Biologische strokenteler worstelt met mechanisatie
16 December 2021 door Aart van Cooten
NPPL-teler Theo Nieuwenhuis begon dit jaar met de productie van biologische groenten in stroken met gras/klaver tussen de rijen. Dat ging met vallen en opstaan.
De oud-melkveehouder Theo Nieuwenhuis uit het Gelderse Didam maakte begin dit jaar een ommezwaai: van koeien melken naar biologische vollegrondsgroenten. En dat niet alleen. Hij begon met strokenteelt met gras/klaver tussen de gewassen.
Om het bodemleven te verbeteren en het organische stofgehalte op te krikken, koos hij ervoor de bodem zoveel mogelijk met rust te laten. Dat hij tegenslagen zou ondervinden, wist hij van tevoren. Toch bleek de praktijk nog weerbarstiger dan hij had vermoed. Vooral de concurrentie van het snelgroeiende gras/klaver op zijn gewassen witte kool, rode kool en voederbieten bleek afgelopen voorjaar en zomer enorm. Daardoor heeft hij nauwelijks opbrengst gehad. “Problemen met mechanisatie, een relatief nat jaar en mede daardoor een slakkenplaag, het telde allemaal bij elkaar op.”
Veel geleerd
Hij had anders gedacht. Is alles mislukt? “Nee, ik heb veel geleerd en ga er volgend seizoen weer tegenaan. Ik weet nu beter welke maatregelen nodig zijn om wel opbrengst re realiseren, vooral op het gebied van mechanisatie. Financieel gezien kunnen we een stootje hebben, maar dit mag niet nog een paar jaar gebeuren.”
Tot 2018 was hij nog gangbaar melkveehouder in Oud-Zevenaar. Hij zag op die plek in de dorpskern weinig perspectief. Een te kleine huiskavel, verouderde bedrijfsgebouwen, de meeste grond in een natuurgebied, ganzenschade, wateroverlast – allemaal redenen voor hem om na te denken over zijn toekomst. En toen kwam de provincie Gelderland langs die grond zocht voor natuurontwikkeling. Hij verkocht grond en gebouwen aan de provincie en herinvesteerde in een agrarisch bedrijf in Didam, niet ver van Oud-Zevenaar.
Hij begint met zijn positieve ervaringen. “Door de minimale grondbewerking is er wat gebeurd in de bodem. Meer bodemleven, meer koolstof, de grond heeft een kruimelstructuur gekregen. Volgend jaar gaan we dat meten. Ik ben ervan overtuigd dat het niet gebruiken van kunstmest en bestrijdingsmiddelen in combinatie met minimale grondbewerking het productievermogen van de grond ten goede komt.” Ook is hij positief verbaasd over de buurt. “Mensen hier in de buurt, boeren en burgers, ze stonden klaar om mee te helpen. Mooi om mee te maken.”
Freesmessen te smal
Een van problemen was het frezen van de plantstroken. De GPS-gestuurde combinatiebewerking van frezen en klepelen verliep moeizaam. De freesmessen bleken te smal waardoor de afstand tussen de plantrijen varieerde. Ook de bovengrond was onvoldoende rul om de bietenplanten goed in de grond te krijgen. “Daardoor kostte het planten veel tijd en wortelden de jonge planten minder goed.” Volgend jaar hoopt hij de voorbewerking in de rijen te verbeteren, vooral met bredere freesmessen. Daar ben ik naar op zoek.”
Dramatischer was de hevige concurrentie van het gewas tussen de rijen (gras/klaver) en de kolen en voederbieten. Met een eenrijige zodesnijder was het de bedoeling de groei van het gras te stoppen. Dat mislukte op een groot deel van het areaal omdat het gras inmiddels te hoog stond. Ook met een tweede, bredere machine lukte dat niet of nauwelijks. Hij kwam er niet meer doorheen.
Ook het rollen van het gras was niet succesvol. “Ik wil volgend seizoen de grasmat voorafgaande aan het poten voorsnijden, 1 tot 2 centimeter onder de zode. Ik ben op zoek naar een machine die dan tegelijkertijd de zode omkeert. Daardoor verteren de wortels beter en vertraagt de grasgroei.”

Robuust teeltsysteem
De natte weersomstandigheden hadden een negatief effect. “Maar daar wil ik het niet op gooien. Ik wil toe naar een robuust teeltsysteem met een goede opbrengst, of het nu droog of nat is.”
Overigens was het afgelopen juni een paar weken warm en droog, net nadat de kolen en bieten waren geplant. De beregening verliep moeizaam, vooral door een gebrek aan goede apparatuur. Hij gebruikte hiervoor eerst een giertank met sproeikop en vervolgens een haspel. In beide gevallen was dat niet ideaal. “Ik hoop volgend jaar gebruik te kunnen maken van een spuitboom met slangen en sectieafsluiting. Dat biedt de mogelijkheid om precies te beregenen. Zo’n machine moet echter nog worden gemaakt. Ik heb geen linkse handen, maar dat krijg ik zelf toch niet voor elkaar.”
Vooruitlopend om volgend seizoen zegt Nieuwenhuis: “Misschien moet ik volgend jaar mijn percelen vooraf helemaal bewerken, dus met een schone lei beginnen. Of overschakelen op een groenbemester tussen de rijen. Dat maakt het allemaal makkelijker, maar is voor de kwaliteit van de bodem minder goed. Ik ben op zoek naar een tussenweg.”
Naar meer gewassen
Hij heeft al plannen voor volgend teeltseizoen. Hij is in gesprek met de biologische afzetorganisatie PUURland die groentepakketten afzet in Arnhem en omgeving. Om concrete afspraken over verkoop te kunnen maken, is het nodig om meer gewassen te telen. Hij denkt aan zoete aardappel, zonnebloemen, suikermaïs, pastinaak, radijs, peen en bijvoorbeeld rabarber. Meer variëteit aan gewassen geeft volgens hem een extra stimulans aan de biodiversiteit onder en boven de grond. En dat maakt het weer beter mogelijk op plagen met natuurlijke predatoren te bestrijden.
Misschien een nog wel belangrijker plan, hij is op zoek naar een groenteteler die hem een paar dagen per week assisteert. “Ik ken mijn beperkingen. Als ik een tuinder vind met ervaring met de teelt van veel verschillende gewassen kan ik daar veel van leren. Bovendien heb ik dan meer tijd om de mechanisatie goed op de rit te krijgen.”