AgBot kan alles, het best bij langzame klus
17 February 2026 door Leo Tholhuijsen (tekst); Peter Roek (beeld)
De AgBot 5.115-tractierobot heeft potentie op Nederlandse akkerbouwbedrijven. Dat blijkt uit een NPPL-praktijktest bij Vermuë Akkerbouw. De robot kan daar volgens AgXeed tot 750 chauffeursuren vervangen. Ook zijn er landbouwkundige voordelen. De kosten zijn lager dan die van een bemande wieltrekker. Een eindrapportage.
Hoe moeilijker aan personeel te komen is, des te aantrekkelijke is de veldrobot. Tegelijk met die toenemende krapte komen ook meer praktijkrijpe machines op de markt. Het gaat in buitenteelten vooral om onkruidrobots, grasoogst- en voerrobots en tractierobots. Onder de laatste groep vallen standaard wieltrekkers met autonomiekit (die je ook normaal kunt gebruiken). En je hebt de ‘echte’ robottrekkers: trekkers zonder cabine, gebouwd om zelfstandig te werken. De AgBot 5.115 T2 valt in deze categorie.
Agbot is praktijkrijp
Onder de vlag van de Nationale Proeftuin Precisielandbouw (NPPL) werkte Vermuë Akkerbouw in Werkendam (N.-Br.) in 2025 met zo’n AgBot. De begeleiding daarbij kwam van fabrikant AgXeed, van Wageningen University & Research (WUR) en van dealer Nouws Mechanisatie in Rijsbergen. Conclusie is dat voor een min of meer doorsnee Nederlands akkerbouwbedrijf de AgBot praktijkrijp is. Los van de vervanging van trekkerchauffeurs, kan een autonome trekker een rol spelen in het perfectioneren van bewerkingen op het agronomisch gezien juiste moment. Qua landbouwkundig voordeel speelt verder de geringe bodemverdichting dankzij brede rupsen. En de mogelijkheid om vaker diagonaal of dwarsover te werken, iets wat Marijn Vermuë vanwege het gehobbel en het vaker keren op smallere percelen niet gauw een chauffeur zou laten doen.
Bedieningsgemak en interface
Marijn Vermuë: ‘De bediening gaat redelijk intuïtief. Wie overweg kan met een smartphone en laptop, heeft ook de bediening van de AgBot snel onder de knie. De goede ondersteuning en back-up op afroep van leverancier AgXeed helpt daarbij.’ Koen van Boheemen van WUR: ‘Het werken met de AgBot is aan het begin best wennen, maar de tweedaagse training vangt dit voor een groot deel op.’ Na inmeten van percelen en werktuigen kost het twee tot vijf minuten om een taak voor te bereiden. Dan moet de AgBot naar het perceel om daar opgestart te worden. Een goede laptop en een goede internetverbinding zijn belangrijk. Na levering op 21 februari 2025 begon meteen het adoptieproces. Onder leiding van AgXeed vonden twee trainingsdagen op locatie plaats. De eerste dag lag de focus op het werkingsprincipe van de robot en hoe je bewerkingen kunt instellen zodat ze juist worden uitgevoerd. Centraal hierin staat het AgXeed-portal TraxWise. Bij het opnemen van de robot in de bedrijfsvoering horen eenmalig een aantal voorbereidende stappen, met name het inmeten van machines en perceelsgrenzen. Dit kan op elk moment, liefst vóór aanvang van het teeltseizoen. Bij later gebruik: aanmaken nieuwe taak, route of perceel. Als eenmaal percelen en machines zijn vastgelegd en ingemeten, is het in gang zetten van de routeplanning en de bewerking (al dan niet met taakkaart) een kwestie van enkele minuten, zie tabel Benodigde tijd voor werken met de AgBot.

Autonomie en betrouwbaarheid
Zonder onvoorziene obstakels werkt de machine na instructie als vanzelf. Signaleert de AgBot een obstakel, dan stopt hij en moet de operator erheen om hem weer in gang te zetten. Iemand moet ‘AgBotdienst’ hebben. Eenmaal aan het werk gezet, doet de AgBot in principe zonder haperen wat is opgedragen. Dat kan werkgang aan werkgang zijn, of juist stukken overslaand om scherp draaien te vermijden. Bij het cambridgen bijvoorbeeld, zorgde Marijn Vermuë zo voor minimaal loswrijven van plantjes door de brede rupsen. Bij andere bewerkingen, zoals woelen van aardappelland of spitten van bietenland, moet de AgBot juist wel aansluitende werkgangen maken om niet in de aardappels of bieten terecht te komen. De AgBot is op zijn best met vast aangehangen werktuigen, dus in de driepunts hefinrichting, om percelen netjes te kunnen afwerken. Signaleren de sensoren (LiDAR, radar, ultrasoon en stootkussen) van de AgBot een (niet bewegend) obstakel, dan mindert de robot snelheid om uiteindelijk te stoppen. De operator krijgt een signaal en moet erheen om hem weer in gang te zetten. Bij sensoren op werktuigen bepaalt de gebruiker samen met AgXeed via de Tool Control Unit (TCU) welke opvolging je aan een signaal geeft. Een TCU kost €1.850 exclusief sensoren en montage. Lastig is dat als de AgBot stilvalt, de operator erheen moet. Alternatief zou kunnen zijn om hem op afstand weer aan te zetten. Valt de AgBot dan binnen een paar minuten weer stil, dan moet de operator er alsnog heen. De AgBot kan niet zelfstandig van het ene naar het perceel rijden om daar met eenzelfde bewerking door te gaan. Eén perceel van acht hectare is dus handiger dan twee percelen van vier.

Integratie in bestaand machinepark
De AgBot past gemakkelijk in een machinepark van een doorsnee akkerbouwbedrijf. Echter, om de voordelen van de autonome/onbemande tractie ten volle te benutten, kunnen kleinere of grotere aanpassingen aan het machinepark of de werkwijze nodig zijn. Dat vraagt extra investeringen. Voor een maximaal rendement van de AgBot (en andere autonoom rijdende trekkers) zijn slimme of ‘smart’ werktuigen nodig: uitgerust met sensoren die de waarneming van een chauffeur vervangen. Ze zorgen voor een zorgelozere autonomie, in de zin van ‘geen bericht is goed bericht’. De sensoren signaleren onrechtmatigheden in het veld en melden die aan (de smartphone van) de operator. Het gaat om sensoren op breekbeveiligingen, zoals op de aftakas, woelpoten of ploegscharen. Dergelijke sensoren, meestal goedkope, voorkomen dat bij breuk of anderszins de robot doorgaat en onvolledig werk aflevert. Mechanisatiebedrijf Nouws rustte samen met WUR en Vermuë daarom de zaaibak van een zaaimachine uit met sensoren die ‘bijna leeg’ en ‘leeg’ aangeven. Ook kwam er een bewegingssensor op de zaai-as (zie tabel Sensoren op zaaimachine en opvolging). In toenemende mate hebben werktuigen af fabriek al sensoren. Vermuë werkte afgelopen seizoen met een Amazone-cultivator met een Auto Till-set. Op vijf plekken op deze Cenio zitten sensoren die onder meer opstropen van stro en verlies van beitels signaleren. De cultivator communiceert met de AgBot via Isobus. Dit zelfstandig reageren moet je programmeren. De keuze is tussen niets doen (het nog even aankijken), wat langzamer rijden, of onmiddellijk stoppen. De akkerbouwer bepaalt in overleg met AgXeed wat het protocol moet zijn. De AgBot kan met zijn 76 cm brede rupsen niet klassiek in de voor ploegen. Dus je gebruikt een bovenoverploeg, ook wel on-landploeg genoemd. Als je daarvoor een nieuwe, met sensoren uitgeruste ploeg moet aanschaffen, is dat met zo’n €50.000 een behoorlijke financiële post. Tweefasenpoten is qua bodemverdichting te verkiezen boven een eenfasesysteem. Het wordt aantrekkelijker als je een van de bewerkingen – het voorfrezen van de ruggen – aan de AgBot kunt uitbesteden, want dat vraagt dan geen extra arbeid. Maar ook hier dan weer een extra investering in de pootcombinatie. Andere kwestie is de aandrijving van een frontwerktuig. De AgBot 5.115T2 heeft geen frontaftakas. Wel zit aan de voorkant een 700 volt-aansluiting om de elektromotor van een werktuig aan te drijven. Dus voorop een groenbemester klepelen én achter een aangedreven grondbewerking, vraagt een investering in een elektrisch aangedreven klepelaar.

Capaciteit en prestaties
Autonoom werkende trekkers komen qua arbeidsbesparing het best tot hun recht bij trage, tijdrovende klussen. Dus liever spitten dan kunstmest strooien. Bietenland spitten kostte Vermuë afgelopen december 24 uur voor een perceel van 11,2 hectare. Kunstmest strooien zou bij een strooibreedte van 30 meter en een rijsnelheid van 13,5 km/u (het maximum van de AgBot) met het keren erbij amper twee minuten per hectare kosten, waarbij je ook nog tussentijds moet vullen. Als dan voor dat vullen toch iemand in het veld moet zijn, dan kan die net zo goed meteen ook chauffeuren. De robot neemt gemiddeld iets meer tijd voor een bewerking dan een trekker met chauffeur. Marijn Vermuë vindt dat vanwege het mooiere werk eerder een voordeel dan een nadeel. ‘Een chauffeur gaat bij langdurig, saai werk op een gegeven moment toch het gas wat verder intrappen.’ De verwachting van AgXeed is dat de robot in volgende seizoenen op een bedrijf als dat van Vermuë (160 ha akkerbouwgewassen) ongeveer 750 werkuren zou kunnen maken. Belangrijke voorwaarden daarbij zijn dat er vanaf het begin van het seizoen al ruim ervaring is in het werken met de robot, samen met een goed afgestemde mechanisatie. Ook sensoren op werktuigen maken een bredere inzet mogelijk met meer vertrouwen. AgXeed noemt ook de mogelijkheid om de robot in te zetten bij collega-telers in de buurt.
Constructie en hardware-capaciteit
Een technisch aandachtspunt is de aftakas. De hydraulisch aangedreven aftakas op de AgBot kan 100 kW vermogen geven. Dit bleek op plekken met zware klei niet voldoende. Aangezien het aftakastoerental leidend is, gaat de robot op zware plekken steeds langzamer rijden, tot aan stilstand toe. Dat heeft effect op de kwaliteit /regelmaat van het freeswerk. Dit beperkte vermogen van de aftakas kan bij sommige bewerkingen op (zeer) zware klei de achilleshiel zijn. Door de rupsen is de trekkracht groot voor een viercilinder 160 pk trekker, evenals het hefvermogen van acht ton. De robot kon probleemloos overweg met zowel een vijfschaarploeg als met een krukasspitmachine plus rotoreg. De plaatsing van de aftakasstomp ten opzichte van de hefarmen bleek soms problematisch. Aftakassen die prima geschikt waren voor de wieltrekkers van Vermuë bleken niet bruikbaar in combinatie met de robot. AgXeed geeft aan dat deze kwestie bekend is en dat die in een nieuw design wordt opgepakt. Rupsstel is te wisselen voor smalle rupsen, verstelbare spoorbreedte van 1,90 tot 3,20 meter.

Akkerbouwer Marijn Vermue rooit aardappelen en laat de AgXeed AgBot met diepwoeler achter de rooier aan rijden.
Onderhoud, service, toegevoegde waarde
Het onderhoudsinterval voor de AgBot is 500 uur, door dealer. Bij storingen is de regionale dealer het eerste contact. Verder is de helpdesk van AgXeed dagelijks van 07.00 tot 22.00 uur bereikbaar.
Waarde voor het bedrijf (overall)
• Robot vervangt chauffeur. De waarde daarvan hangt af van hoe gemakkelijk of lastig het is om aan trekkerchauffeurs te komen en wat die kosten.
• Meer bedrijfszekerheid, robot kan continu doorwerken.
• Landbouwkundig voordeel door minder bodemverdichting, soms betere bodembewerking, korter aansluiten op oogst dus minder weerrisico, mooiere zaaibedbereiding. Dit landbouwkundig voordeel is vrijwel onmogelijk op waarde te zetten.
• Om de robottrekker volledig tot zijn recht te laten komen, zijn wel aanpassingen/investeringen in het werktuigenpark nodig.
• Een nadeel ten opzichte van een gangbare trekker met autonomiekit is dat de AgBot alleen autonoom inzetbaar is.
AgBot blijft niet bij Vermuë
Hoewel Marijn Vermuë erg te spreken is over de inpasbaarheid van de AgBot op zijn bedrijf, over het mooie werk dat de robot heeft afgeleverd en het aantrekkelijke aanbod van AgXeed om hem over te nemen, blijft de AgBot niet in Werkendam. Hij noemt verschillende redenen. Vooral: de financiële opbrengst van oogst 2025 is slecht en naar verwachting zal dat ook de komende paar jaar schraal zijn. Reden om de hand strak op de knip te houden. Temeer omdat extra investeringen in het machinepark nodig zouden zijn om de voordelen van de AgBot maximaal te benutten. ‘Alle investeringsplannen die niet per se hoeven, gaan in de ijskast.’ En ook: het lukt Vermuë altijd nog om aan voldoende mensen te komen. Ook al kost dat wel steeds meer telefoontjes, en dan liefst al zo vroeg mogelijk in het seizoen.
(Operationele) kosten AgBot vergeleken
De AgXeed AgBot 5.115 T2 kost in de basis €255.000. De operationele kosten liggen ruwweg iets boven die van een gewone wieltrekker met autonomiekit en onder die van een gangbare trekker plus autonomiekit plus rupsen in plaats van wielen. De landbouwkundige voordelen van onbemand rijden en van rijden op rupsen zijn niet op waarde gezet. Het is niet mogelijk het opbrengsteffect van diagonaal of dwarsover cultivateren of woelen te kennen. Net zo min als de winst bij minder bodemverdichting. En wat is dat voordeel dan, minder verdichting of in het voorjaar eerder het land op kunnen? Over de operationele kosten is meer te zeggen, maar ook hier geen absolute rekensom die in alle situaties klopt. Neem bijvoorbeeld het effect van het aantal gewerkte uren waar je in de becijfering vanuit gaat. Of het effect van een belastingvoordeel of subsidie op rente en afschrijving. Voor de indicatieve vergelijking is niet gerekend met brandstof, verzekering en onderhoud. Aanname is dat die elkaar niet veel ontlopen.
Agbot € 42/ uur
Aanschaf €255.000, restwaarde na tien jaar €50.000, afschrijving €20.500 per jaar. Rente over gemiddeld geïnvesteerd vermogen €4.100 (4% van €102.500/jr). Jaarkosten plus rente en afschrijving €25.600 per jaar. Delen door 750 uur/jaar maakt €32,80 per draaiuur. Eerlijk is eerlijk, robotwerk vraagt ook planning vooraf. Stel 10 à 15% boven op de 750 echt gewerkte uren. Bij €32,80 per uur komt er dan per uur zo’n €3 bij. Dus totaal €36 per uur (trouwens, ook het aanwerven en instrueren van trekkerschauffeurs kost tijd). Tot slot de jaarlijkse abonnementskosten van €4.500 (ofwel €6/draaiuur) voor portal Traxwise, tweemaal RTK-gps en dataverwerking. Maakt in totaal €42 per uur bij 750 uur per jaar.
Gangbare wieltrekker 160 pk inclusief chauffeur, €60 per uur.
€30 per uur voor de trekker plus €30 per uur voor de chauffeur maakt €60 per uur. Voor zo’n kale bemande trekker zou de loonwerker €60 à €65 per uur rekenen.
Wieltrekker met iQuus Autonomiekit: €38 per uur
€30 per uur voor de trekker plus €6.000 per jaar voor de autonomiekit à €50.000 (rente/afschrijving, €1.000 + €5.000). Maakt €38 per uur (€30 + €8).
Rupsen in plaats van wielen onder trekker met autonomiekit, €50 per uur
Dan komt er €10 per uur bij (aanschaf €80.000, rest na tien jaar €10.000). Bedrag wordt dan €48 per uur. Plus planuren maakt €50.
Indicatief, niet definitief
Over de cijfers valt natuurlijk te twisten. Het gaat hier echter niet om de laatste paar euro’s per uur, maar om de kosten van de AgBot enigszins in perspectief te zetten.Slijtage/vervanging van de rupsen zou nog een verschil kunnen maken. In elk geval bij de AgBot zal die kostenpost vrij laag zijn, aangezien die maximaal slechts 13,5 km/u kan en sowieso niet over de openbare weg mag. Daar staat tegenover dat bij veelvuldige verplaatsing over de openbare weg voor de cabineloze AgBot een dieplader/wipkar nodig is. Bij voorkeur een exemplaar met hydraulische oprijplaten. Aanschaf €20.000 à €30.000, ofwel €3,20 per AgBot-uur.

Mechanische onkruidbeheersing in de stoppel. Marijn Vermue demonstreert AgBot met slimme cultivator.