Bart van Loon: meer zicht op wat op percelen gebeurt

Bart van Loon is een van de eerste deelnemers aan NPPL. In vier jaar zijn veel puzzelstukjes verzameld, maar de puzzel is nog niet gelegd. Het is vooral nieuwsgierigheid wat hem drijft om data te verzamelen die kunnen leiden tot een beter resultaat.

Na de intrede van GPS in 2007 was het voornemen van Bart van Loon om plaatsspecifiek te zaaien en bij te sturen. De gedachten gingen uit naar het spuiten van bodemherbiciden en bemesten, waarbij zijn voorkeur uitging naar een hoger gift op de betere percelen. Daar immers zou winst zijn te behalen, ook al waren de ‘geleerden’ daar nog niet zeker van.

Bodemscans

In 2017 stapte hij in bij NPPL en liet hij van diverse percelen de bodem scannen door Loonstra & Van der Weide (Passieve Gamma). ‘’Er zijn meerdere aanbieders en methodes, maar toen leek me dat de beste’’, aldus Van Loon.

Als hij na vier jaar de balans opmaakt, is hij aan de ene kant tevreden met het inzicht dat hij kreeg in wat er op de percelen gebeurt. Aan de andere kant moet hij vaststellen dat er op zijn percelen (vrij homogeen) en met zijn gewassen (rooiproducten) met plaatsspecifieke toedieningen vrij weinig winst is te behalen.

Daar komt bij dat de invloed van het weer afgelopen jaren veel groter was dan de invloed die hij als teler kon uitoefenen. Bart: ‘’In 2018 was het te droog en in 2019 en 2021 in het voorjaar veel te nat. Als je de gemiddelde opbrengst een 7 geeft, kun je er misschien met precisielandbouw een 7,5 van maken, maar alleen het weer laat de opbrengst stijgen tot een 9 of dalen tot een 5.’’

Verschil in opbrengstkaarten

In december 2021 zat hij om tafel met zijn NPPL-begeleider Koen van Boheemen (Wageningen UR) om bodemkaarten en opbrengstkaarten van meerdere jaren ‘over elkaar heen’ te leggen. Tot zijn verbazing waren de plekken met betere opbrengsten in de bietenteelt, omgekeerd aan die van de uien. ‘’Of de gewassen zijn niet te vergelijken, omdat we toch te weinig weten van de bodem en waar een specifiek gewas precies van houdt, of er mankeert iets aan de opbrengstmeting’’, constateert de akkerbouwer.

Dat de opbrengstmeting bij gewicht niet altijd zuiver is, is volgens hem een gegeven. Zo is bij het oprapen van uien de invloed van dauw goed zichtbaar. Van Loon rooide op dauwrijke ochtenden 68 ton per hectare ui tegenover 65 ton per hectare op zonnige middagen. Bij bieten echter is de meting nagenoeg zuiver en was er weinig verschil tussen wat de rooier opgaf en wat werd gewogen bij het ophalen.

Overigens is invloed van meegerooide grond (tarra) bij deze gewassen beperkt. Dat ligt anders bij aardappelen. Dit product heeft meer baat bij meting door een camera; voor de teelt van pootaardappelen is deze in ontwikkeling, weet Van Boheemen.

Al met al levert de vergelijking nu geen houvast om op te sturen. Van Loon: ‘’Ik wil weten welke input ik nodig heb, wat zijn nu de betere plekken om op die manier variabel te bemesten.’’ Om uienteelt met uienteelt te vergelijken, en het zelfde geldt voor andere gewassen, zal hij in verband met het teeltplan 6 jaar moeten wachten.

Brandstofkaart

De verschillen in opbrengstmeting maken Van Loon wel nieuwsgierig. Zo houdt hij ook de brandstofkaart van het ploegen ernaast. Op de plekken waar meer brandstof wordt verbruikt, heeft de trekker harder moeten werken en zou sprake kunnen zijn van verdichting. Maar dit staat niet vast. Ook hier zoekt Van Loon nog naar een relatie met de opbrengst. Hij trekt de conclusie dat elke meting tot een nieuw inzicht leidt, maar dat er data ontbreken. Zo vraagt hij zich af of een lagere opbrengst kan liggen aan de beschikbaarheid van elementen, bijvoorbeeld mangaan.

Distelkaart

Wat wel gelukt is, is het maken van een kaart om gericht distels te spuiten. Hierbij werd zijn broer ingeschakeld die over een drone beschikt. Op de camerabeelden zijn de distels op kleur goed te onderscheiden van destijds de spinazie. Van Boheemen hielp hem vervolgens om de beelden te combineren tot een overzichtskaart en met het programma QGIS, gratis van internet, over te zetten in een spuitkaart.

De ironie echter is dat de spuitkaart niet is gebruikt. Van Loon: ‘’Tijdens de teelt kun je niet spuiten, omdat het ene middel niet is toegelaten en het andere groeiverstoring geeft. We hebben ze er dus gewoon uitgetrokken. In wintertarwe zou je nog wel kunnen spuiten, maar dan kun je ook volvelds een goedkoper middel pakken. Uiteindelijk wil je ook geen distel missen, want dan is de schade groter. Zo’n plek breidt snel uit.’’

Goed gevoel bij weerstations

Wat hij echt als een succes ervaart en wat zich heeft terugverdiend, is de aanschaf van zes GeoBas weerstations om de waterhuishouding te optimaliseren. De weerstations, die zijn uitgerust met bodemvochtsensoren die ook de zuigspanning meten op twee dieptes, geven voldoende informatie om de dosering en het juiste beregeningsmoment vast te stellen. Verder wordt de relatieve luchtvochtigheid in het gewas gemeten en dit wordt gekoppeld aan een beslissingsondersteuningssysteem om het juiste spuitmoment vast te stellen voor bijvoorbeeld phytophthora. Hierbij heeft hij zich laten begeleiden door adviseurs van TTW, teeltadviesbureau voor Akkerbouwers.

Van Loon gebruikte tevens Farm21 sensoren die op drie dieptes het bodemvocht meten. Ook dat leverde interessante informatie op. Van Loon: ‘’We kwamen er achter dat tot op 30 cm diepte de laag van 10 tot 20 cm de droogste was. Ik wijt dit aan een tekort aan capillaire werking. Dit jaar hebben we achter de ecoploeg een vorenpakker gehangen om de ondergrond beter aan te drukken. Hiermee hoopten we de bodemvochtigheid over de hele bouwvoor te verbeteren.’’

Van Loon heeft zes GeoBas-weerstations geplaatst om de waterhuishouding te optimaliseren.

Beperkte invloed

Het afgelopen jaar deed hij geen proeven met variabel zaaien of spuiten. ‘’Technisch is alles mogelijk en hebben we in alles geïnvesteerd, maar we hebben geen betrouwbare effecten kunnen ontdekken’’, licht hij nogmaals toe. ‘’Gevoelsmatig zou je zeggen dat daar waar je minder spuit ook minder gewasschade optreedt, maar dat zie ik niet terug. Een mogelijke verklaring is dat we met de dosering die we gebruiken daarvoor ook geen ‘schade spoten’.’’ Dat hij misschien 5 tot 10% op middelen bespaart (omgerekend €10 per hectare) weegt zonder bewezen meeropbrengst niet op tegen de investering van 160 euro per hectare.

Dit gezegd hebbende relativeert hij de impact van bodemherbiciden. ‘’Van 21 spuitrondes, zijn er maar 3 met bodemherbiciden. Maar plaatsspecifiek tegen ziektes spuiten, waarvoor bovendien data ontbreken, is een te groot risico in niet echt kostbare teelten. Met een paar procent meeropbrengst, verdien ik een misser niet terug. Daar komt bij dat net als de grond ook de gewassen onder de lengte van de spuitboom homogeen groeien, wat de noodzaak van variabel spuiten verkleint.’’

Over het plaatsspecifiek zaaien deed Van Loon vorig jaar verslag. Op de homogene gronden zag hij er onvoldoende effect van in de jaren dat het weer hem gunstig gezind was. In andere jaren spoelde het zaad weg of was het te koud.

Nieuwsgierig naar wat komt

Bart van Loon blijft optimistisch over het nut van het verzamelen van data. Hij verwacht zeker dat er nieuwe dingen komen, zoals sensoren op de spuit of een aanpassing in het regime van preventief spuiten. Of hij er voor het eigen bedrijf wat aan heeft, is de vraag.
Daar kan NPPL-expert Koen Van Boheemen zich in vinden. ‘’Bart teelt op eigen grond die homogeen is en waar hij veel kennis van heeft, bovendien doet hij alle werkzaamheden zelf. Hij gebruikt al doseringen die lager zijn dan de aanbevolen hoeveelheid en verlaagt de pH van de spuitvloeistof voor een langdurige werking.’’
De drijfveer van Van Loon is vooral zijn nieuwsgierigheid. ‘’Ik zou niets willen missen en kan er altijd van leren.’’ Jammer is het wel dat ondanks de goede wil en de investeringen, waaronder ook de aanschaf van een moderne spuit met maximale driftreductie, dit zelfs door de overheid niet wordt beloond. ‘’De verplichting van een bredere teeltvrije zone voor alle akkerbouwers, ongeacht hun werkwijze, is niet stimulerend. Dat zou anders kunnen.’’

Bart van Loon (links) en Koen van Boheemen bespreken taakkaarten die van het bedrijf van Van Loon zijn gemaakt.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Door op “Plaats reactie” te klikken ga ik akkoord met
de gebruikersvoorwaarden en de Privacy Policy.