Robots en rijpadenmechanisatie tonen resultaten op demodag

22 October 2021 door NPPL

Op 14 oktober toonden NPPL, SMARAGD en de Boerderij van de Toekomst hoe je met robots en innovatieve mechanisatie bodemverdichting kunt voorkomen.

Aan animo geen gebrek. De 200 ‘plaatsen’ voor de demodag robotisering en rijpadenmechanisatie van 14 oktober op de Boerderij van de Toekomst in Lelystad (Fl.) waren in no time vergeven. Het programma trok vooral belangstellenden uit ‘de perifie’ waaronder talloze onderzoekers, adviseurs, fabrikanten, mechanisatiebedrijven en studenten. De primaire doelgroepen – akkerbouwers en loonwerkers – waren in beperkte mate aanwezig. Wellicht dat de mooiste dag van die week hen aan het oogsten hield. Sommigen bezoekers kwamen van ver voor de demo’s zoals uit Zeeuws-Vlaanderen en uit Zuid-Limburg.

Kritisch publiek

Wat opviel is dat de belangstellenden tamelijk kritisch staan tegenover de getoonde ontwikkelingen. Mede daarom leken concepten die het dichtst bij de huidige praktijk staan het positiefst betracht te worden. Misschien worden te disruptieve ontwikkelingen als te bedreigend gezien? Het is ook een teken dat nog lang niet duidelijk is in welke richting robotisering maar ook schaalverkleining zich in de toekomst gaat ontwikkelen. Soms is ook lastig in te zien hoe de toepassingen in te passen zijn in een huidige bedrijfsvoering. Tot die tijd dient zich vermoedelijk elke week wel ergens ter wereld een nieuw robotconcept voor de landbouw aan.

De Robotti 150D van het Deense AgroIntelli is een autonome werktuigendrager geschikt voor verschillende werktuigen. De tweerijige Dewulf loofklapper is een vroeg prototype aangepast voor autonoom gebruik. De robot is aangepast qua hydrauliek en ook de driepuntsophanging is aangepast. Hoewel de eerste tests succesvol waren, is de juiste automatische diepteregeling nog een uitdaging. Er zijn momenteel 24 Robotti’s verkocht. De 150D is leverbaar vanaf €165.000 en er zijn ook andere spoorbreedtes zoals 1,5 m in ontwikkeling. Foto: Rene Koerhuis

Beperkte demo’s

Eén van de robots, de AgroIntelli Robotti met aangepaste Dewulf loofklapper, demonstreerde niet omdat een diepteregeling nog niet goed functioneerde. Het is terecht een van de kritische geluiden want zonder trekker of zelfrijdende rooier met chauffeur erop moet controle op de werkzaamheden anders vorm krijgen.

Precies dat stipte medeorganisator Jan Kamp, teamleider product- en gewasinnovaties bij WUR Open Teelten in Lelystad op voorhand al aan: “We zien dat relatief basale toepassingen prima gaan met robots maar zodra het iets gecompliceerder wordt, is echte autonomie nog niet vanzelfsprekend.”

Een bezoeker vroeg zich af waarom van loofklappen en rooien in een werkgang teruggegaan wordt naar twee werkgangen. Vanuit Dewulf kwam daarop als antwoord dat het een concept is dat voor een aantal toepassingen zoals pootgoedteelt een aanvulling of alternatief kan zijn.

Abemec demonstreerde hun Robotti 150D met een lichte cultivator en een opbouwzaaimachine wel. Volgens Abemec is de robot interessant omdat die geheel zelfstandig kan werken en omdat groenbemester zaaien een relatief eenvoudige bewerking is en zodoende arbeid vervangt. Dankzij het lage gewicht van circa 3 ton is er zo min mogelijk bodemdruk. Voor de veiligheid hangt het werktuig tussen beide motorcompartimenten en is er een stootbumper aan de voorzijde. Er is een kopeind van 6 m nodig bij 3 m spoorbreedte. De getoonde Robotti kost €180.000. Foto: Rene Koerhuis

Andere omstandigheden

Dat de omstandigheden compleet anders waren dan een week eerder tijdens de demodag robotisering van Agro Proeftuin De Peel in Zeeland (N.-Br.), bleek wel uit de demonstraties van de AgXeed AgBot robottrekker, een tweede Robotti van Abemec en de Butterfly voorloze beddenploeg van Steverink Techniek.

Zo liep de nalooprol van de Amazone cultivator achter de AgBot vol en had de Robotti met cultivator en opbouwzaaimachine last van de ongelijke en natte zware grond. Controle op het zaaiwerk gebeurt met visuele camera’s en met een leegmeldsensor kan de tankinhoud in de gaten worden gehouden.

Tijdens de voorbereidingen voorafgaand aan de demodag leverde de Butterfly beddenploeg van bedenker Wim Steverink mooi ondiep en vlak werk. Dat concludeerde ook Derk van Balen, onderzoeker bedrijfssystemen en bodem bij WUR Open Teelten (zie tevens kader). Tijdens de demodag zelf bleek de aangepaste trekker die voor de ploeg stond iets te licht voor de relatief natte omstandigheden. Steverink werkt ondertussen vier jaar aan zijn ontwikkeling en heeft er inmiddels patent op gekregen.

De Steverink Butterfly rijpaden-/strokenploeg is bedacht is om een strook grond, het teeltbed, van 3 m breed in één werkgang te ploegen zonder begin- en eindvoor. De ploeg ploegt ondiep zoals een ecoploeg, 10 cm diep tijdens de demonstratie en is sinds vier jaar in ontwikkeling en nog niet op de markt. Lichtere gronden ploegen gaat goed, zwaardere nog minder goed. Steverink verwacht er markt voor in onder meer Nederland, Denemarken, Duitsland, Polen, Frankrijk. De prijs zal naar verwachting tussen €30.000 en €35.000 liggen. Foto: Rene Koerhuis

Rijpaden en dan?

De Boerderij van de Toekomst demonstreerde zelf haar nieuwe relatief lichte tweerijige AVR Spirit 5200 met 6 tons tussenbunker, 3,15 m spoorbreedte, rupsonderstel en axiaalset. De bedrijfsleiders selecteerden het formaat rooier zorgvuldig om met een zo licht mogelijke combinatie te kunnen rooien in een teeltsysteem met 3,0 m brede beddenteelten en vaste rijpaden, ook wel controlled traffic farming of CTF genoemd. Tijdens de demo’s was de machine tevens uitgerust met het visuele opbrengstmeetsysteem dat Wageningen Universiteit en Research momenteel ontwikkelt.

Ondanks de zorgvuldige keuze kon het concept rekenen op vragen over bijvoorbeeld wegtransport, het kostenplaatje en de praktische haalbaarheid van 3 m brede bedden-/strokenteelt. De demo was dan ook vooral bedoeld om te tonen wat er al kan om te rooien vanaf rijpaden en daarbij bodemverdichting te beperken. Jan Kamp daarover: “Met onze onderzoeken en praktijkdemonstraties hopen we de wisselwerking met fabrikanten te versterken en zo kleinschalige autonome oplossingen te stimuleren.”