Aanleg biologische strokenteelt is een flinke puzzel

strokenteel

Een aantal NPPL’ers is deze periode druk met de aanleg van de percelen voor biologische strokenteelt. Voor sommigen is dat de eerste keer, anderen breiden hun bestaande percelen uit. NPPL vroeg Cornelis Mosselman, Theo Nieuwenhuis en Jacob van den Borne naar hun ervaringen.

Cornelis Mosselman werkt in Goeree-Overflakkee voor het tweede jaar op rij met biologische strokenteelt. Hij verbouwt onder meer zaaiuien, witte kool, aardappelen, witlofpennen, peen, pastinaak en pompoen. Mosselman begon vorig jaar met zo’n 15 hectare aan strokenteelt, waarbij hij werkte met stroken van 3,20 meter breed. Dit jaar is de oppervlakte uitgebreid naar 35 hectare, met daarin totaal maar liefst 447 ‘perceeltjes’. “Inderdaad. Ik ben behoorlijk rigoureus aan de slag gegaan”, vertelt Mosselman. “Ik zie biologische strokenteelt als een mooie toevoeging aan de complete transitie van mijn bedrijf naar biologische akkerbouw. Strokenteelt is een onderdeel ervan, maar meer ook niet.”

‘Ik word er heel blij van’

Mosselman voert strokenteelt heel ver door. “Ik word er tot nu toe echt heel erg blij van. Ik werk  met heel smalle stroken voor een maximaal effect. Er zijn akkerbouwers die stroken van 40 meter zien als strokenteelt, maar daar kijk ik toch anders naar.”

Volgens Mosselman heeft de manier waarop strokenteelt wordt toegepast grote invloed op uiteindelijke algemene onderzoeksresultaten. “We zijn met z’n allen in Nederland strokenteelt nog aan het ontdekken. Wanneer je een ‘lightversie’ van strokenteelt toepast met stroken van 40 meter breed, zul je ook minder duidelijke effecten ervan terugzien in de resultaten. Qua bijvoorbeeld biodiversiteit is het verschil dan gewoon minder groot met reguliere akkerbouw.”

(tekst gaat onder foto verder)

Cornelis Mosselman
Cornelis Mosselman breidt de strokenteelt dit seizoen uit naar 35 hectare. Foto: Peter Roek

Hoe meer onderzoek, hoe beter

Toch juicht Mosselman het ook toe dat meer akkerbouwers strokenteelt onderzoeken, ook al is het dan soms de ‘lightversie’. “Hoe meer, hoe beter. Het levert ook weer diversiteit op in het landschap. De resultaten hangen natuurlijk ook af van de regio waarin je werkt. De grond, de teelt, de ligging van een perceel ten opzichte van de zon en de wind is ook belangrijk. Hoe meer strokenteelt er is, hoe meer diversiteit we in de onderzoeksresultaten kunnen meenemen.”

Akkerbouwers zitten momenteel midden in de aanleg van de stroken, maar voor Mosselman kost dit niet meer energie dan het jaar ervoor, zo vertelt hij. “Wij hebben een jaar geleden de organisatie van ons bedrijf omgegooid en we zijn volledig omgeschakeld naar biologische landbouw. Daarbij hebben we gelijk rekening gehouden met de aanleg strokenteelt. Ja, dat is erg kostbaar, want het kan een flinke puzzel zijn. Het hangt daarbij vooral af van de mechanisatie die je al in huis hebt.”

Hij geeft een voorbeeld. “Wanneer jij een uienzaaimachine van 4,5 meter hebt en een aardappelrooier van 3 meter zul je al naar een strook van minimaal 9 meter moeten bijvoorbeeld.” Daarbij moeten alle stroken ook goed op elkaar aansluiten.

(tekst gaat onder foto verder)

strokenteelt
Mosselman verbouwt onder meer zaaiuien, witte kool, aardappelen, witlofpennen, peen, pastinaak en pompoen. Foto: Peter Roek

‘Door het eerste jaar heen worstelen’

Mosselman dook tijdens zijn eerste jaar echt in het diepe. Plukt hij nu de vruchten van die ervaring? “Ik heb me daar echt doorheen moeten worstelen door een heel seizoen achter de feiten aan te lopen en allemaal oplossingen te bedenken die er nog niet waren. De uitbreiding van 15 naar 35 hectare zal me denk ik niet zoveel energie kosten als het eerste jaar. Ik ben bevoorrecht met een mooie verkaveling en door de vaste rijpaden is de grond ontzettend opgeknapt. Dat maakt het al eenvoudiger.” Uiteindelijk is het ook een kwestie van positief denken, stelt Mosselman. “De hobbels zijn er altijd. Het is met strokenteelt vooral een kwestie van goed de bouwplan-puzzel leggen. Daarna ligt deze min of meer definitief en hoef je dit het jaar erop niet te doen.”

Mosselman hoopt dit jaar meer overzicht te krijgen in de opbrengsten van zijn honderden perceeltjes. “Studenten van de HAS werken nu aan het opzetten van een registratie voor een goede kostprijsanalyse. Met de uitkomsten wil ik uiteindelijk alles finetunen voor een maximaal resultaat. Ik verwacht daar veel van, maar wat eruit komt zal ik toch eerst zelf moeten ontdekken. Uiteindelijk wil ik van ieder strookje in een oogopslag de kostprijs per product kunnen zien. Lekker veel uitdaging dus!”

Vastleggen van data

Een belangrijke opdracht daarbij is het handig vastleggen van de data. “Ik wil naast de opbrengst ook de biodiversiteit en het bodemleven van mijn nieuwe percelen goed in kaart krijgen. Vooral met het oog op plantgezondheid. Ook dat wordt nog een ontdekkingstocht om alles goed meetbaar te krijgen.”

Theo Nieuwenhuis uit Didam in Gelderland begint dit seizoen voor het eerst met zo’n 18 hectare biologische strokenteelt. Dit wil hij langzaam uitbreiden. Hij heeft stroken witte kool, rode kool en voederbieten. “We beginnen halverwege mei met de aanleg. De eerste hindernis waar we nu tegenaan lopen in de voorbereiding is dat het toch lastig is om producten op contract te krijgen, waardoor we maar een beperkte afzet hebben kunnen regelen. Volgend jaar gaan we daar meer werk van maken. Het is nu ook niet zo verkeerd om eerst ervaring op te doen.”

(tekst gaat onder foto verder)

theo nieuwenhuis
Theo Nieuwenhuis begint dit jaar met 18 hectare biologische strokenteelt. Foto: Jan Willem Stad

Bouwplan staat volledig op z’n kop

Op dit moment is Nieuwenhuis nog druk bezig om zijn bouwplan in te delen. “Dat staat natuurlijk helemaal op z’n kop. We moeten namelijk rekening houden met de gewassen die er in de toekomst nog bij gaan komen. Dat is best een klusje omdat deze goed op elkaar moeten aansluiten. Ook de beregening onderzoeken we: hoe kunnen we water besparen en toch voldoende water geven? Wat wij anders doen, is dat we niet meer wieden tussen de planten en deze laten staan tussen de gewassen. Dat is vrij experimenteel, ik hoop daar volgend jaar meer over te kunnen vertellen.”

Drie jaar ervaring

Een NPPL’er met meer ervaring is Jacob van den Borne uit Reusel. Hij heeft er inmiddels al drie seizoenen strokenteelt opzitten. Op dit moment is hij zijn kopakkers, waar bloemen stonden, opnieuw aan het inzaaien. Hij zit midden in de aanlegfase voor het nieuwe seizoen. “De aardappels zijn net geplant. Morgen gaan de pastinaken erin.”

Na drie jaar komt hij nog weinig verrassingen tegen in de voorbereiding op het nieuwe seizoen. “Nee. De structuur van het bouwplan ligt er al. We werken met vaste spuitpaden in plaats van rijpaden. Een uitdaging is nog wel het bio plastic, dat hij eerder gebruikte voor zijn zoete aardappelen. “Het zal wel verteren, maar ik kom het toch nog steeds tegen. Het is wel biologisch, maar zo ziet het er niet echt uit.”

‘Ook onkruid is vitaler geworden’

Van den Borne ziet na drie jaar dat zijn bodem veel beter is geworden. “De gewassen zijn veel vitaler, maar dat geldt helaas ook voor het onkruid. De onkruidbestrijding lijkt helaas niet meer echt te werken.”

Hij denkt na over andere alternatieve oplossingen, zoals planten waar insecten op af komen om luizen tegen te gaan. “Verder werken we aan een nieuwe mix met aardappelen en bloemen in de ruggen. Om onkruid tegen te werken planten we nu pastinaak in de ruggen van de aardappelen. Eerder deden we dat nog met chemische onkruidbestrijding.”

Voor de toekomst sluit hij een nieuwe stap naar chemische onkruidbestrijding niet uit. “Onkruid leidt toch wel tot flinke inkomstenderving. Daarnaast onderzoeken we nog andere oplossingen om de ruggen te telen.”

Van den Borne werkt me stroken van 15 meter. “Ik doe het dus niet zoals op de Boerderij van de Toekomst met heel smalle stroken. Ik werk ook niet met vaste rijpaden, maar met vaste spuitpaden. Toch zie ik op dit moment op perceelniveau wel mooie resultaten.”

(tekst gaat onder foto verder)

jacob van den borne
Jacob van den Borne heeft inmiddels drie jaar ervaring met strokenteelt. Hij ziet de onkruiddruk toenemen. Foto: Peter Roek

‘Te pril om een verdienmodel aan op te hangen’

Een NPPL’er die strokenteelt heeft overwogen, maar er voorlopig vanaf ziet is Klaas Schenk uit Anna Paulowna. Hij heeft dit seizoen zijn bedrijfssysteem omgegooid naar een meer duurzame wijze van boeren met druppelirrigatie en gps-aansturing. Schenk is net overgestapt van ruggenteelt naar beddenteelt en hij werkt met vaste rijpaden voor zijn aardappelen, uien en graan.

Waarom nog geen strokenteelt? “Op ons bedrijf hebben te maken met beschermingsmiddelen van verschillende gewassen die kunnen overwaaien. Ik ben geen biologische, maar een gangbare boer. Het feit dat er bepaalde stoffen in een gewas worden aangetoond die daar niet in horen, wil ik voorkomen. Bijvoorbeeld middelen die ik voor mijn uien gebruik, moeten niet in mijn aardappelen terechtkomen.” Wanneer die verwaaiing wordt aangetoond in een laboratoriumtest kan Schenk problemen krijgen met zijn certificering, zo legt hij uit.

Wat moet er nog veranderen wil Schenk later tóch de stap naar strokenteelt maken? “Dan moet ik zelf nog een paar stappen zetten. Strokenteelt is zoals ik mijn bedrijf nu heb ingericht niet te doen. Dus dan moet ik biologisch worden, zodat verwaaiing wordt voorkomen. Zoals ik nu in de wedstrijd zit,  ga ik dat niet doen.”

Strokenteelt laat Schenk voorlopig liever aan anderen. “Er wordt gedaan alsof dit de toekomst is van Nederlandse landbouw, maar ik heb daar nog wel mijn twijfels bij. Dit is voor mij nog te pril om er een verdienmodel aan op te hangen.”

portret klaas schenk
Akkerbouwer Klaas Schenk ziet voorlopig nog af van strokenteelt. Hij is net overgestapt naar beddenteelt. Foto: Jan Willem Stad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Door op “Plaats reactie” te klikken ga ik akkoord met
de gebruikersvoorwaarden en de Privacy Policy.

Deelnemers