Plaatsspecifieke herbicidebespuitingen hebben resultaat

Hoewel de 4 variabele bespuitingen met bodemherbicide resultaat lijken te hebben, is Bart van Loon terughoudend over de gerealiseerde besparing. Ontevreden is hij over de beschikbaarheid van satellietbeelden.

Het is begin juli als Bart van Loon samen met NPPL-expert Koen van Boheemen van Wageningen Plant Research – Agrosysteemkunde en adviseur Sander Dekker van CAV Agrotheek door de uien van perceel E35 van 18,0 ha loopt. Ze bekijken de stand van het gewas en de onkruiddruk. Op basis van bodemscans met de passieve gammasensor van Eddie Loonstra en het verschil in lutumgehalte is het perceel eerder opgedeeld in 3 zones, met elk hun eigen adviesdosering bodemherbicide.

Praktijk anders dan verwacht

Bart: “Het was de bedoeling om de standaarddosering aan te houden en dan traploos te variëren op de lichtste grond tot -20%. Maar dat pakte in de praktijk toch anders uit. Dit perceel is in totaal 4 keer variabel bespoten. Eenmaal met 1 liter Stomp 400 SC met ¼ liter Grounded per ha. En daarna nog 3 keer met ½ liter Stomp 400 SC, ½ liter Pyramin DF en een ½ liter Chloor IPC 40%. Eigenlijk wilde ik meer variëren, maar op basis van het lage lutumgehalte liet de VRA Bodemherbicide app van Akkerweb dat tijdens de eerste bespuiting nog niet toe (tijdens de volgende bespuitingen wel). Tijdens de eerste bespuiting met de taakkaart wilde ik met minder water spuiten, maar dat kon niet.”

Bart van Loon, Koen Boheemen en Sander Dekker bekijken de onkruiddruk in de uien op perceel E35. Dit perceel is vier keer variabel bespoten met bodemherbicide. - Foto's: Jan Willem Schouten
Bart van Loon, Koen van Boheemen en Sander Dekker bekijken de onkruiddruk in de uien op perceel E35. Dit perceel is vier keer variabel bespoten met bodemherbicide. – Foto’s: Jan Willem Schouten

20% gevarieerd

Bij de tweede tot en met de vierde bespuiting is 20% in middel gevarieerd. Bart schat nu in dat hij bij elke bespuiting 10% middel per hectare heeft bespaard. “Uitgaande van kosten van €50/ha is dat een besparing van €5/ha per keer, in totaal €20/ha. Dat valt mij tegen. Ik hoop dan ook op een meeropbrengst op die plekken waar we de uien minder met bodemherbicide ‘gepest’ hebben. De meeropbrengst hiervan bepalen is erg lastig omdat je geen goede nulmeting kunt doen vanwege de bonte grond. Met opbrengstmeting op de uienlader kun je de opbrengst weliswaar goed in kaart brengen, maar vanwege de hoge kosten daarvan gaan we dat niet doen. Bovendien spelen er meer factoren mee dan middelengebruik om een plant optimaal te laten groeien. En we hebben een lastig jaar met de droogte.”

Koen vult aan: “Een besparing van €20 valt misschien niet mee, maar naast de meeropbrengst die hopelijk gerealiseerd wordt, is er winst voor het milieu doordat er minder middel gebruikt is.”

Door waterschade in de vorm van slemp staan de uien hier wat dunner. "Straks bekijken we of we deze plek ook op satellietbeelden van BIOSCOPE terugzien."
Door waterschade in de vorm van slemp staan de uien hier wat dunner. “Straks bekijken we of we deze plek ook op satellietbeelden van BIOSCOPE terugzien.”

Egale onkruiddruk

Net voor opkomst voerde Bart een uniforme bespuiting uit met Reglone om het gekiemde onkruid te bestrijden. Tijdens de teelt is er nog gespoten met contactmiddelen (niet gevarieerd) omdat de weersomstandigheden niet gunstig genoeg waren voor een bodemherbicide en de onkruiden hier ook te groot voor werden.

Ook schoffelde hij het perceel uien een keer. “Het perceel toont begin juli niet helemaal schoon, maar ik kan ook niet zeggen dat op de plekken waar minder gespoten is meer onkruiddruk is”, zegt Bart. Hij realiseert zich dat de bespuitingen met contactmiddelen de uitkomsten van proef met bodemherbicide kunnen beïnvloeden. Koen: “Maar belangrijk is dat je aangeeft een egaal onkruidbeeld te zien.”

Iets verderop staan de uien net even wat minder. “Hier zit waterschade in de vorm van slemp en daardoor missen hier behoorlijk wat uien,” zegt Bart. “Ik ben heel benieuwd hoe en of we dit gaan terugzien op de satellietbeelden zodat je daar volgend jaar tijdens de teelt rekening mee kunt houden”, zegt Koen.

Weer geen satellietbeelden

Voor die satellietbeelden sloot Bart voor €450 een basisabonnement af voor 150 ha bij BIOSCOPE in de hoop zo meer van zijn gewassen te kunnen leren en mogelijk ook aaltjes te kunnen opsporen. De beschikbaarheid van satellietbeelden blijkt echter een probleem. “Er vallen gaten in de beschikbaarheid van bijna een maand. Dat schijnt te komen doordat ons bedrijf op de scheidslijn van 2 satellietbanen ligt en er sprake is van waterdamp van het IJsselmeer, de Waddenzee en de Noordzee. Dat laatste vertroebelt de satellietbeelden.”

De satellietbeelden komen niet binnen in Akkerweb, maar gelukkig heeft Koen ze achter de hand. Op de 10 dagen oude beelden is de mindere plek in de uien niet terug te zien.
De satellietbeelden komen niet binnen in Akkerweb, maar gelukkig heeft Koen ze achter de hand. Op de 10 dagen oude beelden is de mindere plek in de uien niet terug te zien.

Een ander aspect dat Bart frustreert is dat de koppeling tussen Akkerweb en BIOSCOPE hapert, waardoor de satellietbeelden niet in Akkerweb binnenkomen. Achteraf blijkt dat een op zichzelf staand geval dat door de programmeurs van Akkerweb opgelost wordt. “Daarom heb ik een Crop-R account aangemaakt in de hoop dat de meest recente satellietbeelden daarin wel te zien zijn.” Bij binnenkomst blijken de meest recente beelden opnieuw niet beschikbaar te zijn in Akkerweb noch in Crop-R. Maar gelukkig heeft Koen de beelden voorafgaand aan de bespreking per e-mail ontvangen van BIOSCOPE.

Andere hoek

Bij het zien van het 10 dagen oude satellietbeeld van perceel E35 concluderen Koen en Bart al snel dat het beeld minder goed overeenstemt met wat op het perceel te zien is dan verwacht. Bart: “Volgens mij ligt dat aan de ligging van het perceel die iets meer gekanteld is zodat de satelliet onder een andere hoek kijkt. Ook is de invloed van de hogere dijk langs het perceel op de beelden te zien.”

“En dat in combinatie met het feit dat die satelliet dus al ver langs vliegt denk ik dat dat in dit gebied best wel een probleem kan zijn”, vult Koen aan. Bart besluit: “De plekken waar de uien dun staan, komen ook niet heel duidelijk op de beelden naar voren. Maar dat kan komen doordat die plekken klein zijn en niet terugkomen op de 10×10 m grote pixels van de satellietbeelden.”

Deelnemer

Technieken