‘Boer wil wel veldbonen telen, maar saldo nog te laag’
12 April 2023 door Ronald Buitenhuis
De vraag naar eiwitrijk voedsel groeit, mede dankzij de eiwittransitie. Met name veldbonen bezitten veel eiwit. Maar zijn bonen een interessant (wissel)gewas voor de boer? Onderzoeker bij de WUR – Ruud Timmer – geeft antwoord op de vraag of Nederland weer bonenland kan worden “Er zijn kansen, maar we moeten wel realistisch zijn. Het rendement moet omhoog.”
De boon is een klein beetje terug van weggeweest in Nederland. In de jaren 1980–’90 waren de droge peulvruchten populair, voornamelijk dankzij subsidies. Toen werden nog op zo’n 35.000 hectare groene erwten geteeld in Nederland. Nu is dat voor de erwt nog maar een paar honderd hectare. Hetzelfde geldt voor de veldboon. Was dat decennia geleden 15.000 hectare, dat ging bijna terug naar nul, en ligt nu weer op zo’n 2.000 hectare. Ruud Timmer: “Met name door de toegenomen vraag naar eiwitrijke grondstoffen, onder meer voor vega-producten, neemt de interesse wel weer wat toe.”
Nederland bonenland?
Dat die vraag naar veldbonen, erwten en bruine bonen de komende jaren verder zal gaan stijgen gezien de maatschappelijk discussie en de vraag naar eiwitten, daar twijfelt Timmer niet aan. Wel of die bonenteelt in Nederland gaat plaatsvinden. “Laat duidelijk zijn: de vraag naar eiwitten en bonen gaat komen. Maar in Nederland is grond duur. De arbeidskosten zijn hoog, de machines prijzig en de arealen klein. Over de grens (Duitsland, Engeland, Denemarken) zie je dat daar makkelijker saldo te behalen is met bonen omdat daar veel meer schaalgrootte is. En grote arealen graan waardoor je wat makkelijker ook bonen kunt telen als wisselgewas. Je ziet nu al dat food-producenten bonen uit het buitenland halen. omdat ze daar lager in prijs zijn. Wil de Nederlandse boer iets gaan verdienen aan bonen, moet er wel iets met de prijs gaan gebeuren. Die moet omhoog en niet omlaag. Vooralsnog kunnen bonen niet concurreren met uien, aardappelen en pakweg wortelen. Zelfs niet altijd met graan.”
Niet helemaal kansloos
Helemaal kansloos is het ook weer niet voor ‘de boon’. Timmer: “Op sommige plekken in Nederland is het prima als wisselgewas te telen. Maar omdat we relatief weinig graan hebben, is het wel zoeken naar hectares.” Timmer denkt aan de zwaardere kleigronden waar minder rooivruchten worden geteeld en meer graan, of zandgronden met veel maïs als potentiële teeltplekken voor bonen.
Voor melkveehouders kan veldbonen een mogelijkheid zijn om meer eiwitrijk krachtvoer van eigen land te halen. En misschien is er qua rendement iets te halen uit de eco-gelden van de GLB-regelingen. Timmer: “Maar er ligt ook een uitdaging voor ons als onderzoekers. Het onderzoek naar een hogere opbrengst en een hoger eiwitgehalte in bonen, heeft lang stil gelegen. Ook is de oogst nog niet stabiel genoeg. Op de Boerderij van de Toekomst in Lelystad hebben we bijvoorbeeld enorme fluctuaties gezien in opbrengst van bonen. De teeltomstandigheden voor bonen in Nederland zijn in principe prima. Maar dat geldt ook voor de andere gewassen. En die leveren nog net even meer op.”
Tekst gaat onder foto verder

Als er kansen liggen voor bonenteelt, dan denkt Timmer primair aan grondstof voor vleesvervangers. “Ik denk niet dat we de directe consumptie van peulvruchten in Nederland heel makkelijk omhoog kunnen krijgen.”
Overall zegt Timmer op de vraag of Nederland weer een bonenland kan worden: “Ik ben absoluut niet pessimistisch. Er zijn zeker kansen. Maar we moeten ook realistisch zijn. Voor een goed saldo moet er nog wel wat gebeuren.”