Enorme besparing op middel door spotspraying ridderzuring
21 April 2023 door Leo Tholhuijsen
Na enkele jaar van uitproberen op kleinere schaal gaat Stef Ruiter van bloembollenbedrijf Ruiter-Wever in Andijk (N-.H.) dit seizoen de praktijk in met een plaatsspecifieke aanpak van ridderzuring in grasland bij melkveehouders, waarmee hij samenwerkt voor de tulpenteelt. Kort gezegd komt het er op neer dat eerst met behulp van een drone de zuring in kaart worden gebracht, waarna ze met de veldspuit pleksgewijs worden bespoten.

Ten opzichte van volvelds spuiten heeft dat verschillende voordelen: meer dan 90% besparing op onkruidmiddel, stikstofbinder klaver wordt gespaard en geen groeistagnatie van het gras waar niet gespoten wordt. Ten opzichte van handmatige spotspraying met de rugspuit geeft het werken met een taakkaart en veldspuiten een enorme arbeidsbesparing, waarbij ook nog eens de nauwkeurigheid toeneemt, mindere gemiste zuringplanten.
Melkveehouder Auke van Zanten in Andijk, bij wie zaterdag 15 april met de drone werd geïnventariseerd en maandag de 17de werd gespoten, kan de mate van groeistagnatie niet precies kwantificeren, maar vertelt dat het gras ‘een behoorlijke opdonder’ van een volvelds bespuiting krijgt.

Zuring is een lastig wortelonkruid, in die zin dat het bij onvoldoende bestrijding een hardnekkig probleem kan worden. Zuring concurreert met gras en de oliehoudende zaden passeren ongeschonden het inkuilproces en het maagdarmstelsel van de koe als het zaad mee worden geoogst. Met het uitrijden van de mest worden de volgende generatie zuring dan in feite weer uitgezaaid. En specifiek voor bollentelers is zuring lastig, omdat ze door de netten heen groeien en dan met het rooien een probleem geven.
Minder chemie past in overheidsstreven
Daarom is het belangrijk dat zuring voortdurend onderdrukt wordt. Niet alleen voor een goede teelt van gras, maar ook voor de bollenteelt. Ruiter streeft er namelijk naar om daarin de inzet van chemische middelen, waaronder herbiciden, te minimaliseren. De huidige praktijk is dat bij een lichte aantasting van een perceel de zuring met de hand wordt bestreden. Bij een zware bezetting wordt het onkruid volvelds met de spuitmachine bestreden.
Een lage bezetting van een perceel met zuring betekent dat het voorafgaand aan een bollenteelt niet eerst hoeft te worden doodgespoten. “We kunnen het dan direct mulchen, de toplaag met de frees ondiep fijnmaken. Dat geeft voeding aan de bodem en stimuleert het bodemleven. Op weg naar meer regeneratief landbouwsysteem.”
In samenwerking met melkveehouders houdt Ruiter-Wever een vruchtwisseling aan met gemiddeld eens in de acht jaar tulpenbollen. Soms tussendoor ook nog een groentegewas.
Het mulchen van grasland zonder eerst dood te spuiten met glyfosaat, past in de wens van landbouwminister Piet Adema om, vooruitlopend op een verplichting, alternatieven te gebruiken voor het doodspuiten van grasland, groenbemesters en vanggewassen. Uiterlijk 2025 zouden alternatieven verplicht worden, schreef hij half april aan de Tweede Kamer. Adema nodigt melkveehouderij-, akkerbouw- en bloembollensector uit om met alternatieven te komen voor het doodspuiten van grasland.
Markering op 4 centimeter nauwkeurig
Ruiter laat de perceelscans uitvoeren door het bedrijf ABDrone van Leks Bolderdijk in Stadskanaal. ABDrone maakt met een drone vanaf 40 meter hoogte zo’n 150 foto’s per hectare, en laat die foto’s via image stitching (aan elkaar naaien) combineren tot één beeld van het gehele perceel in hoge resolutie. Daarin worden de zuringplanten (of desgewenst andere planten) door een computeralgoritme gedetecteerd en dat is dan weer de basis voor de taakkaart die Ruiter 3 à 4 dagen na de dronevlucht krijgt aangeleverd.

De planten worden door de drone op de kaart vastgelegd met een nauwkeurigheid van 4 centimeter. Stef Ruiter heeft met de veehouders afgesproken om bij de bespuiting een cirkel met een diameter van 50 centimeter aan te houden, dus 25 centimeter rondom het hart van de plant. De spuitdoppen op de Agrifac-spuit zitten op een onderlinge afstand van 30 centimeter. “Dus gaan boven een zuring altijd twee doppen even aan”, licht Ruiter toe. “Met die 50 centimeter weten we zeker dat de zuring goed geraakt wordt. Ik denk dat we op den duur de cirkel wel kunnen verkleinen, dan kunnen we nog meer middel besparen.”
Precisietechniek voor ecoregeling
Zowel Bolderdijk als Ruiter vinden dat de besparing op herbicide, samen met de wens van minister Adema om niet meer dood te spuiten met glyfosaat, een stevig argument is om spotspraying van graslandonkruiden op te nemen in de ecoregeling. Als deze manier van werken in de ecoregeling punten oplevert, dan helpt dat boeren die het systeem toepassen, om eerder de score Brons (+€60/ha), Zilver (+€100/ha) of Goud (+€200/ha) te halen.
In de ecoregeling voor 2023 heeft precisielandbouw nog geen plek gekregen. Op aandringen van de Tweede Kamer wordt momenteel gewerkt aan het toevoegen van precisietechnieken per 2024 aan de 22 activiteiten die al in de regeling zijn opgenomen. Welke precisietechnieken dat zijn, staat nog niet vast.
Centrale rol voor loonwerker
Stef Ruiter begint nu met spotspraying bij de telers waarmee hij in West-Friesland land ruilt. “Maar deze aanpak is niet per se iets wat met de bollenteelt samenhangt. Wij werken hier toevallig al samen met de melkveehouders en wij hebben de machines. In feite kan iedere melkveehouder in Nederland er mee aan de slag. Tenminste als hij een loonwerker in de buurt heeft die een spuit heeft of wil aanschaffen met de mogelijkheid van spotspraying. Mooi zou zijn als loonbedrijven in een bepaald gebied een coördinerende zouden gaan spelen; dat ze de plaatsspecifieke onkruidbestrijding als dienst gaan aanbieden aan klanten. Ze zouden het maken van de taakkaarten kunnen regelen en vervolgens de bespuiting uitvoeren. Het systeem is zo uit te rollen.”

