‘Effect variabel poten kwam in 2020 niet uit de verf’

05 January 2021 door NPPL

Maatschap Claassen wil met variabel poten meer knollen per hectare. In 2020 viel de opkomst van pootgoed op hoog potentiegrond tegen. Hierdoor had variabel poten geen meerwaarde.

Maatschap Claassen in Vierhuizen heeft zich sterk gespecialiseerd in de pootgoedteelt. De lichte tot zware Groningse zwavelgrond leent zich er goed voor. “We zijn al jaren bezig met variabel poten van pootaardappelen om het rendement van onze pootgoedteelt te verhogen”, zegt Anselm Claassen, die hiermee streeft naar meer knollen per hectare.

Sinds 2019 is hij ook deelnemer aan het project Nationale Proeftuin Precisie Landbouw (NPPL). Claassen krijgt begeleiding van Johan Booij, onderzoeker precisielandbouw van Wageningen University & Research. Met variabel poten past Claassen de plantdichtheid binnen een perceel aan op basis van taakkaarten die onder andere rekening houden met de variatie in lutumgehalten.  

(tekst gaat verder onder foto)

Anselm Claassen
Anselm Claassen probeert al jaren met variabel poten van pootaardappelen het rendement van de pootgoedteelt te verhogen

Delen met hoge en lage potentie

In 2020 zijn op een pootgoedperceel van Claassen vier werkgangen aangelegd met verschillende pootafstanden (12, 14, 16 en 18 centimeter). Op basis van TT+ bodempotentiekaarten van Van Iperen is het perceel opgedeeld in zones hoog potentie (HP) en laag potentie (LP). De potentie-index varieert van 90 tot 114. Hoe hoger de index van een blokje, hoe hoger de opbrengstpotentie van de bodem en hoe nauwer de geadviseerde pootafstand. Op stukken met een lagere bodempotentie wordt ruimer gepoot.

Kiemtesten

De mate van kieming beïnvloedt ook de gewenste pootafstand. Uit kiemtesten kwamen adviezen voor de gewenste pootafstand: 16 centimeter voor de maatsortering 35-45 en 23 centimeter voor de maatsortering 45-50. “We hadden een pootgoedpartij van 35-50. Van Iperen heeft deze opgedeeld en op kwaliteit beoordeeld. Omdat het grootste aandeel knollen in de ondermaat zat, hebben we niet op een afstand van 23 centimeter gepoot”, vertelt Claassen.

In 2020 heeft hij nog andere stappen gezet in precisielandbouw. “Dit voorjaar hebben we geïnvesteerd in een nieuwe pootmachine, waarbij de techniek voor variabel poten, zoals inlezen van taakkaarten, soepel werkt. Nu zoeken we nog naar een goede onderbouwing om taakkaarten te kunnen maken”, zegt Claassen.

(tekst gaat verder onder foto)

Anselm Claassen
Op 26 mei 2020 ziet Anselm Claassen dat het pootgoed op grond met een hoge potentie door droogte trager opkomt dan het pootgoed op lichtere grond (lage potentie) met een lager lutumgehalte.

Late opkomst op HP-grond

“Afgelopen seizoen kwamen de verwachte resultaten van variabel poten op basis van bodempotentiekaarten helaas niet goed uit de verf”, zegt Claassen. Dit voorjaar was het erg droog en had de maatschap veel moeite met de grondbewerking op zware grond. “Door grote, harde kluiten was de aansluiting van grond in de ruggen minder goed. De grovere grond hield minder vocht vast en dat leidde tot minder mineralisatie. Daardoor was op zware grond met een hoge potentie (HP) de groei van het pootgoed vertraagd met minder knollen tot gevolg. Op lichtere grond is het pootgoed sneller opgekomen.”

Booij geeft aan dat als er minder knollen zijn, deze in theorie uitgroeien tot relatief grotere knollen. “Dat wil je juist voorkomen. Door nauwer te poten op HP-grond, stuur je op meer stengels per meter en hoop je meer knollen te produceren, die in kleinere, duurdere pootgoedmaten blijven. Maar vanwege een vertraagde beginontwikkeling van het pootgoed en minder goede aansluiting van de grond, zagen we dat dit jaar niet terug bij Claassen”, zegt Booij.

(tekst gaat verder onder foto)

opkomst pootaardappelen
In 2020 komt pootgoed op zwaardere grond (voorgrond) langzamer op dan op de lichtere grond (achtergrond).