan en dit jaar is 5 hectare op deze manier aangepakt. Met variabel poten streven ze naar meer grove fritesaardappelen met 4 knollen per kilo. Dat is prijstechnisch het meest interessant. Daarvoor is vorig jaar de pootmachine aangepast. De snelheid van de pootband wordt gevarieerd met een hydromotor die rechtstreeks door de taakkaart wordt aangestuurd. De pootafstand is gebaseerd op de kaart van de bodem en het aantal verwachte stengels per knol via een kiemproef. Dit jaar is de pootafstand 36 en 40 centimeter. In het zogenoemde TT+-programma is dat vervolgens omgezet naar lage en hoge potentie-gronden. Met de opkomst van de aardappelen is de indruk dat het variabel poten is geslaagd.

Nieuwe veldspuit

Vorig jaar kochten de ondernemers een nieuwe veldspuit van 30 meter breed, aangestuurd op basis van taakkaarten met uitsluitzones per dop. Ook dit jaar is de ambitie om deze weer volop in te zetten bij precisiebespuitingen. Na de eerste ervaringen van het gebruik van dronebeelden vorig jaar in de suikerbieten wordt de techniek dit jaar per perceel bekeken. Via dronelink worden de dronebeelden gemaakt en omgezet naar de taakkaart. Een uitdaging is om de hoeveelheid data te processen. “Elk plantje is een puntje en de terminal had vorig jaar veel moeite bij de verwerking.” Samen met Topcon en de droneleverancier wordt bekeken of de data op een efficiëntere manier kan worden verwerkt. Dit jaar wordt deze toepassing opnieuw uitgevoerd en na de lessen van vorig jaar is de verwachting dat dit soepel zal lopen.

Beregeningsadvies

Een actueel onderwerp dit jaar is het beregeningsadvies op maat, op basis van drie GeoBas LoRain Soil bodemvochtstations. Vorige jaren zijn op een perceel al een aantal bodemsensoren geplaatst maar daar konden de broers toen weinig mee doen.

Waar andere vochtmeters vaak alleen het percentage vocht bepalen, werkt het systeem van GeoBas op basis van de zuigspanning. Met andere woorden: hoeveel moeite het de planten kost om vocht op te nemen. Dat is een meer betrouwbare indicator hoe de vochtsituatie in de grond is, weet Max. Dat de drie stations tot nu toe volop alarm geven, is gezien de droogte geen verrassing. Toch heeft het systeem ook onder extreme droogte meerwaarde; het geeft ook inzicht in de optimale hoeveelheid water per perceel of gewas en daarmee de efficiëntie van de beregening. “We hebben het een jaar aangekeken en collega NPPL-telers gevraagd naar hun ervaringen. Deze waren erg enthousiast dus daarom hebben we er ook drie aangeschaft.” Sturm is goed te spreken over de stations; de zuigspanningsmeter in combinatie met het bodemvocht is een echte meerwaarde. “Daarnaast geeft de RV-meter ons informatie over de momenten waarop we het beste kunnen spuiten. De neerslagmeter heeft ons doen verbazen hoeveel variatie er in neerslag zit per perceel.”

Dit jaar krijgt beregeningsadvies aandacht, op basis van drie GeoBas LoRain Soil bodemvochtstations. Het systeem werkt op basis van de zuigspanning.

‘Ervaringen opdoen zonder grote investeringen te doen’

Volgens expert Koen van Boheemen zetten de broers Sturm in het derde NPPL-jaar weer een stap vooruit. Daarbij kijken ze altijd praktisch wat nodig en toepasbaar is.

Max, Gijs en hun vader behoren zijn zeer betrokken deelnemers binnen het project. Expert Koen van Boheemen volgt de ondernemers daarom steeds meer op afstand. Hij ziet dat de ontwikkelingen in een stroomversnelling komen en de ondernemers steeds een stap vooruitdenken.
Daarbij vindt de expert het belangrijk dat ze ook de kosten niet uit het oog verliezen. “Met de demoprojecten kunnen ze bijvoorbeeld zonder grote investering ervaring opdoen met een sensor om te kijken of deze toegevoegde waarde heeft.”
Het meest gecharmeerd is Van Boheemen wel van het verzamelen van de trekkerdata. “Dat kan voor bepaalde toepassingen een prima basis vormen en is interessant omdat het in principe gratis verzameld kan worden met moderne trekkers.”
Daarnaast ziet hij veel in het plaatsspecifiek spuiten van onkruiden. “Deze toepassing gaat in de praktijk steeds meer stromen en kan enorme besparingen in gewasbeschermingsmiddel opleveren.” Het verlaagt de milieu-impact en de teeltkosten. “En er kan meeropbrengst ontstaan doordat de gewasbeschermingsmiddelen de teelt niet of minder beïnvloeden.”
Dit jaar verwacht Van Boheemen dat de ondernemers verder gaan en steeds meer de voordelen van precisielandbouw ervaren. Maar hij merkt ook een stuk realisme en als toepassingen niet voldoende opleveren nemen de broers er net zo gemakkelijk afscheid van.

Koen van Boheemen (26) is technisch onderzoeker precisielandbouw & smart farming bij Wageningen University & Research. Hij werkt deels op het eigen akkerbouwbedrijf.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Door op “Plaats reactie” te klikken ga ik akkoord met
de gebruikersvoorwaarden en de Privacy Policy.