Dronezaai groenbemester: toevoeging aan onderzaai met trekker

20 March 2026 door Leo Tholhuijsen (tekst); Jan Willem Schouten (beeld)

Akkerbouw Drones

Dronezaai van een groenbemester in maïs kan helpen het probleem te verkleinen van het krappe tijdvenster om met de trekker in te zaaien. Die conclusie trekt onderzoeker Frank Hollewand van Wageningen University & Research (WUR) uit een test met dronezaai van een grasgroenbemester vorig jaar augustus op WUR-proefboerderij De Marke in Hengelo (Gld.).

Op het twee hectare grote perceel 17.1 van de proefboerderij werd op 13 augustus 2025 met een drone 25 kilo Italiaans raaigras gezaaid. Het zaad had geen kleicoating. De maïs was zover dat de pluim er in zat. Een dag later volgde een beregening van 20 à 25 millimeter. ‘Eventuele graszaadjes die in de maïsplant zouden zijn blijven hangen, zullen daarmee ook wel naar beneden zijn beregend’, vermoedt Hollewand.

Hoogtekaart van perceel 17.1. Hoogte verloopt van licht (laag) naar donker (hoog). De aanslag is het best op de lagere stukken van het perceel.

Dronezaai alternatief voor trekkerzaai

Hollewand maakt duidelijk dat het niet gaat om een strakke vergelijking van klassieke onderzaai en onderzaai met een drone. ‘We weten dat het zaaien met een drone kan. Dat is ook wel meer en eerder gebeurd. Ook hier op De Marke is het ook al een keer eerder gedaan. Het is deels ervaring op doen. En wat we nu ook hebben gedaan is opkomst bekijken.’ Op de vraag ‘kan-het ook-met-een-drone’, werkt het concept überhaupt? Luidt het antwoord: Ja. In die zin dat dronezaaien een alternatief kan zijn als zaaien met de trekker niet lukt. Bij zaaien met de trekker tegelijk met de laatste schoffelbewerking is het tijdvenster namelijk vrij krap. Aan de ene kant doe je de laatste onkruidbestrijding liefst zo laat mogelijk. Daartegenover wordt na het zesde/achtste blad stadium de maïs te groot om er nog door te kunnen. Hierbij telt ook dat voor de bepaling van het juiste moment strijdige argumenten gelden. Voor de goede aanslag van het zaad is de grond liefst vochtig. Voor een goede afsterving van onkruid na het schoffelen is de grond liefst zo droog mogelijk. Daar komt vaak nog bij dat het in dat krappe tijdvak de vraag is of er een schoffel met zaaimogelijkheid beschikbaar is. Op De Marke is dronegezaaid vijf à zes weken voor het hakselen op 23 september.

Volgens WUR-onderzoeker Frank Hollewand kan dronezaaien een alternatief zijn als zaaien met de trekker niet lukt.

Bodembedekking van 5 tot 50 procent

Dan komt dronezaaien in beeld. Dat kan tot later, zeker is dat van belang als de maïs tot na 1 oktober blijft staan. Tegelijk met de vaststelling op De Marke van ‘Ja-dronezaaien-kan-ook’  moet ook gezegd worden dat de test van afgelopen seizoen nou ook weer geen daverend succes is. Op de beste plekken was de bodem 12 maart 2026 amper voor de helft met groen bedekt. Dat is dan inbegrepen muur en andere onkruiden, maar exclusief de niet zichtbare plantjes onder boombladeren. Op de minste plekken was 5 tot 10 procent van de bodem met groen bedekt. Het slechtst was het raaigrasbestand op de zandkop op het perceel, op een lager gedeelte en boomschaduw was de stand beter.

Stand van de groenbemester op perceel 17.1 van proefboerderij De Marke. Zichtbaar zijn de grote verschillen in aanslag van het Italiaans Raaigras.

Kleicoating optie

Hollewand wijt echter de wisselende opkomst niet aan de zaaitechniek, maar ‘zeer waarschijnlijk’ aan de eigenschappen van de bodem en omstandigheden. Onder meer een hoge zandkop in het perceel (zie hoogtekaart). Gezaaid is zoals gezegd met naakt zaad. Omhulling van het zaad met een kleicoating is een optie. Zo’n coating kan vocht vasthouden. Vraag is of dan de aanslag beter was geweest als, in combinatie met de beregening daags na zaaien, het Italiaans Raaigras zo’n kleicoating had meegekregen. Frank Hollewand voegt nog toe dat het interessant zou zijn geweest om te kijken naar hoe de verdeling is van het zaaizaad met een drone. ‘Dit kan op kale grond en op een perceel waar maïs staat zoals in praktijk gebeurt. Zo’n toevoeging maakt de vergelijking van de kansen van beide zaaisystemen interessanter.’

Grondbedekking gemeten op een gestandaardiseerde manier in een kader van een kwart vierkante meter. Boven de foto’s, onder de berekende bedekking van de bodem met groen. (foto’s/illustratie: Jean-Marie Michielsen (WUR)