Proef met uienteelt met veel minder middelen

Akkerbouwer Brian Salomé gaat dit jaar een deel van zijn uien op nagenoeg biologische wijze telen. Precisietoepassingen kunnen daarbij helpen.

In de uitgestrekte polders van Zeeuws-Vlaanderen is de wereld op deze mistige dag maar heel klein. Ook op het akkerbouwbedrijf van Brian Salomé en zijn vader Theo is het lastig om een goed beeld van het bedrijf en de percelen te krijgen. De ondernemer heeft hier 80 hectare grond in gebruik met een vrij traditioneel bouwplan. Voor het eerste jaar doet hij mee met de Nationale Proeftuin Precisielandbouw (NPPL). “We gaan dat dit jaar doen met een perceel uien”, vertelt de ondernemer. Het perceel, dat een paar kilometer van huis ligt, meet een totale oppervlakte van zo’n 8 hectare. Daarvan valt ongeveer iets meer dan de helft (zo’n 4,5 hectare) in de NPPL-proef.

Brian Salomé
Brian Salomé investeert al jaren in de kwaliteit van de bodem, onder andere met meerdere type groenbemesters en niet-kerende grondbewerking.

Het thema van zijn NPPL-deelname is ‘precisiezaai in optimale bodem’. Hij wil het gebruik van chemische middelen verminderen. “De wetgeving wordt steeds strenger. Ik zie dit als een kans om me in de mogelijkheden voor besparing te verdiepen en ervaringen op te doen.” Daarbij vindt hij het belangrijk om het verschil in kostprijs te bepalen. “Op basis daarvan kunnen we kijken of en wat er interessant is voor een bredere toepassing op het bedrijf.” Mogelijk betekent deze manier van werken dat geen nieuwe spuitmachine aangeschaft hoeft te worden of techniek om drift te reduceren.

Robot aan het werk

Dat Salomé meedoet met NPPL is niet verwonderlijk; hij staat open voor innovaties en wil wat dat betreft graag bij de kopgroep horen. De deelname aan het NPPL-project is dan ook niet zijn eerste kennismaking met precisielandbouw. Zo maakt hij gebruik van GPS bij het bemesten en bespuiten van de gewassen. Op de nieuwe combine heeft de ondernemer opbrengstmeting geïnstalleerd wat op termijn interessante data kan opleveren om effecten van teeltmaatregelen in beeld te brengen. Ook is hij betrokken bij precisie-toepassingen in de projecten Veldleeuwerik en Yield Enhancement Network. Dat is een netwerk van telers, adviseurs en wetenschappers dat zich richt op maximalisatie van graanopbrengsten.

Dit jaar krijgt de ondernemer een aantal keren een veldrobot van Abemec aan het werk. Deze zal de uien gaan schoffelen. “En misschien kan deze ook spuitwerkzaamheden of bemesting uitvoeren.” De leverancier is nog volop bezig met het klaarmaken van de machine. De akkerbouwer verwacht dat deze ergens in het voorjaar beschikbaar komt.

Salomé ziet dit jaar vooral als een kennismaking met precisielandbouw en laat zich graag inspireren van alles wat er op dit gebied te koop is.

Wiedeggen en schoffelen

De focus op het eigen bedrijf ligt zoals gezegd in de uienteelt. De belangrijkste maatregel dit jaar is om de teelt een stuk biologisch te gaan doen. Niet om geheel over te schakelen, maar vooral te leren om zijn eigen systeem te optimaliseren. Dat betekent concreet wiedeggen en schoffelen in de strijd tegen het onkruid in plaats van bespuiten. Ook wil hij bekijken of het mogelijk is om het zoveel mogelijk zonder fungiciden te doen. De ondernemer gaat daarom Phacelia (bijenbrood) zaaien in een bed van circa 1,5 meter breed tussen de twee spuitsporen van de trekker. Het is niet alleen een hele goede groenbemester maar zou ook bijdragen aan een natuurlijke bestrijding van trips. Daardoor zouden ook minder bespuitingen nodig zijn.

Op het perceel waar de 4,5 hectare uien komen, wordt een deel traditioneel geteeld en een deel als proef meer biologisch. Het deel in de proef is iets minder dan een hectare. “Dat is voldoende om ervan te leren zonder dat het heel nadelig is als het niet goed gaat.” De beste plaats voor de uien op het perceel is bepaald op basis van een bodempotentiekaart die Van Iperen heeft gemaakt. De uien voor de proef zijn voorgekiemd om een zo goed mogelijk start te geven. Bovendien kiest hij voor een ras dat bekend staat om de robuustheid. Afhankelijk van de mogelijkheden van de zaaimachine wordt nog een optimale zaaibreedte bepaald.

Temperatuur monitoren

Salomé is zich goed bewust van het feit dat alles moet kloppen en in balans moet zijn om biologisch optimaal te produceren en ziektedruk te verminderen. Daarbij speelt de bodem een cruciale rol. Behoud van bodemkwaliteit krijgt al enkele jaren steeds meer aandacht. Zo heeft hij zelf een installatie op de trekker geïnstalleerd om de bandenspanning automatisch aan te passen aan de omstandigheden. Verder is de afgelopen jaren niet meer geploegd in de uien en suikerbieten en kiest hij een type groenbemester die het beste past. “Ik ben overtuigd van het belang van een goede bodembiologie en stimuleren van het bodemleven.” De groenbemester wordt twee tot drie weken voor het zaaien van de uien ondergewerkt met een schijveneg. Doodspuiten wil hij perse niet. “Ik ben ervan overtuigd dat dat nadelig is voor de uien.”

monitor met scherm drukwissel
De bandenspanning kan automatisch vanuit de trekker worden aangepast om minder druk op de bodem te krijgen.

De ondernemer wil het uienperceel één keer met een bodemherbicide spuiten. Het is de vraag in hoeverre die bespuiting goed uitpakt in combinatie met de niet-ondergeploegde groenbemester. Ook bestaat het risico dat het zaad in nabijheid van gewasresten minder goed kiemt. Samen met zijn WUR-begeleider Thierry Stokkermans bekijkt hij de beste aanpak hiervoor.

Ter ondersteuning van de teelt wil Stokkermans kijken wat de mogelijkheden zijn om de temperatuur en vochtgehalte van de bodem te monitoren. Dat is belangrijk voor een goede opkomst. Om dat te doen zijn sensoren beschikbaar. Ondanks dat het goed interpreteren van de data nog in de kinderschoenen staat, wil Salomé er graag ervaring mee opdoen. “Het is een meerjarig project, dit jaar zie ik als een nulmeting. De komende jaren kunnen we mogelijk meer technieken inzetten bijvoorbeeld precisiezaai en -bespuiten.”

Brian Salomé
Een belangrijk doel van de NPPL-deelname is het verlagen van het middelengebruik. Salomé gaat op een deel van het uienperceel nagenoeg biologisch werken.

 

‘Dit kan informatie opleveren waar we mee verder kunnen’

Op het akkerbouwbedrijf van Salomé helpt Thierry Stokkermans mee om proef rondom de teelt van uien met minder middelen zo goed mogelijk uit te voeren.

Stokkermans is voor het eerste jaar namens Wageningen University & Research begeleider van NPPL-deelnemers, zo ook op het bedrijf van Salomé. Hij zal met name rondom het toepassen van biologische werkwijzen en het inzetten van precisietechnieken meedenken en adviseren. De vergelijking tussen de gangbare teelt en het proefveld vindt hij interessant. “Dat kan informatie opleveren waar we de komende jaren weer mee verder kunnen gaan.” Stokkermans benadrukt dat Brian begrijpt hoe het systeem werkt, wat het samenwerken met de ondernemer interessant maakt.

Thierry Stokkermans
Thierry Stokkermans (38) is onderzoeker bij Wageningen University & Research. Hij richt zich met name op precisielandbouw en bodemgezondheid.

Vanuit zijn eigen achtergrond als bodemonderzoeker is hij nieuwsgierig naar de aanpak en uitwerking van de grondverbetering. “Brian wil een gezond gewas en beperkt daarom de grondbewerking. Ook investeert hij in meerdere soorten groenbemester. Ik ben benieuwd welke verband daartussen is te zien.” Vooral het gebruik van een mix van typen groenbemester biedt volgens hem voordelen.

Hij ziet twee belangrijke stappen: De eerste is erachter komen hoe uien zijn te planten zonder het bodemleven te vernietigen met (zware) grondbewerking. De tweede stap is om met minimale ingrepen de beste opbrengst en kwaliteit ui te krijgen. “Daar kan precisielandbouw met bijvoorbeeld robots, camera’s, onkruididentificatie en ‘chirurgische’ interventies bepaald door kunstmatige intelligentie een rol spelen.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Door op “Plaats reactie” te klikken ga ik akkoord met
de gebruikersvoorwaarden en de Privacy Policy.