Pootgoedopbrengst kun je beter bekijken dan wegen
23 November 2020 door NPPL
Geautomatiseerde plaatsspecifieke visuele opbrengstmeting van pootaardappelen is mogelijk. Het werkt, zegt Koen van Boheemen van WUR. Nog een enkele jaren fijnafstemming en een commerciële partij kan met het systeem de markt op.
Op pootaardappelbedrijven in de Wieringermeerpolder (N.-H.) en in de Noordoostpolder (Fl.) loopt sinds vorig jaar onderzoek naar visuele opbrengstmeting van de aardappelopbrengst. Dat is ‘kijken naar’ in plaats van ‘wegen’ wat aan aardappelen over de rooier gaat. En dat dan plaatsspecifiek, zodat uiteindelijk precies bekend is hoeveel aardappelen waar gegroeid zijn. Het onderzoek wordt met twee telers uitgevoerd door Wageningen University & Research (WUR), Aeres Hogeschool, de Universiteit van Amsterdam, Amsterdam Green Campus en Greenport Noord-Holland Noord.
Tarra te onderscheiden
Ten opzichte van wegen met weegcellen heeft visuele opbrengstmeting voordelen. De camera onderscheidt aardappelen van tarra. Met name op klei kan tarra het beeld van hoeveel is gegroeid in meer of mindere mate vertroebelen. Alles wat op de mat ligt, wordt immers gewogen. Bovendien geeft visuele opbrengstmeting een beeld van de sortering die over de rooier komt. Juist bij pootgoed is dat belangrijk, aangezien het daarbij meer om het exacte aantal knollen in de verschillende maatsorteringen gaat dan om de absolute opbrengst in kilo‘s.

Opbrengst niet direct duidelijk
Daartegenover staat het nadeel dat opbrengstmeting met de camera niet onmiddellijk vertelt hoeveel ton aardappelen van een hectare komt. In theorie zou dat wel kunnen, maar in het huidige project is dat een tweede stap. Dat zou dan achteraf op basis van de beelden berekend moeten worden. Voor nu zou een combinatie van camera en wegen ook nog mogelijk kunnen zijn.
“Precisielandbouw is in de teelt van pootaardappelen echter niet gericht op maximalisatie van de absolute kilogramopbrengst, maar op zoveel mogelijk kilo’s in de duurdere pootgoedmaten”, relativeert Koen van Boheemen. “Maar zoals gezegd is het gewicht wel te berekenen.” Van Boheemen is vanuit WUR nauw betrokken bij het onderzoek.
Camera boven leesband
In de proef met visuele opbrengstmeting zijn boven de leesband van een bunkerrooier afhankelijk van de breedte van de band een of twee kleurencamera’s gemonteerd. Die maken foto’s van alle aardappelen die voorbijkomen en koppelen de beelden aan gps-coördinaten. Van elke gevulde band wordt een foto gemaakt. Dus steeds een nieuwe foto als de band een camerabeeld is opgeschoven. Afhankelijk van de snelheid van de band varieert het aantal foto’s zo van vijf per seconde bij een snellopende band, tot een à twee per seconde als hij langzaam loopt.
“Op deze hogeresolutiebeelden zijn aardappelen, tarra en loof goed te onderscheiden”, vertelt Van Boheemen: “Het herkennen van individuele aardappelen lukt. Daar ben ik heel positief over. Het is nodig om de aardappelen vlak op de leesband te hebben liggen, zodat de camera ze allemaal afzonderlijk ziet. De mate waarin dat het geval is, hangt af van de rooier. In 2019 zagen we op een AVR-bunkerrooier dat de aardappelen min of meer op een hoopje midden op de leesband kwamen te liggen. Dit jaar op een DeWulf-rooier lagen ze mooi verspreid. Dan krijg je een goed beeld voor goede detectie. Aardappelen, kluiten en loof kun je dan met hoge nauwkeurigheid onderscheiden. Na twee jaar testen in de praktijk ben ik heel positief over de mogelijkheden van visuele opbrengstmeting.”
Per jaar wordt model sterker
Direct aan de vaststelling dat ‘het werkt’, voegt Van Boheemen toe, willen hij en de andere onderzoekers niet over één nacht ijs gaan. Ze moeten naar nog nauwkeuriger herkennen. Werken aan een perfecte indeling van de oogst in de juiste maatverdeling. Om het model te kunnen fijnafstemmen hebben ze data nodig van nog meer jaren. “Met de informatie van 2020 gaan we opnieuw kijken naar de resultaten van 2019.”
“De verwachting is dat we het systeem wat moeten bijstellen, ook na volgende jaren. Ook wanneer het systeem commercieel op de markt is, moeten steeds de nieuwste bevindingen worden toegevoegd. Maar met ieder jaar extra data krijg je een steeds sterker model. Dat is ook wat op een gegeven moment commerciële partijen doen die het systeem op de markt brengen.”
Van Boheemen schat voorzichtig dat een visuele opbrengstbepaling op de rooier voor € 10.000 à € 15.000 gerealiseerd zou kunnen worden. Daarbovenop komen de kosten van verwerking van de beelden.
