Strokenteelt en kringlooplandbouw, maar dan anders

van pallandtpolder

Akkerbouwer Remco Wesdorp en melkveehouder Huibert Groeneveld gaan onder de vlag van de Nationale Proeftuin Precisielandbouw (NPPL) aan de slag met strokenteelt en kringlooplandbouw. Dit moet onder meer bijdragen aan een reductie van de inzet van gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest.

De samenwerking tussen de akkerbouwer en veehouder is om diverse redenen uniek te noemen. Misschien wel in de eerste plaats omdat de Zuid-Hollandse gemeente Goeree-Overflakkee eigenaar is van de grond én de aanzet gaf tot het project, dat de naam ‘Proeftuin Van Pallandtpolder’ draagt. “De gemeente heeft duurzaamheid hoog in het vaandel staan, ook als het gaat om landbouw”, zegt Remco Wesdorp, die in Sommelsdijk een akkerbouwbedrijf van honderd hectare runt.

wesdorp, groeneveld en groenendijk
(V.l.n.r.) Martijn Groenendijk, Remco Wesdorp en Huibert Groeneveld op de gronden waar de Proeftuin Van Pallandtpolder vorm moet gaan krijgen. Foto’s Peter Roek

Experimenteren

“Vorig jaar zomer openden zij een inschrijving voor de verhuur van zeventig hectare grond in de Van Pallandtpolder. Ondernemers werd gevraagd om ideeën om hier op een duurzame en innovatieve manier landbouw te bedrijven. Ook een koppeling met het onderwijs en aandacht voor recreatie waren belangrijke randvoorwaarden. Ik zag dit meteen als een kans. Qua wetgeving gaan er immers steeds meer zaken veranderen. De inzet van gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest staat onder druk en er is meer en meer aandacht voor kringlooplandbouw. De ‘Proeftuin Van Pallandtpolder’ is een ideale mogelijkheid om te experimenteren met nieuwe manieren van werken. Op je eigen bedrijf doe je dat toch niet zo snel, houd je veelal vast aan traditionele werkwijzen. Maar anticiperen op wat komen gaat, is wel cruciaal.”

Samenwerking

Wesdorp klopte daarop aan bij melkveehouder Huibert Groeneveld in Sommelsdijk, met wie hij al jarenlang regelmatig grond ruilde. “Een samenwerking tussen een akkerbouwer en veehouder biedt volop verduurzamingskansen. Je kunt immers heel eenvoudig kringlopen sluiten.”
Naast Groeneveld haakte ook Martijn Groenendijk aan. Hij werkte tijdens zijn middelbare schoolopleiding op het akkerbouwbedrijf van Wesdorp en studeert nu Bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit en teelt daarnaast akkerbouwgewassen. “Met zijn drieën zijn we om tafel gegaan om te kijken welke invulling we konden geven aan de Proeftuin Van Pallandtpolder”, zegt Groenendijk. “We zagen niet alleen potentie in het sluiten van kringlopen, maar ook in strokenteelt. Deze zaken vormen de belangrijkste pijlers onder ons projectplan, dat uiteindelijk werd uitgekozen uit dertien inschrijvingen. Dit betekent dat wij de grond voor drie jaar pachten en hier ons plan kunnen uitrollen.”

Kringloop sluiten

Hamvraag is natuurlijk wat er concreet gaat gebeuren met de grond in de polder, die nu nog grotendeels braak ligt? “We gaan hier aan de slag met strokenteelt, met als doel de ziektedruk in de akkerbouwgewassen te verminderen”, zegt Wesdorp. “Uitgangspunt hierbij – en in de rest van ons plan – is dat we zo dicht mogelijk bij de reguliere landbouwpraktijk willen blijven. Daarom kiezen we bijvoorbeeld voor een strokenbreedte tussen de twintig en veertig meter, zodat geen speciale machines nodig zijn. Daarnaast benutten we zo’n tien procent van het areaal voor het inzaaien van bloemrijke akkerranden, om extra natuurlijke vijanden aan te trekken.”

Extensief bouwplan

De ondernemers kiezen voor een extensief bouwplan, met een vruchtrotatie van zes verschillende gewassen. Enerzijds worden traditionele akkerbouwgewassen als aardappelen, uien en maïs geteeld. Daarnaast ligt de focus op het telen van veevoergewassen. Dan gaat het bijvoorbeeld om veldbonen, voederbieten, luzerne, soja en sorghum en grasklaver. “Voordeel is dat deze gewassen stikstof vastleggen in de bodem en een uitermate goede voorvrucht vormen voor akkerbouwgewassen. En door lokaal eiwitgewassen te telen, die kunnen dienen als veevoer, hoeven wij als melkveebedrijf minder ruw- en krachtvoer aan te kopen”, zegt Groeneveld. “Vervolgens sluiten we de kringloop door onze mest op te brengen op de akkerbouwpercelen. Dit zorgt er weer voor dat minder kunstmest hoeft te worden ingezet, ook werken we gericht aan een betere bodemkwaliteit.”

Bodemkwaliteit

Het verbeteren van de bodemkwaliteit en -weerbaarheid is sowieso een belangrijk speerpunt. Onder meer de ruime vruchtwisseling en de inzet van voldoende rustgewassen en groenbemesters moeten hieraan bijdragen. Ook ligt de focus op organische bemesting en niet-kerende grondbewerking.
Wesdorp: “Daarnaast hopen we dat de teelt van maaigewassen en een gewas als grasklaver resulteert in een hoger organische stofgehalte en een rijker bodemleven. Dit alles moet uiteindelijk een positief effect hebben op bewerkbaarheid van de grond én de opbrengsten.”

De polder ligt nu nog grotendeels braak. De ondernemers kiezen voor een extensief bouwplan, met een vruchtrotatie van zes verschillende gewassen.

Onderwijs

Naast de landbouwtechnische zaken zetten de ondernemers in op een intensieve samenwerking met het landbouwonderwijs in de regio. “Daarbij moet de ‘Proeftuin Van Pallandtpolder’ toegankelijk worden voor recreanten. En in de toekomst liggen er wellicht ook kansen voor regionale afzet van onze producten”, zegt Groenendijk.

Uitrol op andere bedrijven

2021 is voor de ondernemers vooral een overgangsjaar, waarin het gebied wordt ingericht, natuur wordt aangelegd en nulmetingen worden uitgevoerd. Daarna moeten echter snel stappen worden gezet, benadrukt Groeneveld. “Ons streven is om de inzet van insecticiden binnen drie jaar met 90% terug te brengen. Daarnaast gaan we onderzoeken in hoeverre we het gebruik van fungiciden kunnen reduceren. En binnen zes jaar willen we geen kunstmest meer inzetten, maar alleen nog organisch bemesten in combinatie met de inzet van biostimulanten.”

Anders aanpakken

De grootste uitdaging zal volgens Wesdorp zijn om zaken ook daadwerkelijk anders te dúrven aanpakken. “Minder gewasbescherming inzetten en schadedrempels opzoeken, betekent automatisch dat je risico’s moet durven nemen. Dat zal niet altijd eenvoudig zijn. We verwachten dat NPPL ons toegang biedt tot een groot kennisnetwerk, dat kan helpen om de uitdagingen waar we tegenaan lopen te tackelen.”

Duurzame landbouw

De geschetste aanpak moet volgens de ondernemers resulteren in een duurzaam landbouwconcept, dat zij op termijn eenvoudig kunnen uitrollen op hun eigen bedrijven en op andere akkerbouw- en veebedrijven. “Ondernemers moeten hiermee aan de slag kunnen zonder dat grote investeringen nodig zijn of zij alles moeten omgooien. Experimenteren met nieuwe werkwijzen, die aansluiten bij de bestaande landbouwpraktijk; dat is waar het voor ons om draait.”

‘Voorbeeldfunctie voor andere akkerbouwers die willen verduurzamen’

Jean-Marie Michielsen van Wageningen University & Research ondersteunt de ondernemers vanuit NPPL. Hij is met name onder de indruk van de koppeling tussen de strokenteelt en de hedendaagse landbouwpraktijk.

Strokenteelt staat vandaag de dag volop in de belangstelling. Maar de focus ligt hierbij volgens Michielsen vooral op stroken van drie meter of smaller. “Dit zou volgens deskundigen meer natuurlijke vijanden aantrekken en de ziektedruk maximaal reduceren. Feit is echter dat een gangbare akkerbouwer hier moeilijk mee uit de voeten kan; dit vergt speciale machines. Dat Wesdorp, Groeneveld en Groenendijk daarom kiezen voor bredere stroken, zodat ze hun eigen machines kunnen blijven gebruiken; daar ben ik van onder de indruk. En op die manier kunnen ze ook een voorbeeldfunctie vervullen voor andere akkerbouwers die twijfelen of ze al dan niet aan de slag moeten gaan met strokenteelt. Dit, in combinatie met de samenwerking tussen een akkerbouwer en veehouder, maakt dit project bijzonder.”

Michielsen is ook zeer te spreken over het feit dat de ondernemers op veel plekken kennis ophalen en bijvoorbeeld nauw samenwerken met het Louis Bolk Instituut en met onderwijsinstellingen. “Het feit dat studenten straks waarnemingen en wellicht ook onderzoeken gaan uitvoeren, geeft dit project een extra plus. Overigens ben ik wel heel benieuwd of het sluiten van de kringlopen – door het telen van veevoergewassen en het opbrengen van mest van de veehouder – financieel rond te rekenen is. Maar persoonlijk denk ik dat de doelstellingen die de ondernemers zichzelf hebben gesteld heel realistisch zijn.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Door op “Plaats reactie” te klikken ga ik akkoord met
de gebruikersvoorwaarden en de Privacy Policy.

Deelnemers