Met NIR-sensor grasland bemesten op kilo’s stikstof per hectare

23 October 2026 door NPPL

Gewassen benutten stikstof uit dierlijke mest beter door te bemesten op basis van N-gehalte in drijfmest per hectare in plaats van aantal kuub per hectare. Daartoe is een NIR-sensor op een zelfrijdende mesttank van loonbedrijf De Samenwerking in Elsloo (Fr.) gemonteerd. Met de sensor, die continu de mestsamenstelling analyseert, is bemesten op maat mogelijk. ‘Het draait om betere nutriëntenbenutting uit dierlijke mest.’

‘Vanwege afschaffing van derogatie mogen melkveehouders steeds minder dierlijke mest aanwenden op hun grasland. Daardoor neemt het belang van nauwkeurige toediening van drijfmest toe’, zegt Marcel Betten. Als adviseur begeleidt hij studiegroepen in het project Optimale Nutriëntenbenutting Fryslân (ONF) en hij werkt bij loonbedrijf De Samenwerking.

Mestspecifieke ijklijn op basis putmonsters

NIR staat voor Nabij InfraRood-spectroscopie, een veelgebruikte techniek voor het analyseren van allerhande vaste en vloeibare stoffen. Van bloed tot melk, van paprika’s en komkommers tot suikerbieten en van ruwvoer tot organische mest. Een NIR-meting is altijd indirect. Dat wil zeggen dat het resultaat van de meting van de reflectie van de infrarood lichtstraal op de (vloei)stof, vergeleken wordt met de resultaten van eerdere metingen, die de fabrikant van de NIR-sensor verwerkt in een ijklijn of kalibratielijn. De nauwkeurigheid en compleetheid van de ijklijn bepaalt de nauwkeurigheid van de NIR-meting. Hoe meer metingen beschikbaar zijn, hoe nauwkeuriger de ijklijn is. Het voordeel een NIR-sensor is dat deze continu meet en dat het resultaat van een meting direct bekend is. In het geval van drijfmestanalyse weet je direct hoeveel stikstof, fosfaat, kali en droge stof er in bepaalde mest zit. Je hoeft dus niet te wachten op het resultaat van de analyse van één specifiek mestmonster door een laboratorium. Ook zie je met een NIR-sensor direct de verschillen in mestsamenstelling bij het leegzuigen van een mestput of -bassin en tussen verschillende vrachten aangevoerde mest.

Constante

In het algemeen rijden boeren standaard een bepaald hoeveelheid drijfmest in kuubs uit op een hectare. ‘Dit is qua stikstofverdeling onnauwkeurig, omdat het N-gehalte in drijfmest nogal varieert. Niet alleen tussen vrachten, maar er is ook veel variatie boven of onder in een mestput en zelfs in de mesttank’, vertelt Betten. ‘Met een NIR-sensor op een mesttank die continu het N-gehalte meet, is het wel mogelijk om constant de gewenste hoeveelheid stikstof op de juiste plek te bemesten.’ De Samenwerking werkt samen met diverse partijen om via een demo te laten zien wat er mogelijk is met precisiebemesting met NIR-analyse van drijfmest tijdens het uitrijden (zie kader hieronder).

Demonstratie NIR-sensor voorjaar 2027

In het voorjaar 2027 vindt de demonstratie plaats. Het doel is laten zien hoe precisiebemesting van grasland met toepassing van de NIR-sensor mogelijk is. De techniek van het toedienen van dierlijke mest met behulp van een NIR-sensor op grasland is niet nieuw. In 2019 experimenteerde Ad van de Velde, melkveehouder in Kantens, in NPPL al met deze techniek. https://www.proeftuinprecisielandbouw.nl/variabel-kunstmest-strooien-grasland-werkt-in-de-praktijk/ De techniek ontwikkelt door en er is meer urgentie om efficiënter met nutriënten uit meststoffen om te gaan. Met de demo willen de samenwerkende partijen laten zien hoe veehouders precisiebemesting van grasland kunnen uitvoeren. Precisiebemesting begint met het maken van een voerplan, een beweidingsplan, een oogstplan en een hierop afgestemd bemestingsplan. Vervolgens kunnen veehouders, vaak via hun loonwerker, precisiebemestingstechnieken inzetten om nauwkeurig te bemesten. Tot nu toe is er geen subsidie vanuit de overheid beschikbaar voor loonwerkers voor aanschaf van een NIR-sensor. “Om precisiebemesting op grasland te stimuleren, zou het goed zijn dat overheden subsidies beschikbaar stellen voor de aanschaf en gebruik van NIR-sensoren”, zegt Marcel Betten.
Realisatie van de demonstratie is mogelijk gemaakt vanuit het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW)-project ONF en het project Nationale Proeftuin Precisielandbouw (NPPL+R). De partijen die hierin samenwerken zijn: loonbedrijf De Samenwerking, Vantage Agrometius, Dinamica Generale, Agri Oplossingen en Betten Advies.

Demo in 2027

In een demonstratie in 2027 willen de samenwerkende partijen de hoeveelheid aangewende stikstof in relatie tot grasopbrengst en -kwaliteit voor beide methoden laten zien. ‘We vergelijken percelen waar drijfmest is uitgereden op basis van N-gift per hectare en percelen met traditionele drijfmestaanwending op basis van kuubs per hectare. Komend jaar gaan we een stikstofbalans opstellen en meten we de grasopbrengst en graskwaliteit. Tijdens het uitrijden op stikstof meet de NIR-sensor ook de variatie in fosfaat- en kaligehalten van de toegediende mest. Daarmee is bijbemesting met kali mogelijk in de gewenste hoeveelheid kilogrammen per hectare op basis van taakkaarten.’ De demo vindt plaats op een grasperceel van een deelnemer van de ONF-studiegroep. ‘Voorafgaand aan de drijfmestaanwending met NIR-analyse op de mesttank, maken we eerst een bodemscan en stellen we een bemestingsplan op’, zegt Betten.

NIT-sensor op mesttank

Een betrokken partij in de demo is onder andere Agri Oplossingen, die de NIR-sensor op de mesttank van De Samenwerking heeft gebouwd. En Vantage Agrometius die is gaan samenwerken met het Italiaanse bedrijf Dinamica Generale, waar de NIR-sensor vandaan komt. ‘De NIR-sensor wordt in een buis van de mesttank geplaatst met een zogenoemd skateboard waarin een glazen flens zit. Het licht van de NIR-sensor schijnt door de flens en dat geeft een bepaalde kleur licht in de buis. Het deel wat weerkaatst, de meting, wordt vergeleken met een ijklijn. ‘We kunnen iedere ijklijn vergelijken met labresultaten en bijsturen, waardoor ze hetzelfde weergeven als de feitelijke mestmonsteranalyses’, vertelt Gosse Koerts van Agri Oplossingen. Volgens Thomas Roerink van Vantage Agrometius slaagt precisiebemesting alleen als de data van de NIR-sensor zo dicht mogelijk bij de werkelijkheid komt. We werken met mestspecifieke ijklijnen voor vier soorten mest: koemest, varkensmest, digestaat en mengmest, waardoor de nauwkeurigheid toeneemt.
De sensor communiceert via gps en Isobus met de computer op de mesttank en stuurt de pomp aan voor de juiste gift op de juiste plek. ‘Ofwel hoeveel kuubs nodig zijn om de juiste hoeveelheid N in kilo’s op de juiste plek te krijgen. Per plek wordt ook vastgelegd hoeveel mest daar is toegediend en het K- en P- gehalte in de mest op die plek is ook bekend. Daarmee is specifiek bijbemesten met K en P mogelijk. Wij hopen daarmee de grasopbrengst, graskwaliteit en het rendement van veehouders te verbeteren en uitspoeling naar het milieu te verlagen’, zegt Betten. 

Hoe werkt NIR of Nabij InfraRood-spectroscopie?

NIR staat voor Nabij InfraRood-spectroscopie, een veelgebruikte techniek voor het analyseren van allerhande vaste en vloeibare stoffen. Van bloed tot melk, van paprika’s en komkommers tot suikerbieten en van ruwvoer tot organische mest. Een NIR-meting is altijd indirect. Dat wil zeggen dat het resultaat van de meting van de reflectie van de infrarood lichtstraal op de (vloei)stof, vergeleken wordt met de resultaten van eerdere metingen, die de fabrikant van de NIR-sensor verwerkt in een ijklijn of kalibratielijn. De nauwkeurigheid en compleetheid van de ijklijn bepaalt de nauwkeurigheid van de NIR-meting. Hoe meer metingen beschikbaar zijn, hoe nauwkeuriger de ijklijn is. Het voordeel een NIR-sensor is dat deze continu meet en dat het resultaat van een meting direct bekend is. In het geval van drijfmestanalyse weet je direct hoeveel stikstof, fosfaat, kali en droge stof er in bepaalde mest zit. Je hoeft dus niet te wachten op het resultaat van de analyse van één specifiek mestmonster door een laboratorium. Ook zie je met een NIR-sensor direct de verschillen in mestsamenstelling bij het leegzuigen van een mestput of -bassin en tussen verschillende vrachten aangevoerde mest.