Proef met vergelijking negen bodemvochtsensoren van start

05 May 2021 door NPPL

Onderzoekers van Wageningen University & Research (WUR) en Aeres Hogeschool Dronten zijn voor de Nationale Proeftuin Precisielandbouw (NPPL) op 3 mei gestart met een vergelijkingstest van negen verschillende bodemvochtsensoren. De tests worden uitgevoerd op twee aardappelpercelen met zandgrond en kleigrond.

Bodemvochtsensoren kunnen het vochtgehalte in de bodem meten. Telers gebruiken die informatie bijvoorbeeld om een inschatting te maken van de vochtigheid van de grond die wordt gebruikt. De data worden ingezet als onderbouwing adviezen voor beregening en zijn daarmee belangrijk voor precisielandbouw.

Negen leveranciers

Voor het onderzoek hebben zich inmiddels meer dan negen bekende leveranciers aangemeld. Het gaat om Dacom, Sensoterra, Agrometius, RMA, Aquafeed, Farm21, Estede, AgroExact en Quantified. Iedere leverancier levert een sensor uit zijn arrangement -in hun ogen- het beste past bij de omstandigheden van de proef. De geleverde sensoren zijn allemaal per direct inzetbaar voor de praktijk.

Prijzen en mogelijkheden lopen uiteen

“Telers twijfelen vaak over welk type bodemvochtsensor het beste bij hun bedrijf past”, licht WUR-onderzoeker Jits Riepma toe. “Sommigen kosten € 100 per stuk, terwijl anderen richting € 1.800 gaan. Telers willen graag weten wat ze voor hun geld krijgen en waar die verschillen op gestoeld zijn. Met deze proef krijgen zij meer handvaten om te bepalen welke bodemvochtsensor geschikt is. De ene teler wil bijvoorbeeld het exacte vochtpercentage weten, terwijl een ander alleen kijkt naar trends.”

Twee proefpercelen

Voor de test zijn twee proefpercelen aangewezen. Eén zandgrondperceel van UniFarm in Wageningen en een perceel van Aeres Dronten met kleigrond. Op beide percelen wordt een normale situatie nagebootst. Bij de proef, die op 3 mei begon en vermoedelijk eind augustus wordt afgerond om een zo breed mogelijk spectrum aan weersomstandigheden te kunnen meten, bekijken onderzoekers de nauwkeurigheid van verschillende bodemvochtsensoren. Dat gebeurt aan de hand van vochtbepaling op basis van grondmonsters die als referentiewaarde worden ingezet. Zowel het vochtpercentage als de zuigspanning worden gemeten en vergeleken.

Verschillende monsters nemen

In het uiteindelijke verslag beschrijven de onderzoekers onder meer welke verschillen er zijn tussen de bodemvochtsensoren, die allemaal worden vergeleken met de waardes uit de vochtbepaling van grondmonsters. De monsters worden daarbij vanaf week 1 wekelijk genomen op drie dieptes variërend van 10 tot 50 centimeter. Behalve de vergelijking tussen verschillende metingen met de referentiewaardes van grondmonsters, worden ook zaken als gebruikersgemak, verschillen in meetmethode, communicatie en platformgebruik in kaart worden gebracht. Daarmee krijgen telers diverse relevante inzichten in de verschillende opties