‘We besparen al en willen nog veel verder gaan’

spuiten

In het voorjaar legden Pieter en Jan Pieter Evenhuis niet alleen de basis voor hun teelten zoals alle akkerbouwers. Het jaargetijde is ook bepalend voor alle opeenvolgende precisielandbouwactiviteiten. Variabele bespuitingen zijn daarbij het belangrijkst.

Plaatsspecifiek variabel werken vormt de kern van het aardappels poten en de gewasbescherming op het 720 grote areaal van vader Pieter en zoon Jan Pieter Evenhuis in Giethoorn (Ov.). In het bouwplan vormen 400 ha consumptieaardappelen het grootste areaal waarbij veel grond langjarig wordt gehuurd. Ze zijn ‘tweedejaars’ deelnemers aan het project Nationale Proeftuin Precisie Landbouw (NPPL).

(V.l.n.r.) Pieter en Jan Pieter Evenhuis in de bedrijfskantine in gesprek met Bram Veldhuisen, hun projectbegeleider vanuit Wageningen Universiteit & Research.

PWM-dophouders

Samen met leveranciers en met begeleiding van onder meer WUR-onderzoeker en NPPL-expert Bram Veldhuisen hopen ze de veldspuit een leidende rol te geven in plaatsspecifiek variabel werken. Daartoe werd een van de twee Agrifac Condor Endurance zelfrijders afgelopen winter voorzien van techniek van het jonge bedrijf BBLeap. Met die techniek, met zogenoemde pulserende ofwel PWM-dophouders, kan de dosering in theorie per dop, in dit geval elke 37,5 cm, traploos worden gevarieerd.

spuiten
De werking van de pulserende ofwel PWM-dophouders is op deze foto goed te zien. De dophouders openen en sluiten razendsnel en daarmee kan de dosering per dop variëren. Voor variabele doseringen en correcties voor het snelheidsverschil van spuitboomdelen in bochten.

Normaal gezien hebben spuitdoppen maar een beperkt afgiftebereik en een beperkt druppelspectrum en geschiedt variatie in afgifte per sectie. “Tot dusver blijft echter het aantal secties dat het Trimble gps-systeem aankan de beperkende factor en dat zijn er 30. Hierdoor werken we nu nog met secties van 1,5 m breed op onze 45 m brede veldspuit”, zegt Jan Pieter. “Niettemin hebben we al wel de eerste positieve ervaringen opgedaan met variabele toepassing van bodemherbiciden in de zaaiuien en plaatsspecifieke bestrijding van aardappelopslag in suikerbieten.”

spuitdop
De doppenkeuze voor pulserende doppen is nog beperkt. Dat wil zeggen: het aantal doppen op de lijst met driftreducerende doppen (DRD-lijst) is nog beperkt.

Besparingspotentieel vaak hoger dan gedacht

Pieter: “In de zaaiuien hebben we één van de vijf toepassingen van bodemherbiciden variabel kunnen doen. Jan Pieter maakt hiervoor zelf taakkaarten aan de hand van bodempotentie- en hoogtekaarten. De dosering varieerde van 100% (de standaard adviesdosering) tot 60% daarvan en dat per sectie van 1,5 m breed. De eerste toepassing overviel ons echter, die kwam 10 dagen eerder dan verwacht en dat overvalt je toch. Terugkijkend hadden we toch nog meer gewasschade dan verwacht. Je wilt het gewas uiteindelijk toch ook gewoon schoon hebben. Ik heb nog nooit meegemaakt dat de uien zo schoon waren. Achteraf denk ik dat we van 80 tot 40% hadden kunnen variëren. Het blijft wel lastig om de invloed van de vochttoestand van de bodem in te schatten. Vocht is een soort geleider voor bodemherbiciden en medebepalend voor het effect van bespuitingen. Het blijft een leertraject om gewasschade nog verder te beperken.”

Aardappelopslag

Voor de aanpak van aardappelopslag liet Evenhuis op twee percelen de aardappelplanten in kaart brengen door een dronepiloot van Dronewerkers. Elke aardappelplant groter dan 5 à 6 cm moest zodoende gekarteerd kunnen worden. “Hun algoritme vergde nog wel wat aanscherping omdat niet elke als geïdentificeerde aardappelplant er daadwerkelijk ook eentje was”, geeft Jan Pieter aan. Met de gemaakte taakkaart werd het middel Lontrel 100 per 1,5 m brede sectie toegepast en gevarieerd. “Zodoende hebben we tot 80% middel bespaard”, aldus Pieter. De dosering betrof 0,75 l/ha.

Direct na de bespuitingen kwam Jan Pieter nogal teleurgesteld en gefrustreerd terug het erf oprijden. “Op de terminal klopte de ingetekende kaart met de plaatselijke afgiftes, de zogenoemde as applied waarden, van geen kant. Daarop heeft BBLeap met vloeistofgevoelig papier en water de taakkaarten nog eens uitgevoerd. En wat denk je, spot on! Blijkt dat de Isobus van het gps-systeem te traag is om de as applied waarden correct te registreren. Tja, dat blijft de tol die veeleisende voorlopers betalen”, grapt Jan Pieter.

De door een drone in kaart gebrachte aardappelopslag in een perceel suikerbieten in beeld. In werkelijkheid stonden er een stuk minder aardappelplanten.

Ingehaald door het weer

Het idee om afhankelijk van de zwaarte van de grond de pootafstand te variëren moest vanwege tijdsdruk bij een idee blijven. Pieter: “Eigenlijk moet je vóór half maart al je plannen en taakkaarten voor het seizoen klaar hebben. Maar we zijn ingehaald door het weer en hadden de taakkaarten niet op tijd gereed. Helaas is variabel poten daardoor beperkt gebleven tot enkele werkgangen waar je eigenlijk geen conclusies aan kunt verbinden. Zeker niet omdat we nog altijd op zoek zijn naar een betrouwbaar opbrengstmeetsysteem om de effecten van variabel poten te kunnen evalueren.”

Vochtsensoren

Inspelen op het weer, dat hoopt Evenhuis actief te gaan doen met de bodemvochtsensoren van de nieuwe Nederlandse startup Agurotech. “Die draaien mee in een project van Wageningen Universiteit & Research voor de ontwikkeling van een bodemvochtmodel. Momenteel alleen nog in aardappelgewassen. Niettemin heb ik goede hoop dat zij een goede en betrouwbare sensor neer gaan zetten. Ik merk dat zij er echt voor lopen, ze zijn gretig”, benadrukt Jan Pieter.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Door op “Plaats reactie” te klikken ga ik akkoord met
de gebruikersvoorwaarden en de Privacy Policy.