‘Subirrigatie is prijzig, maar de techniek werkt goed’

drainagepijpen

Steeds meer boerenbedrijven hebben belangstelling voor subirrigatie om het watermanagement op hun bedrijf te kunnen verbeteren. Dat meldt onderzoeker Idse Hoving, expert watermanagement bij veehouderij van de WUR. Met name in het veenweidegebied wordt het op steeds meer plekken uitgerold. Onderwaterdrains worden ze hier genoemd. Wat zijn voor- en nadelen van de techniek?

Subirrigatie is een vorm van drainage, maar dan omgekeerd. In plaats van water afvoeren wordt er water toegevoerd, om verdroging tegen te gaan. Dit gebeurt bij subirrigatie via drainagebuizen. Waterafvoer wordt geremd door de hoogte van de afvoerbuis in een waterreservoir te reguleren. De aanvoer van water wordt geregeld door het peil in het waterreservoir boven de draindiepte in te stellen. De aan- en afvoer kan vervolgens worden geregeld door hoogtewisseling van het slootpeil of door bijsturing met pompen.

Subirrigatie is drainage, maar dan omgekeerd. Foto: Jan Willem Schouten

Meer bedrijven stappen over

Hoving, die al sinds 2003 betrokken is bij projecten op gebied van onderwaterdrains in het veenweidegebied, ziet steeds meer bedrijven dit gaan toepassen en subirrigatie overwegen. Hij leidt als WUR-expert diverse onderzoeken en pilots. “Ik zie met name in het veenweidegebied meer initiatieven van de grond komen. Dat het systeem meer geadopteerd wordt is in mijn ogen een ontwikkeling die de laatste jaren een vlucht heeft genomen. Voorheen werd gewerkt met onderwaterdrains rechtstreeks op de sloot, maar steeds vaker wordt ook met een put of waterreservoir gewerkt.”

Vernatting

Vooral in veenweidegebied zijn bedrijven met subirrigatie begonnen. “Het is een vernattingsmaatregel om veenafbraak tegen te gaan. Dit kan maaivelddaling en CO2-emissie behoorlijk verminderen. Op drogere zandgronden wil men droogte tegengaan. Subirrigatie is een maatregel die daaraan bij kan dragen mits oppervlaktewater beschikbaar is.” Hoving ziet dat in het veenweidegebied bijvoorbeeld projecten gestart worden door het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden waarin op percelen met meer dan 100 hectare onderwaterdrains zijn of worden aangelegd in de omgeving van Driebruggen en Vlist.

Techniek staat als een huis

Over de techniek van subirrigatie kent Hoving nog maar weinig twijfels. Die werkt. “Het is alleen nog wel vrij dure oplossing, vooral als ook putten en pompen geïnstalleerd worden. Dat zorgt ervoor dat boeren wat terughoudend zijn en goed moeten nadenken voor ze erin investeren. Het hangt daarnaast ook af van het voor bedrijven beschikbare water. Voor aanvoer van water is voldoende oppervlaktewater nodig. Op zandgrond mag het grondwater niet te diep zitten want anders heb je een te groot lek naar de ondergrond. Je draagt dan wel bij aan waterberging, maar je profiteert er dan zelf niet van. Wanneer je hiermee aan de slag gaat moet je dus wel kennis van zaken hebben.”

Idse Hoving denkt dat subirrigatie goed werkt. Foto: Koos Groenewold

Lumbricus-project

Melkveehouder Gerald Hemstede uit Geesteren verbouwt mais en gras. Hij is één van de deelnemers van het vierjarige programma Lumbricus, waarbij boeren met onder meer waterschappen vraagstukken rondom droogte bij zandgronden in Twente, Brabant en Vechtdal behandelden.

Hemstede legde op 60 centimeter diep onderwaterdrains aan voor zijn grasperceel. “Langs het perceel loopt een sloot, waar het systeem op is aangesloten. De sloot kunnen we volpompen en daarmee kunnen we met het systeem weer waterdruk onder het gras creëren. Zo is voor gras ook in droge tijden langer vocht beschikbaar en blijft de kwaliteit behouden.”

Hemstede werkt samen met het waterschap uit zijn regio, net als zo’n acht andere veehouders uit de regio. “De bodem wordt hiermee beter voor mijn koeien. Het is daarnaast ook goed voor de natuur. Ik vind het zelf vooral ook prettig dat binnen Lumbricus alles rondom oppervlaktewater in onze regio gemonitord wordt, zodat we ook de praktijk ook naast alle theoretische verhalen van buitenaf kunnen leggen. Want boeren krijgen nogal wat kritiek de laatste tijd.”

Geen alternatief voor beregenen

Hemstede is behoorlijk tevreden over het experiment, maar hij had wel gehoopt dat beregenen na de aanleg van subirrigatie helemaal overbodig zou worden. “En dat is helaas niet zo. Om bijvoorbeeld voedingstoffen voor grasgroei goed te laten werken, moet je het land toch nog beregenen. Maar wel veel minder dan voorheen.”

Net als Hoving, waarschuwt ook Hemstede anderen die met subirrigatie willen beginnen voor het belang van de juiste grondsoort. “Wanneer je geen water vasthoudende laag hebt zakt het zo weg. Dan werkt het niet en kun je water pompen tot je een ons weegt.”

Vragen over effectiviteit

Volgens Hoving is de ‘experimentfase’ voor subirrigatie inmiddels voorbij. Wel resten er nog vragen over de effectiviteit. Inmiddels is er na Lumbricus ook een vervolgtraject van start gegaan: ‘Klimaatadaptatie in de praktijk’ (Klimap), waarmee voor meerdere regio’s wordt geïnventariseerd welke klimaat adaptieve maatregelen kunnen worden genomen op zandgronden in Zuid en Oost Nederland. “We willen graag meer handvaten ontwikkelen voor wanneer een systeem wel of niet goed kan worden toegepast en wat het effect hiervan is op regionaal- en bedrijfsniveau. Met het project Klimap krijgen we hier meer kennis van.”

Kostenplaatje kan variëren

Het kostenplaatje bij subirrigatie blijft voorlopig een belangrijk vraagteken. Hoving: “Het brengt voor boeren aanzienlijke kosten met zich mee, maar hoe hoog die zijn is afhankelijk van de keuzes. Hoe geavanceerder het systeem, hoe hoger de kosten worden. Een goedkopere oplossing is altijd mogelijk, maar dan daalt wel de bedrijfszekerheid. Een systeem dat energie nodig heeft en afhankelijk is van wind en zonne-energie brengt ook risico’s met zich mee. Dan ben je veel meer afhankelijk van de weersomstandigheden. Wanneer het gras heel hard trekt moet er soms wel 4 tot 5 millimeter water per dag naartoe en de vraag is of het systeem daarin kan voorzien.”
De komende vier jaar onderzoeken 24 partijen voor Klimap, de opvolger van Lumbricus, hoe ze het water- en bodemsysteem op de zandgronden klimaat adaptief kunnen inrichten voor onder andere landbouw en natuur.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Door op “Plaats reactie” te klikken ga ik akkoord met
de gebruikersvoorwaarden en de Privacy Policy.

Dashboard