Precisielandbouw nodig voor verduurzaming landbouw

V.l.n.r Corné Kempenaar, Marije Klever, Daniela Walter, Lucas Pieper, Caroline Bartsch en Gert Sterenborg

Precisielandbouw kan bijdragen aan verduurzaming en kringlooplandbouw. Dat geldt ook voor voormalig Oost-Duitse deelstaten, blijkt uit een netwerkbijeenkomst met Duitse en Nederlandse jonge agrariërs.

3 NPPL-deelnemers (akkerbouwers) namen afgelopen week deel aan de netwerkbijeenkomst ‘Zusammenarbeit fur eine zukunftssichere Landwirtshaft in Mecklenburg-Vorpommeren, Brandenburg und den Niederlanden’. 14 Nederlandse jonge agrariërs uit diverse sectoren bezochten op 21 en 22 mei in totaal 5 landbouwbedrijven in genoemde deelstaten. Ze wisselden kennis en ervaringen uit met Duitse deelnemers over verschillende landbouwonderwerpen. “Je merkt dat Duitse boeren een wat afwachtende houding hebben over precisielandbouw”, zegt NPPL-deelnemer Gert Sterenborg. “In Nederland zijn we hierin verder en wij kunnen deze kennis delen met de Duitsers.”

Verduurzamen

Corné Kempenaar, onderzoeker precisielandbouw van Wageningen University & Research, deed al een eerste voorzet met het tonen van een presentatie over precisielandbouw, onder ander over de resultaten in het NPPL-project. “Smart farming en precisielandbouw zijn belangrijk om de landbouw te verduurzamen. Onder andere bij het terugdringen van het gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen en bij het versterken van biodiversiteit”, stelt Kempenaar. “Het is belangrijk dat telers de financiële meerwaarde ontdekken van het vertalen van data naar praktische toepassingen die extra rendement genereren.”

Corné Kempenaar spreekt op een netwerkbijeenkomst over samenwerking op het gebied van precisielandbouw.
Corné Kempenaar spreekt op een netwerkbijeenkomst over samenwerking op het gebied van precisielandbouw.

Kringlooplandbouw

De 3 NPPL-deelnemers zien dat de Duitse akkerbouwbedrijven vele malen groter zijn dan in Nederland. “Zo’n 1.000 hectare per bedrijf is heel normaal”, zegt NPPL-deelnemer Peter van der Poel. “Het zijn veelal gemengde bedrijven die akkerbouw combineren met veeteelt, meestal met melkvee.” De akkerbouwtak staat dan ten dienste van de veehouderij met de teelt van voedergewassen, zoals mais en andere granen, erwten of veldbonen. Daarnaast zie je veel gewassen die bedoeld zijn voor biogasproductie en koolzaad voor biobrandstof. “De combinatie akkerbouw en veeteelt met het gebruik van digestaat als meststof voldoet al aan de kringloopgedachte”, vertelt NPPL-deelnemer Pieter van Leeuwen Boomkamp. “In Nederland zouden we de kringlooplandbouw ook meer kunnen versterken in de samenwerking tussen akkerbouw en veehouderij. Daarvoor moet de politiek wel de belemmeringen in de wetgeving die dit in de weg staan, zoals derogatie, oplossen.”

Weinig aardappelen

Van der Poel heeft onderweg weinig aardappelen gezien. Sterenborg denkt dat de grond zich minder goed leent voor rooigewassen. “Je ziet ook veel natuur in de omgeving. Duitsers hebben meer ervaring met mengsels van gewassen ten gunste van biodiversiteit, daar kunnen wij nog van leren”, zegt Sterenborg. Van Leeuwen Boomkamp sluit zich daarbij aan. “Een akkerbouwer was actief bezig met goed bodembeheer. Duitsers zijn verder met specifieke mengsels en onderteelten om de bodemvruchtbaarheid te verbeteren. Dat is interessant.” Sterenborg heeft zelf ook een biogasser op het eigen bedrijf. “In Nederland kan een biogasinstallatie eigenlijk niet uit. In Duitsland wel omdat ze meer betalen voor energie uit biogas.”

Bedrijfsopvolging en PR

Een van de thema’s was bedrijfsopvolging. De bedrijfsleiding op een Duitse agrarische onderneming is vaak een familiebedrijf. “Zowel in Nederland als Duitsland is er gebrek aan bedrijfsopvolging. In Duitsland is opvolging lastig door de bedrijfsomvang en door de vele aandeelhouders die bij een bedrijf betrokken zijn. Ook het rondkrijgen van bouwvergunningen krijgt steeds meer voeten in de aarde”, zegt Van Leeuwen Boomkamp. “Daarnaast is het een probleem om aan goed personeel te komen en liggen bedrijven erg achteraf in dunbevolkte gebieden. Niet iedereen wil daar blijven.”

Naast de genodigden, was koning Willem-Alexander samen met zijn vrouw Máxima aanwezig op het landbouwbedrijf in Nauen. Ze waren dinsdag op werkbezoek in Duitsland. Op maandagavond was er een diner met het koningspaar in het Kurhaus Warnemunde. Ook Willem-Alexander sprak zijn zorgen uit over bedrijfsopvolging. “De betrokkenheid van de koning en koningin bij de landbouw is goed”, zegt Van der Poel. Hij vond het een bijzondere ervaring om hen te treffen tijdens deze bijeenkomst.

Net als in Nederland worden Duitse boeren ook lastiggevallen door radicale actiegroepen. “Duitse burgers hebben meer extreme standpunten, misschien ook omdat de boerenbedrijven er te gesloten zijn. In Nederland is al meer ervaring met het openstellen van de bedrijven voor het publiek. Duitse boeren zouden dat ook meer kunnen doen om met PR meer begrip te kweken bij burgers.”

Afzet lokale producten

Van der Poel heeft met 50 boeren en tuinders afzetcoöperatie de Proefschuur op de Zuid-Hollandse eilanden Voorne Putten opgezet.

Hij merkt dat Duitsers meer waarde hechten aan lokale Duitse producten en aan duurzaam geproduceerde producten. “Belangstelling voor lokale producten is belangrijk voor de afzet ervan en nieuwe verdienmodellen. We zien dat dit in Nederland wel langzaam groeit, maar nog achterblijft bij Duitsland.”

Verplaatsbare stallen

De jonge boeren hebben in Duitsland een innovatie bekeken op een pluimveebedrijf. Ze hebben op het biologisch dynamische landbouwbedrijf Hufe8 in Seelow, Mecklenburg-Vorpommern, verplaatsbare stallen gezien. “De stallen staan 6 weken op dezelfde plek waarna ze in circa 2 uur naar de volgende locatie worden gesleept. Het stuk grond waar ze vanaf komen, wordt dan gescheurd en opnieuw met raaigras ingezaaid”, vertelt Sterenborg. “Dit gras wordt gemaaid en verkocht voordat er weer een stal op komt. Na 3 jaar kippen op een stuk grond, roteert deze grond met de teelt van korrelmais en granen. Hufe8 verbouwd ongeveer 70% van het voer zelf. “De afzet van de biologische eieren had de ondernemer goed geregeld. Animo voor duurzame productie helpt hierin”, meent Van der Poel.

De jonge Nederlandse agrariërs houden contact met hun Duitse collega’s. “Het is de bedoeling dat de Duitsers ook in Nederland enkele bedrijven gaan bezoeken”, zegt Sterenborg. “Laten zien hoe wij werken geeft het beste beeld van onze werkwijzen.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Door op “Plaats reactie” te klikken ga ik akkoord met
de gebruikersvoorwaarden en de Privacy Policy.