Van gemiddelde dosering naar plaatsspecifiek

Akkerbouwer Sten de Meijer (20) en zijn vader Martin doen mee met de Nationale Proeftuin Precisie Landbouw (NPPL). “Precisielandbouw kan rendabel zijn, maar de praktijk is soms weerbarstig.”

Het jaar 2020 is een uitzonderlijk jaar, zegt Sten de Meijer. Zeker in Zeeuws-Vlaanderen waar hij samen met zijn ouders een akkerbouwbedrijf heeft. In het voorjaar en de zomer viel aanzienlijk minder regen dan in de rest van het land, na september juist veel meer dan het landelijke gemiddelde. In augustus zei De Meijer nog: “Ik verwacht dat 2020 een prima jaar wordt. Omdat wij kunnen beregenen zijn we het droge voorjaar uitstekend doorgekomen. Wij verwachten dit seizoen goede opbrengsten en hopen op beste prijzen.”

En toen begon het in september te regenen. In twee dagen viel 100 millimeter, twee weken later nog eens 100 millimeter. En het bleef maar regenen. In december zat nog twee hectare consumptieaardappelen in de grond en een deel van de suikerbieten. De oogst nam enorm veel tijd in beslag. En kostte veel diesel.

Vanwege de overvloedige regen waren vader en zoon De Meijer tot ver in december nog aan het oogsten.

Veel opslagcapaciteit

Onduidelijk is of 2020 financieel gezien een goed, gemiddeld of slecht jaar wordt.

Aan de opbrengsten zal het niet liggen. De percelen consumptieaardappelen (Fontanus, Agria en Solist) leveren 60 tot 70 ton bruto op (“zo’n opbrengst hebben we lang niet gehad”). Ook de bieten- en uienoogst waren goed. Over de opbrengsten bruine bonen en graszaad is hij minder te spreken. De vroege wortelen zijn door luizen helemaal mislukt.

Alles hangt af van de aardappelprijs. “Dat maakt of kraakt oogstjaar 2020. We hebben veel opslagcapaciteit en zijn van plan een groot deel van de oogst te bewaren tot juni of juli 2021. We hopen dat de prijs dan goed is. Dat hangt voor een belangrijk deel af van de corona-maatregelen komend half jaar. Bewaren kost 4 tot 5 cent per kilo. Dus de prijs moet behoorlijk stijgen om die kosten eruit te halen.”

Coronamaatregelen

Met zijn vader Martin de Meijer en moeder Carla Haak zit Sten sinds begin 2019 in de vennootschap. Zij nemen deel aan de nationale proeftuin. De VOF heeft in Zeeuws-Vlaanderen twee akkerbouwbedrijven, een in Hoek en de andere in Waterlandkerkje. Ze bewerken zo’n 200 hectare.

Na de MAS in Goes volgt hij nu de tweejarige opleiding Tuin- en Akkerbouw Ondernemerschap aan de Aeres Hogeschool in Dronten. Hij zit nu in het tweede jaar. Vanwege de coronamaatregelen heeft hij afgelopen jaar veel lessen vanuit huis gevolgd. Zo kon hij meer op het bedrijf doen. “Dat was mooi meegenomen, zeker in het voorjaar toen we vrijwel elke dag moesten beregenen. Maar ik heb tot nu toe wel al mijn examens gehaald.”

Sten de Meijer: “Alles hangt nu af van de aardappelprijs. Dat maakt of kraakt afgelopen seizoen.”

Grote variatie in slibgehalte

De vennootschap heeft afgelopen jaar geëxperimenteerd met verschillende precisietoepassingen, met meer en minder succes. In percelen met uien (6 hectare) en bieten (12 hectare) heeft hij variabel bodemherbiciden toegepast. De grote variatie in het slibgehalte in deze percelen was een belangrijke reden om hiermee aan de slag te gaan.

Met een Veris-bodemscanner is de bodem op deze percelen in kaart gebracht en vervolgens heeft hij via Akkerweb een taakkaart gemaakt. Zijn conclusie: “We gebruikten altijd een gemiddelde dosering, met als gevolg gedeeltelijke plantuitval op de lichte stukken, terwijl op de zwaardere delen van de percelen nog onkruid stond. Met deze precisietechniek hebben we met dezelfde hoeveelheid middel meer opbrengst gehaald.”

Satellietbeelden

Ook over het variabel uitrijden van kunstmest – hij maakte een taakkaart op basis van satellietbeelden die de hoeveelheid bladgroen in kaart brengen – is hij positief gestemd. Dit ging technisch gezien probleemloos op percelen met zaaiuien (11 hectare) en bieten (21 hectare). De betere delen van de percelen kregen meer kunstmest, de mindere delen juist minder. Ook kon zo dubbele bemesting worden voorkomen. “Zo hebben we een hoeveelheid kunstmest uitgespaard en de opbrengst per hectare iets kunnen verhogen. Maar dat laatste kan ik niet bewijzen.”

Het inladen van taakkaarten voor variabele precisietoepassingen neemt soms veel tijd in beslag.

Variabel loofdoden

Ook zijn pogingen ondernomen om aardappelloof variabel dood te spuiten. Dat had minder succes. “We wilden in juli een perceel met Solist-aardappelen variabel bespuiten. Maar op dat moment waren er geen actuele satellietbeelden. Dan houdt het op.”

In september wilden ze dezelfde toepassing uitvoeren op een perceel Agria-aardappelen. Er zijn dronebeelden gemaakt van de hoeveelheid bladgroen. Vervolgens is met assistentie van twee begeleiders van het NPPL-project via Akkerweb een taakkaart gemaakt. “Maar toen begon het te regenen en konden we het land niet op. Het loof is vervolgens vanzelf doodgegaan. Dit kostte tijd en geld en leverde uiteindelijk dus niks op.”

De Meijer vraagt zich af of hij deze toepassing volgend seizoen nog eens gaat uitproberen. “Afgelopen zomer zijn de kosten voor de drone door NPPL betaald. Dan kun je zoiets wel uitproberen. Je kunt besparen op de hoeveelheid chemisch middel, maar als je daarvoor zelf een dronebedrijf moet inschakelen en ook nog eens moet betalen voor het maken van een taakkaart, kan dat financieel echt niet uit.”

Om variabel aardappelloof te doden zijn dit jaar dronebeelden gemaakt. Met de data is uiteindelijk niets gedaan omdat De Meijer door de vele regen niet het land op kon om het loof te doden.

Variabel poten

In 2019 heeft de vennootschap pootaardappelen variabel gepoot. Op basis van historische beelden is toen door CZAV een taakkaart gemaakt. Op de zwaardere plekken was de afstand tussen de rijen 32 cm en op de lichte stukken 28 cm. “We weten niet exact wat het rendement was. Maar ik weet vrijwel zeker dat we door variabel te poten met dezelfde hoeveelheid pootgoed een hogere opbrengst haalden.”

De bedoeling was om hiermee ook afgelopen jaar aan de slag te gaan. “We waren in het voorjaar veel te druk met beregenen. We hadden toen niet de tijd en de energie om taakkaarten te maken. Precisielandbouw kan rendabel zijn, maar de praktijk op een akkerbouwbedrijf is soms weerbarstig. Er zitten helaas maar 24 uur in een dag.”

Maken bodemscans niet gelukt door uitzonderlijke weersomstandigheden

Met de grote verschillen in grondsoort is het bedrijf van De Meijer prima geschikt om voordeel te halen uit plaatsspecifiek werken, vinden vader en zoon De Meijer.
Inmiddels is een deel van de percelen met behulp van een Veris-bodemscanner in kaart gebracht. Dat kost circa €100 per hectare. De vennootschap is van plan om komende jaren stapsgewijs de bodem van het hele bedrijf te scannen, 40 tot 50 hectare per jaar. “Dan lukt het om altijd eigen data te gebruiken voor het maken van taakkaarten. Daar kan ik dan de rest van mijn leven gebruik van maken. Op lange termijn komen de kosten er wel uit.”
Afgelopen jaar kon dit plan niet worden uitgevoerd. De weersomstandigheden gooiden roet het eten. Het was of te droog of te nat om betrouwbare bodemscans te kunnen maken.
Sten de Meijer hoopt volgend teeltseizoen op betere weersomstandigheden. “Zo’n uitzonderlijk jaar als 2020 hopen we niet nog eens mee te maken.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Door op “Plaats reactie” te klikken ga ik akkoord met
de gebruikersvoorwaarden en de Privacy Policy.

Deelnemer