Proeftuin Van Pallandtpolder: al veel bereikt, maar meer tijd nodig

Proeftuin Van Pallandtpolder op Goeree-Overflakkee

Het telen in stroken en inzetten op kringlooplandbouw, middels een intensieve samenwerking tussen een akkerbouwer en melkveehouder, biedt volop potentie. Dat was de kernboodschap tijdens het NPPL on Tour-event, dat op dinsdag 30 augustus plaatsvond in de Proeftuin Van Pallandtpolder. Ook werd benadrukt dat de gestelde doelstellingen – op het gebied van bodemverbetering en rondom de inzet van gewasbescherming en kunstmest – inderdaad niet binnen drie jaar te realiseren zijn. Daarvoor is méér tijd nodig.

Zo’n honderd belangstellenden kwamen eind augustus, in het kader van de zevende editie van NPPL on Tour, samen op de boerderij in de Pallandtpolder, op Goeree-Overflakkee. Hier lieten ze zich bijpraten over de ontwikkelingen in de ‘Proeftuin Van Pallandtpolder’; een project van akkerbouwer Remco Wesdorp, melkveehouder Huibert Groeneveld en student c.q. akkerbouwer Martijn Groenendijk. Zij ‘wonnen’ begin 2021 een inschrijving van de gemeente Goeree-Overflakkee, die zocht naar een duurzame invulling van de 70 hectare poldergrond in Middelharnis.

Huibert Groeneveld
Melkveehouder Huibert Groeneveld, een van de initiatiefnemers van de Proeftuin Van Pallandtpolder.

Strokenteelt en kringlooplandbouw

De ondernemers telen diverse akkerbouw- en veevoergewassen in de polder, in een extensief bouwplan. Strokenteelt en kringlooplandbouw vormen de belangrijkste pijlers onder het project. De kringloopgedachte krijgt vooral vorm door een intensieve samenwerking tussen de akkerbouwer en melkveehouder. De genoemde aanpak moet onder meer leiden tot méér biodiversiteit en een reductie van de inzet van gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest. Wat dit laatste betreft liggen de ambities hoog: de ondernemers willen de inzet van insecticiden met negentig procent terugbrengen. Daarnaast moet het fungicidengebruik omlaag en willen ze op termijn geen kunstmest meer inzetten.

Ook duurzaam bodembeheer is een belangrijk speerpunt. Hieraan wordt niet alleen invulling gegeven door middel van strokenteelt, maar ook door te kiezen voor niet-kerende grondbewerking en in te zetten op een hoger organische stofgehalte.

Unieke kans

Bijzonder aan het project is ook dat de ondernemers met tal van partijen samenwerken: onderwijsinstellingen, onderzoeksinstituten, et cetera. Diverse samenwerkingspartners presenteerden zich tijdens de NPPL on Tour-bijeenkomst aan de aanwezigen. Daarnaast waren er meerdere inleidingen. Onder meer Henk van Putten, wethouder van onder andere Landbouw en Visserij van de gemeente Goeree-Overflakkee, gaf een korte presentatie. Hij benadrukte enorm trots te zijn op het proeftuin-project. “Als gemeente hebben we hoge ambities op het gebied van duurzaamheid. Daarom zochten we naar een duurzame invulling van Van Pallandtpolder. Hiermee wilden we andere agrariërs op ons eiland ook iets aanreiken, inspireren op het gebied van duurzaamheid en innovatie. Er gebeurt op Goeree-Overflakkee al het nodige op dit vlak, en het delen van ervaringen en resultaten biedt heel veel kansen. Het is mooi dat dat in dit project gebeurt. En heel bijzonder is dat de ondernemers intensief samenwerken met diverse onderwijsinstellingen; scholieren en studenten hebben een actieve rol binnen de Proeftuin Van Pallandtpolder.”

Caroline Kranse
Caroline Kranse, planeconoom gemeente Goeree-Overflakkee

Carolien Kranse, projectleider vanuit de gemeente, sloot zich aan bij de woorden van Van Putten. Zij noemde de Proeftuin Van Pallandtpolder ‘een unieke kans om op een laagdrempelige manier te laten zien hoe akkerbouw en veeteelt kunnen samenwerken, om zo te komen tot een duurzame en meer natuurinclusieve landbouw’. “En het mooie is ook dat, door te werken met stroken van 30 tot 39 meter breed, reguliere tractoren en landbouwmachines kunnen worden ingezet. Op die manier kun je als agrariër dus relatief eenvoudig zorgen voor meer duurzaamheid”, zei Kranse.

Krachtvoervervangers als voorvrucht

Ook de drie ondernemers, die inmiddels ruim anderhalf jaar samen onderweg zijn, deelden hun ervaringen. Huibert Groeneveld vertelde dat de samenwerking tussen een akkerbouwer en melkveehouder duidelijke voordelen heeft in de praktijk. “In de eerste plaats heb ik als veehouder natuurlijk mest beschikbaar, die kan worden ingezet op de akkerbouwpercelen. Maar daarnaast speelt in de akkerbouw het probleem dat bij een voorvrucht vaak sprake is van een laag saldo. Tegelijkertijd ben ik als veehouder op zoek naar krachtvoervervangers. Daarom zijn we onder meer grasklaver en veldbonen gaan telen in de Proeftuin Van Pallandtpolder. Deze verwerken wij in het rantsoen voor onze koeien. Dit is niet alleen duurzamer, maar ook goedkoper. En ook voor de akkerbouw hebben deze teelten voordelen: ze zijn namelijk prima in te zetten als voorvrucht. Er zijn mooie producties mee te halen, ze leggen stikstof vast in de bodem én er liggen mogelijkheden om de roulatie te verruimen en op die manier de ziektedruk te verlagen.”

Meer vogels

Daarnaast gaven de ondernemers aan dat al de nodige winst is geboekt op het gebied van biodiversiteit. Het feit dat zo’n 10% van de polder is ingericht met natuur, in de vorm van onder meer akkerranden tussen de teeltstroken en een vogel- en flora-akker, werpt duidelijk zijn vruchten af. Monitoring door Sovon Vogelonderzoek Nederland toont aan dat in de Pallandtpolder veel meer vogels aanwezig zijn dan op referentiepercelen. Dan gaat het zowel om overwinterende vogels als broedvogels. “Of de aangelegde natuur ook zorgt voor meer natuurlijke vijanden, die een rol kunnen spelen in de plaagbestrijding, kunnen we nog niet zeggen”, zei Remco Wesdorp. “Dit is wel gemonitord, maar er zijn nog geen concrete uitslagen beschikbaar. We zien wel dat de kleinere percelen c.q. stroken meer inzichten geven om plaatsspecifiek en gerichter gewasbescherming in te zetten. Daar ligt al een stukje winst.”

De ondernemers hebben ook hoge verwachtingen van de inzet van bokashi, waarmee ze dit jaar startten. Deze bokashi, die is gemaakt van bermmaaisel uit de regio, moet onder meer de bodemkwaliteit een boost geven, het organische stofgehalte verhogen en ertoe bijdragen dat minder kunstmest hoeft te worden ingezet. “Een goede bodem is cruciaal”, benadrukte Huibert Groeneveld. “Maar bodemverbetering is wel een zaak van de lange adem. Onder andere om die reden is – zoals we al verwachtten – drie jaar niet voldoende om onze doelen te realiseren. En ook voor het behalen van de doelstellingen rondom de inzet van gewasbescherming en kunstmest is een projectperiode van drie jaar is niet voldoende. We hopen dan ook op een vervolg.”

Mogelijk vervolg

Of er een vervolg komt, hangt vooral af van de gemeente; deze verpacht de gronden namelijk via een geliberaliseerd pachtcontract aan de ondernemers. Wethouder Van Putten erkende tijdens de bijeenkomst dat het ‘tijd en ruimte vergt om tot goede resultaten te komen’. “Er is enorm veel mogelijk op het gebied van circulaire landbouw, maar dit realiseer je niet van vandaag op morgen. Wij zijn als gemeente dusdanig enthousiast over dit project, dat we vooralsnog geen reden zien om na drie jaar te stoppen. We zullen het project echter wel opnieuw moeten toetsen aan de criteria die we destijds hebben opgesteld hiervoor. Maar zoals gezegd: onze basishouding is positief.”

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Door op “Plaats reactie” te klikken ga ik akkoord met
de gebruikersvoorwaarden en de Privacy Policy.