Strokenteelt: grote kennisbehoefte én veel uitdagingen

Het delen van kennis en ervaringen op het gebied van strokenteelt. Dat was waar het om draaide tijdens een speciale bijeenkomst voor NPPL-strokentelers, die onlangs plaatsvond bij Boerderij van de Toekomst. Hier bleek dat de telers – die allemaal op hun eigen manier omgaan met het strokenteeltprincipe – veel van elkaar kunnen leren, maar dat deze innovatieve teeltwijze ook nog tal van uitdagingen kent.

Het vergroten van de biodiversiteit, het creëren van een weerbaarder gewas en het verlagen van de ziektedruk, om zo de inzet van gewasbeschermingsmiddelen te kunnen verminderen. Dat zijn de belangrijkste speerpunten bij het strokenteeltprincipe.

Vier telers

Vier telers zijn binnen NPPL bezig met deze vernieuwende manier van telen. Zij deelden hun ervaringen tijdens een speciale bijeenkomst rondom het thema strokenteelt. Deze vond plaats op 22 februari jongstleden, bij Boerderij van de Toekomst in Lelystad.

“Het leek ons goed om de diverse ondernemers samen te brengen, aangezien ze allemaal op hun eigen manier invulling geven aan het begrip strokenteelt”, vertelt Wageningen University & Research(WUR)-expert Jean-Marie Michielsen, die zich binnen NPPL veelvuldig bezighoudt met dit thema. “Zo teelt akkerbouwer Cornelis Mosselman in stroken van drie meter breed, terwijl Jacob van den Borne kiest voor een strokenbreedte van 15 meter en op die manier meer aansluit bij de reguliere landbouwpraktijk. In de Proeftuin van Pallandtpolder is de breedte van de stroken aangepast op de beschikbare mechanisatie. Verder kiest Theo Nieuwenhuis veel meer voor een ecologische insteek, door strookjes biologische groenten te telen op blijvend grasland.”

(tekst gaat onder foto verder)

Jacob van den Borne kiest voor een stroken van 15 meter breed. Deze breedte sluit aan bij de reguliere landbouwpraktijk.

Bureaucratische rompslomp

De bijeenkomst werd afgetrapt met presentaties van diverse WUR-deskundigen. Dit vooral met als doel de discussie los te maken. Zo werd ingezoomd op de thema’s bouwplan en gewaskeuze. Hierbij bleek dat het telen in stroken ook de nodige bureaucratie met zich meebrengt. “Bij de Gecombineerde Opgave moeten telers bijvoorbeeld al hun gewassen apart intekenen in het RVO-programma. Dit is bij strokenteelt een gigantische klus”, zegt Michielsen. “Tijdens de bijeenkomst werden volop ideeën uitgewisseld om deze opgave eenvoudiger en overzichtelijker te maken. Ook bij het indienen van een tegemoetkoming ganzenschade en bij de mestboekhouding brengt het telen in stroken flink wat bureaucratische rompslomp met zich mee. Daarvoor moet meer aandacht komen.”

Daarnaast was er een presentatie over de rol van de bodem op het gebied van strokenteelt, en dan met name over de meerwaarde van minimale grondbewerking. Michielsen: “Hoe minder je de bodem bewerkt, hoe beter de structuur op orde blijft. Bij de biologische strokenteelt is dit echter lastig, aangezien je hierbij geen chemie kunt inzetten om onkruid tegen te gaan. Een groenbemester kan in dit geval wellicht een oplossing zijn, maar de vraag is wat dan het beste zaaimoment is. Daarover ontstond een flinke discussie tijdens de themadag.”

Watergift als uitdaging

Verder was er aandacht voor irrigatie en het feit dat vochtsensoren kunnen helpen om op tijd te irrigeren en vooral niet té veel water te geven. “Dit thema kwam ook aan bod toen we ’s middags een kijkje namen in de werkplaats van Boerderij van de Toekomst. Bij het telen in stroken is het een behoorlijke uitdaging om de juiste hoeveelheid water op de juiste plek te krijgen. Zeker wanneer je een waterkanon inzet. Ondernemers lossen dit allemaal op hun eigen manier op. Zo zetten sommigen bijvoorbeeld een kleine giertank in, waar ze dan een spuitboompje op zetten. Maar het draait niet alleen om mechanisatie; ook met het vergroten van de hoeveelheid organische stof is veel te winnen. Daardoor verbetert immers het watervasthoudend vermogen van de bodem.”

Het middagprogramma bestond uit een rondgang over Boerderij van de Toekomst, waar ook wordt geëxperimenteerd met strokenteelt. “Bij het bekijken van de diverse werktuigen ontstond onder meer een discussie over de mogelijkheden die robots in de toekomst kunnen gaan bieden. Sommige telers hopen bijvoorbeeld dat robots op termijn de plantjes apart kunnen gaan aangieten.”

Kennisuitwisseling als grootste winst

Michielsen kijkt terug op een vruchtbare bijeenkomst. Hij is met name onder de indruk van het enthousiasme van de deelnemers en de bereidheid om van elkaar te leren. “Het onderling uitwisselen van kennis was de grootste winst van deze dag. Dit kan ondernemers echt verder helpen, vooral omdat strokentelers nog niet eerder op zo’n grote schaal samenkwamen.”

Daarnaast maakte de bijeenkomst volgens de WUR-expert duidelijk dat het telen in stroken nog behoorlijk wat uitdagingen kent. “Wat zijn bijvoorbeeld de juiste combinaties van rassen en gewassen? Hierbij moet je een goede afweging maken tussen zaken als opbrengst, biodiversiteit en mechanisatie. En hoe vul je de mechanisatie het beste in? Iedere teler worstelt op zijn eigen manier met deze uitdagingen, en zoekt naar aanvullende informatie. Ook om die reden was deze bijeenkomst heel waardevol.”

Daarnaast is het kosten-batenverhaal een aandachtspunt, geeft Michielsen aan. Telen in stroken is tijdrovender en minder efficiënt dan een reguliere teeltwijze. “Deze inspanningen dienen eigenlijk te worden beloond, door middel van een hogere productprijs. Ook wat dit betreft zijn de telers zoekende.”

Pioniers

Deelnemer Theo Nieuwenhuis uit Didam kijkt met een goed gevoel terug op de NPPL-bijeenkomst. Hij teelt biologische groenten in stroken. “Dit is echt een zoektocht”, geeft hij aan. “Hoe bewerk je de grond, wat is de juiste strokenbreedte, welke machines kun je het beste inzetten; dit zijn allemaal zaken waar ik tegenaan loop. Het was prettig om tijdens de NPPL-dag met andere strokentelers te kunnen sparren over dergelijke zaken en ideeën uit te wisselen. Want hoe je het ook wendt of keert: we zijn allemaal pioniers. Daarbij was het goed dat onderzoekers aanhaakten, zodat het onderzoek op het gebied van strokenteelt ook maximaal aansluit bij de praktijk.”

Nieuwenhuis merkt op dat het voor akkerbouwers vaak lastiger is om de switch naar strokenteelt te maken dan voor ondernemers met een andere achtergrond. “Ik kom uit de melkveehouderij en dan stap je er toch wat onbevangener in. Akkerbouwers vinden het dikwijls lastig om akkerbouwkundige principes los te laten, daarnaast hebben ze een bestaand machinepark. Dat bemoeilijkt de te maken ommezwaai.”

Nieuwe inzichten

Jacob van den Borne uit Reusel, die zich sinds drie jaar bezighoudt met strokenteelt, geeft aan dat de NPPL-dag hem veel nieuwe informatie opleverde. “Bijvoorbeeld als het gaat om het zaaien in vaste grond. Ik heb daar wel wat ervaring mee, maar de proef op Boerderij van de Toekomst en de navolgende discussie leverde diverse nieuwe inzichten op”, geeft Van den Borne aan. “Ik vond het vooral opvallend dat bepaalde mengsels groenbemester veel beter tot hun recht komen bij het zaaien in vaste grond, terwijl andere betere resultaten opleveren wanneer je ze zaait in losgewoelde grond. Daarnaast was het mooi om tijdens de bijeenkomst van gedachten te kunnen wisselen met andere strokentelers en inzicht te krijgen in hoe zij zaken aanpakken. Dat helpt ons allemaal om stappen voorwaarts te zetten.”

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Door op “Plaats reactie” te klikken ga ik akkoord met
de gebruikersvoorwaarden en de Privacy Policy.