Zoektocht naar goede satellietbeelden

NPPL-deelnemer Gerard Uijterlinde, melkveehouder in Twente, blikt terug op afgelopen jaar. Hij deed in 2021 ervaring op met onder meer variabel bemesten, beregenen op maat en kruidenrijk grasland.

Melkveehouder Gerard Uijterlinde en zijn vrouw Els doen sinds begin van dit jaar mee met NPPL. Zij zijn ervan overtuigd dat het kan: een hogere en kwalitatief betere voerproductie op hun percelen. Daarvoor is het nodig om de giften drijfmest en bijvoorbeeld water zo precies mogelijk af te stemmen op de behoefte van de bodem, liefst variabel per vierkante meter. Dat is een kwestie van techniek en data, van onderzoeken en conclusies trekken, zegt Uijterlinde. Maar de weersomstandigheden heb je niet in de hand. En dan kunnen alle plannen die hebt, soms letterlijk, in het water vallen.

Bedrijfsgegevens Erve Mentink


  • Naam: Gerard Uijterlinde (35), werkt in maatschap met zijn vrouw Els (34)
  • Plaats: Deurningen (Ov.)
  • Sector: melkveehouderij met praktijkonderzoek
  • Omvang: 190 koeien, 80 hectare waarvan 16 hectare mais
  • Grondsoort: zand

Droogtegevoelige zandgrond

Gerard en Els Uijterlinde hebben een melkveebedrijf in het Twentse Deurningen. Op 80 hectare droogtegevoelige zandgrond produceren ze ruwvoer voor 190 melkkoeien. “Op deze grond is het een grote uitdaging om voldoende kilo’s droge stof en eiwit te produceren. In droge jaren zoals in 2019 en 2020 lukt dat nauwelijks. Door preciezer te bemesten, te beregenen en te experimenteren met kruidenrijk grasland hoop ik vooruitgang te boeken.” En met die thema’s ging hij daarom afgelopen jaar aan de slag.

Met variabele zodebemesting heeft hij al enkele jaren ervaring opgedaan. Door de drijfmestgift te variëren op basis van het productievermogen op specifieke plekken – meer mest op de ‘slechte’ stukken – wil hij komen tot een egale én hogere grasproductie. Zijn uitdaging is om daarvoor de juiste data te vinden.

De uitdaging voor Gerard Uijterlinde is om voldoende kilo’s droge stof en eiwit te produceren op zijn droogtegevoelige percelen. Foto: Jan Willem Schouten

Stapeling satellietbeelden

Afgelopen jaar experimenteerde hij met stapeling van data van meerdere satellietfoto’s om hiermee een taakkaart te maken. “Eén foto zegt niet veel. Wij werken met zomerstalvoedering en roterend standweiden. De actuele biomassa varieert. Door beelden van verschillende data te combineren, haal je die ruis eruit en is variabel bemesten dus effectiever, is het idee. Deze methode blijkt echter ingewikkeld en kost best veel tijd. Bovendien waren er dit jaar veel wolken, het blijft moeilijk om de juiste satellietbeelden te vinden.”

Dit jaar werkte zijn loonwerker bij het uitrijden van drijfmest met sectieafsluiting om dubbele mestgift, bijvoorbeeld op de kopakkers, te voorkomen. “Over die techniek ben ik erg tevreden. Het gewas over het hele perceel was egaler en het leidt ook tot minder mineralenverlies. Deze vorm van precisiebemesting kan ik mijn collega-melkveehouders aanraden.”

Vochtsensoren

Uijterlinde experimenteerde afgelopen seizoen met twee typen vochtsensoren om meer grip te krijgen op de watergift en dus op de grasopbrengst. Dat deed hij op drie stroken met een verschillend beregeningsregime: niet beregenen, beregenen bij een zuigspanning >30 en beregenen bij een zuigspanning >60. Vanwege de relatief natte weersomstandigheden, zeker in vergelijking met 2019 en 2020, is van dit experiment weinig terechtgekomen. “Uiteindelijk hebben we begin september één keer beregend op de strook waar de zuigspanning boven de 30 kwam. De opbrengst na maaien eind september hebben we vergeleken met de strook waar niet is beregend. Het eiwitgehalte lag iets hoger, maar echte conclusies kun je hier natuurlijk niet uit trekken.”

Tijdens een open dag in oktober vertelt Gerard Uijterlinde aan collega-boeren over zijn ervaringen met twee typen bodemvochtsensoren. Foto: Stadje Media

Ondersteuning bij stalvoedering

In 2022 gaat hij door met deze proef. “De sensoren geven exacte data over het vochtgehalte in de bodem, de lokale neerslag en de historie. Ik ben ervan overtuigd dat besluiten op basis van je gevoel, geheugen, de stand van het gewas en informatie van een regionaal weerstation minder effectief is. De droogte besluipt je.”
Bijkomende voordeel van de sensoren is dat deze een prima ondersteuning bieden bij de stalvoedering die hij toepast. “Je ziet aan het verloop van de zuigspanning namelijk precies of de draagkracht voldoende is om te gaan maaien.”

Hij overweegt overigens om de vochtsensoren komend jaar op een ander perceel te plaatsen. “Belangrijk is dat de data representatief zijn voor het drogere deel van het bedrijf zodat je op tijd begint. Het perceel waar de sensoren nu zijn geplaatst, voldoet daar volgens mij niet aan. Beter is om hiervoor een iets drogere plek te kiezen.”

Kruidenrijk grasland

De melkveehouder doet al enkele jaren ervaring op met kruidenrijk grasland. “We hebben hier veertien verschillende mengsels liggen.” Opbrengst- en bodemdata in drie stroken met verschillende kruidenmengsels en drie stroken met gras/klaver moeten duidelijk maken welke mengsels op zijn bedrijf de meeste meerwaarde heeft.
Uiteindelijk gaat het hem erom een robuuste grasmat te creëren die op zijn droogtegevoelige percelen met weinig kunstmest (“liefst helemaal geen kunstmest”) zo lang mogelijk in productie blijft. Afgelopen jaar is onderzoek gedaan naar het bodemleven, de beworteling en de opbrengst aan droge stof en eiwit. De conclusies zijn nog niet bekend. “Voor mij is wel duidelijk dat de kruidenstroken minder stikstof nodig hebben om in productie te blijven en het eiwitgehalte in het gewas hoger ligt.”

Ridderzuring

Ridderzuring is wel een probleem, meer in de strook met gras/klaver dan in de stroken met kruidenrijke mengsels. “Ik wil uitzoeken welke methoden er zijn om ridderzuring pleksgewijs te bestrijden. Wellicht kan dat met behulp van een drone of met een sensor op de trekker.”
Een van zijn andere plannen is om een proef te beginnen de productie van gras, mais en voederbieten in stroken van 9 of 18 meter breed. “Ik verwacht dat strokenteelt natuurlijke bestrijding van luis in bieten mogelijk maakt.”

Met data van bodemvochtsensor voorkomen van bodemverdichting


Johan Booij is onderzoeker bi Wageningen UR en begeleidt Gerard Uijterlinde. Foto: Peter Roek

De beregeningsdemo op het NPPL-bedrijf in drie stroken met een apart beregeningsregime heeft niet geresulteerd in harde conclusies, zegt begeleider Johan Booij. “Daarvoor was het niet droog genoeg. Er is maar één keer beregend. Conclusies over het effect op het bodemleven kun je dan niet trekken.”

Toch leverden de sensoren belangrijke informatie op. “Bijvoorbeeld over het vochtgehalte in de bodem. Naast dat dit informatie levert wanneer te beregenen, kun je het ook gebruiken om te zien of het perceel te nat is. Met zware machines onder vochtige omstandigheden het land op verdicht de toplaag op maaipercelen. Dat werkt ongunstig op de bewortelingsdiepte en gewasgroei. Op basis van de sensorinformatie weet je beter wanneer je wel of niet moet maaien.”

Theezakjes
De natte weersomstandigheden dit jaar hadden ook gevolgen voor het onderzoek in de stroken met kruidenrijke mengsels, zegt Booij. “We hebben theezakjes ingegraven en de vertering daarvan gemeten op drie momenten. Het idee is dat het gewas in kruidenrijke percelen dieper wortelt en tijdens droogte langer groen blijft én positief effect heeft op de bodemactiviteit. Dat moet af te zien zijn aan de vertering van de theezakjes. We zagen geen verschillen. Dat had te maken met het natte weer. Volgend jaar gaan we vergelijkbare metingen doen.”

Strokenteelt
In 2022 vindt waarschijnlijk een experiment op het bedrijf plaats met voedergewassen in strokenteelt. Doel daarvan is de eiwitproductie te verhogen. “Daar moeten we nog over brainstormen. Welke gewassen komen in aanmerking? Welke strookbreedte houden we aan? De beschikbare machines bij Uijterlinde of bij loonwerkers is daarvoor medebepalend.”

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Door op “Plaats reactie” te klikken ga ik akkoord met
de gebruikersvoorwaarden en de Privacy Policy.