Proeftuin van Pallandtpolder in de steigers

Strokenteelt en kringlooplandbouw; dat is waar het om draait binnen de Proeftuin van Pallandtpolder. Akkerbouwer Remco Wesdorp, melkveehouder Huibert Groeneveld en student Martijn Groenendijk zetten in 2021 de eerste stappen op dit vlak. Ook werden de eerste voorzichtige resultaten geboekt.

Op een vogelakker na is er op dit moment weinig te zien in de ‘Proeftuin van Pallandtpolder’. De zeventig hectare poldergrond in Middelharnis (Z.-H.) ligt er verlaten bij en niets verraadt dat het afgelopen jaar flink wat werk is verzet. Begin 2021 werd duidelijk dat akkerbouwer Remco Wesdorp, melkveehouder Huibert Groeneveld en student c.q. akkerbouwer Martijn Groenendijk hun ideeën voor duurzame landbouw in de praktijk konden gaan brengen op deze percelen, die eigendom zijn van de gemeente Goeree-Overflakkee. Die opende een inschrijving voor een duurzame invulling van de poldergrond. De uiteindelijke keuze viel op het projectplan van de drie agrariërs, waarin een sleutelrol was weggelegd voor strokenteelt en kringlooplandbouw.

(tekst gaat onder foto verder)

Melkveehouder Huibert Groeneveld (links) en akkerbouwer Remco Wesdorp werken nauw samen in de Proeftuin van Pallandtpolder. (Foto’s: Peter Roek)

Brede stroken

De ondernemers kozen voor een extensief bouwplan met een 1-op-6 rotatie. Er werden zowel traditionele akkerbouwgewassen – aardappelen, uien, tarwe, kidneybonen en witlof – als veevoergewassen geteeld. Bij dit laatste ging het om grasklaver, maïs en veldbonen. “Deze producten zijn verwerkt in het rantsoen van onze koeien. Daarnaast is de mest van ons bedrijf opgebracht op de akkerbouwpercelen in de Proeftuin van Pallandtpolder”, vertelt melkveehouder Huibert Groeneveld.

Ook gingen de ondernemers aan de slag met strokenteelt. Deze werkwijze moet bijdragen aan een hogere biodiversiteit, een weerbaarder gewas en een lagere ziektedruk. “Op ongeveer tachtig procent van het areaal werd afgelopen jaar in stroken geteeld”, vertelt Martijn Groenendijk. “Het ging hierbij om blokken van zes stroken, gevolgd door een natuurstrook. In iedere strook stond een ander gewas en elke strook was 30 tot 39 meter breed. We kozen heel bewust voor zulke brede stroken; op die manier konden we namelijk uit de voeten met onze reguliere landbouwmachines. Dat we nog niet volledig in stroken konden telen, had alles te maken met de vruchtwisseling van het vorige jaar. Hierdoor was strokenteelt niet overal toepasbaar.”

12% natuur

Om extra natuurlijke vijanden aan te trekken, werd zo’n 12% van het areaal ingericht met natuur. Zo werden akkerranden aangelegd tussen de diverse teeltstroken. “Dit voorjaar zaaiden we deze akkerranden in met een tijdelijk mengsel, bestaande uit onder meer zomertarwe, klaprozen en korenbloemen. Pas in de herfst konden we extensief kruidenrijk hooiland inzaaien, waar we de komende jaren mee verder willen.”

Daarnaast werden een vogel- en een flora-akker aangelegd. Ook deden de ondernemers ervaring op met bankerfields met phacelia in uien en met Oost-Indische kers in aardappelen. “Daarmee hopen we extra natuurlijke vijanden tegen luizen en trips aan te trekken.”

(tekst gaat onder foto verder)

Zo’n 12% van de proeftuin is ingericht als natuur, zoals akkerranden tussen de teeltstroken.

Intensiever monitoren

Met de geschetste aanpak willen de ondernemers de inzet van insecticiden binnen drie jaar met 90% terugbrengen. Daarnaast moet het fungicidengebruik omlaag en willen ze op termijn geen kunstmest meer inzetten. Organisch bemesten in combinatie met de inzet van biostimulanten moet dan voldoende zijn.

Het afgelopen jaar werd echter nog geen grote winst behaald op de genoemde punten. “Het is nog niet te zeggen of de strokenteelt en het inrichten van de natuur daadwerkelijk zorgt voor meer natuurlijke vijanden. Het kost enkele jaren om daar zicht op te krijgen, zeker omdat we de akkerranden pas dit najaar konden inzaaien met het juiste mengsel.”

De ondernemers hielden daarom afgelopen jaar het reguliere schema aan qua ziektebestrijding. “Wel voerde de lokale natuurvereniging afgelopen jaar een nulmeting uit qua biodiversiteit. En volgend jaar gaan we, samen met het Louis Bolk Instituut en Van Iperen, intensief monitoren of het aantal natuurlijke vijanden toeneemt. Zij hangen bijvoorbeeld vangplaten op in diverse gewassen. Dan hopen we meer zicht te krijgen op de effecten van deze werkwijze.”

Eerste positieve resultaten

Hoewel 2021 dus voornamelijk werd benut om het project in de steigers te zetten, zijn toch al eerste positieve resultaten te melden. Zo zijn de ondernemers enthousiast over het werken met teeltstroken. Dit vergt minder meerwerk dan verwacht. “Dit komt waarschijnlijk mede doordat ons perceel een behoorlijke omvang heeft”, zegt akkerbouwer Remco Wesdorp. “Werk je met meerdere kleinere percelen, dan is het tijdrovender en daarmee ook duurder. Sowieso is het belangrijk om een goede planning te maken. En je moet ervoor zorgen dat je het zaaien en de grondbewerkingen goed voorbereid en de randen van de stroken juist intekent. Overigens kost spuiten wel wat meer tijd; je kunt immers niet in één ruk doorrijden.”

Een ander winstpunt is dat monitoring van Sovon Vogelonderzoek Nederland aantoonde dat de vogelakker flink wat extra vogels aantrekt, zeker in de wintermaanden. “Binnenkort komen zij met een rapport met concrete cijfers hieromtrent.”

Daarnaast lijkt ook het kringlooplandbouw-principe effect te sorteren. Groeneveld boekte flinke winst door de geteelde veevoergewassen te verwerken in het rantsoen voor zijn koeien. “Voorheen waren we voor het eiwit in ons rantsoen volledig aangewezen op geïmporteerde soja, nu kunnen we deze eiwitbehoefte deels invullen met lokaal geteelde veldbonen”, zegt de melkveehouder. “Dit is niet alleen duurzamer, maar ook de helft goedkoper. Normaal gesproken koop ik op jaarbasis 30 ton soja in, afgelopen jaar kon ik ongeveer een derde vervangen door veldbonen. Dat scheelde dus behoorlijk.”

Bokashi maken

Dit jaar willen de ondernemers van de Proeftuin van Pallandtpolder nog een stap verdergaan qua kringlooplandbouw. “In samenwerking met het waterschap gaan we bokashi maken van bermmaaisel uit de regio”, zegt Groenendijk. “Dit moet de gewasgroei en de bodemkwaliteit een boost geven. Ook worden we hierdoor op termijn hopelijk minder afhankelijk van kunstmest. Daarnaast zal de samenwerking met het regionale agrarische onderwijs in 2022 verder vorm krijgen. Afgelopen jaar draaide het in alle opzichten om het leggen van een basis, dit jaar hopen we echt harde resultaten en reductiegetallen te kunnen laten zien.”

Oogst van veldbonen. De eiwitbehoefte van de veestapel wordt deels ingevuld met deze lokaal geteelde bonen.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Door op “Plaats reactie” te klikken ga ik akkoord met
de gebruikersvoorwaarden en de Privacy Policy.