Ritnaalden monitoren en juiste rotatie toepassen
22 June 2026 door Janet Beekman (beeld en tekst)
Telers zien steeds vaker problemen met ritnaalden. Niet alleen in mais en aardappel, maar ook in suikerbieten en andere gewassen. Oorzaken zijn minder toegelaten insecticiden, meer groenbemesters en grasachtigen in rotaties en een milder klimaat. De juiste rotatie en het risico goed inschatten, helpt de schade te beperken. Het onderwerp stond centraal in de vraag-maar-raak-sessie tijdens de Akkerbouwdag 2026.
In Nederland zorgen ritnaalden voor schade in maïs en aardappelen. In maïs leidt dat tot aangevreten jonge planten en plantwegval. En ritnaalden vreten gaatjes in aardappelknollen en peen, wat leidt tot kwaliteitsproblemen. ‘Maar ritnaalden beperken zich niet tot maïs- of aardappelpercelen. We zien ook steeds meer schade door ritnaalden in bijvoorbeeld graangewassen, suikerbieten, gladiolen en asperges’, zegt WUR-onderzoeker Hilfred Huiting tijdens de Vraag-maar-raaksessie: hoe houden we ritnaaldschade beheersbaar. Het is algemeen bekend dat problemen met ritnaalden toenemen na het scheuren van grasland. ‘Maar ook onderzaai van grassen in maïs en inwerken van groenbemesters en vanggewassen kunnen het probleem vergroten. In blijvend grasland is de ritnaaldpopulatie hoger dan in tijdelijk grasland en op akkerland. De eiafzet is op akkerland lager dan op grasland en larven overleven beter in grasland.’ Ritnaalden zijn de larven van de kniptor met een meerjarige levenscyclus (drie tot vijf jaar). ‘Ei-afzet vindt plaats tussen eind mei tot half juli. Een kniptor zoekt beschutting bij de ei-afzet. Gras, (winter)graan, een vanggewas of onderzaai kan daarom aantrekkelijk zijn voor de torren’, zegt Huiting. ‘Of een populatie groter wordt, hangt af van de ei-overleving en niet van een tweede vlucht van de kniptor.’
Meer preventief werken
Tjalling Douma, voormalig productmanager pootaardappelen bij Agrico, geeft aan dat het chemisch bestrijden van ritnaalden steeds moeilijker wordt. ‘Er zijn steeds minder middelen beschikbaar, die ook nog eens minder effectief zijn tegen ritnaalden.’ Telers kunnen de granulaten Force Evo, Karate of nemathorin inzetten. Nemathorin is het meest effectief en werkt ook tegen alle aaltjes in aardappelen. Het is alleen de vraag of telers nemathorin na de vervaldatum van 31 januari 2027 ook nog mogen gebruiken. Volgens Douma is waarnemen en monitoren erg belangrijk. ‘Heb je een graan als voorvrucht, dan kun je met feromoonvallen in dit gewas een goed beeld krijgen van de populatie kniptorren. Als telers dan veel kniptorren vinden, kunnen ze beter op dat perceel afzien van aardappelen of mais na het graan.’ In het algemeen geldt dat telers voorafgaand aan een teelt een goede inschatting moeten maken van het risico op schade door ritnaalden. Risicofactoren zijn meerjarig grasland, gras of maïs als voorvrucht en veel grasachtigen in de buurt. ‘Wanneer je veel schade verwacht, pas dan de gewasrotatie aan’, zegt Huiting.

WUR-onderzoeker Hilfred Huiting vertelt over de levenscyclus van ritnaalden, de larven van kniptorren, en de mogelijkheden om de schade door ritnaalden zoveel mogelijk te beperken.
Houden niet van nattigheid
Er zijn ook goede resultaten geboekt met inzet van nematoden tegen ritnaalden. ‘Zet zo’n bespuiting in bij natte omstandigheden, dat is het meest effectief. Want ritnaalden houden niet van nattigheid en migreren in natte grond naar boven naar de knolzone. Ook biostimulanten toepassen, kan helpen. Daarmee maai je het gewas weerbaarder. Huiting vult aan: ‘Als grasland de voorvrucht is, geeft later scheuren in het voorjaar minder schade. De verterende graszode biedt dan alternatief voedsel aan voor de ritnaalden, waardoor ze zich minder voeden met een gevoelig gewas.’ De onderzoekers van HLB onderzoeken het effect van groenbemesters op ritnaalden. ‘De populatie ritnaalden kan toenemen in grasachtige groenbemesters. Aan de andere kant kunnen sommige groenbemesters het aantal ritnaalden mogelijk reduceren’, zegt Huiting. ‘Canadees onderzoek laat veelbelovende resultaten zien met bruine mosterd en boekweit. Ze tasten de groei van een ritnaald aan. Maar het vreten van boekweit kan ook leiden tot fysische vergroeiingen waardoor de ritnaald eerder dood kan gaan.’