‘Met drone gras meten voor beste inschaar- en maaimoment’

07 October 2026 door NPPL

Akkerbouw

Melkveehouder Joazef Attema meet wekelijks handmatig hoeveel gras er staat op 24 percelen. ‘Dat is omslachtig. Een drone die metingen doet, bespaart veel arbeid en levert meer data. We onderzoeken binnen NPPL+R of dat leidt tot een betere grasbenutting’, zegt Attema.

Op 27 september, een mooie zonnige dag, lopen de 250 melkkoeien van Joazef Attema in Burgwerd (Fr.) nog buiten. Er staat volop gras. ‘Mijn strategie is simpel. De koeien moeten het zo lang mogelijk zelf ophalen. Want ik wil ons eigen gras maximaal benutten om melk te produceren en de kostprijs laag houden’, zegt Attema, die zijn koeien weidt vanaf begin maart tot zolang er voldoende gras staat en het droog blijft. ‘Als het te nat wordt, stoppen we direct met weiden, want dat geeft veel vertrapping.’

Lage kosten

Tussen 2020 en 2026 heeft familie Attema elk jaar grond gekocht, ongeveer 55 hectare. ‘Daar is een forse financiering voor nodig en daarom wil ik economisch zo goed mogelijk draaien. Met een lage input en lage output lukt dat. Geen topmelkproductie, maar wel lage kosten. In onze studieclub van vijftien deelnemers zitten we qua rendement bij de besten. Ik sta liever in de top tien bij de boekhouder dan bij de melkcontrole’, zegt Attema. Naast lage kosten, scoort Attema ook goed op hoge gehaltes en een hoge omzet en aanwas. Bijkomend voordeel van maximale weidegang is ook een lagere ammoniakemissie. ‘Urine en mest komen gescheiden op het land en dat beperkt de ammoniakemissie’, zegt Attema, die ook deelneemt aan het project Meet Weet Weidegang, waarin het aantal uren weidegang per koe realtime wordt gemeten via een tag per dier. ‘Wij hopen dat daarmee onze maximale weidegang ook beter wordt beloond via weidepremie en ammoniakreductie.’

Op 25 september maait Joazef Attema gras voor stalvoeren rondom het melken. Hij wil zoveel melk produceren met vers gras. Het aandeel vers gras in het rantsoen is jaarrond ongeveer 40%.

Praktijkexperiment ONF-studieclub

Andries van der Meer is onderzoeker precisielandbouw Wageningen University & Research (WUR) en expert binnen het NPPL+R programma. Hij begeleidt Joazef Attema in de zoektocht om zijn grasland nog beter te benutten met behulp van een drone.

‘Joazef Attema doet met een studieclub mee aan het project Optimale Nutriëntenbenutting Fryslȃn (ONF). De studieclub heeft bij NPPL+R een aanvraag ingediend voor het praktijkexperiment: graslandbeheer met behulp van een drone’, vertelt Andries van der Meer die Attema begeleidt. Dit experiment vindt plaats op het melkveebedrijf van Attema en loopt tot en met het najaar 2027. ‘We onderzoeken welke toegevoegde waarde groeimodellen op basis van satelliet- en dronebeelden kunnen opleveren voor Attema in vergelijking met handmatige grashoogtemetingen.’ Attema gebruikt het Ierse softwareprogramma Agrinet dat is gekoppeld met Feedwedge, een grafiek (staafdiagram) die de actuele droge stofopbrengst per weideperceel toont, gerangschikt van de hoogste naar de laagste hoeveelheid gras. Door een streeflijn te trekken ziet een boer in één oogopslag welke percelen klaar zijn voor beweiding, waar een grasoverschot dreigt (geschikt om te maaien/kuilen) en wanneer er juist een tekort aan gras ontstaat. ‘In Nederland gebruiken we FarmMaps in plaats van Agrinet. We zoeken nu uit hoe we de graslandkalender van Attema in FarmMaps kunnen inladen. En hoe we de drone- en satellietbeelden kunnen vergelijken met wat hij nu doet met de plaatmeter en Agrinet.’

Rantsoen- of stripweiden

Vanaf seizoen 2021 heef de Friese veehouder het roer radicaal omgegooid. ‘We zijn toen naar maximale weidegang gegaan, want met inkuilen verlies je 100 VEM’, zegt Attema, die dag en nacht weidt op een huiskavel van 85 hectare, opgedeeld in 24 percelen. Van al deze percelen houdt hij in het seizoen bij hoeveel gras er staat. Hij meet momenteel met een Jenquip grashoogtemeter EC09, die is uitgerust met een computer die automatisch de kilogrammen droge stof per hectare berekent. ‘Ik loop wekelijks met deze plaatmeter door het grasland in een w-vorm en meet 30x per perceel. De resultaten van de grashoogte-metingen zet ik in Agrinet waarna ik automatisch advies krijg over het beste beweidingsmoment per perceel’, zegt Attema. ‘Het meest ideaal is gras in het 3-bladstadium, dat geeft de beste voederwaarde qua eiwit en structuur.’ Elke dag krijgen de koeien een nieuw stuk. Vaak eerst de helft van een perceel, waarvoor de draad ’s ochtends wordt verzet. En de andere helft door het verzetten van de draad voor de nacht. Gemiddeld vreet de koppel van 250 koeien in een dag drie hectare kaal. ‘In mei en juni is een stuk van twee hectare vaak voldoende. Dan staat er meer gras, alhoewel het dit jaar door droogte en muizen wat anders uitpakt.’ Op ongeveer 63 hectare grond wordt gras ingekuild en gemaaid voor stalvoeren. In de stalperiode krijgen de koeien een basisrantsoen van graskuil en perspulp. De krachtvoergift bestaat uit een meelmengsel van gerst en perspulp en is beperkt tot maximaal acht kilo per koe per dag, gevoerd in de melkstal en krachtvoerboxen.

Joazef Attema voert in het seizoen wekelijks handmatig grasmetingen uit op 24 percelen om te weten hoeveel grasopbrengst per hectare er is per perceel. Op basis daarvan bepaalt hij de meest optimale inschaar- en maaimomenten.

Graslandmanagement verfijnen

Attema is op zoek naar meer gemak en precisie in zijn graslandmanagement. ‘Het meten met de Jenquip kost me wekelijks 1,5 uur. En handmatig meten is afhankelijk van looplijnen en het moment’, zegt Attema, die samen met WUR-specialist Andries van der Meer binnen NPPL+R onderzoekt wat het gebruik van een drone kan toevoegen aan zijn graslandmanagement. Het praktijkexperiment bij Attema komt voort uit een aanvraag van de studieclub waaraan hij deelneemt (zie kader Praktijkexperiment vanuit ONF-studieclub). ‘Vliegen met een drone scheelt in elk geval tijd en ik verwacht dat dronebeelden nauwkeuriger zijn dan handmatig steekproefsgewijs meten. Dronebeelden zijn perceeldekkend en geven meer informatie, waarmee ik beter hoop te sturen met weidegang, maaien en bemesten.’ De Friese melkveehouder bemest zijn grasland met eigen drijfmest en met Novurea, stikstof in de vorm van ureum met een ureaseremmer. Hij bemest, met vijftig kilo ureum uit kunstmest per hectare, niet heel zwaar. ‘Dat drukt de kunstmestkosten en het houdt het onbestendig eiwit in het gras laag en dat levert een betere N-benutting op.’  

Op het kantoor van Attema hangt een bord waarop weidepercelen staan aangegeven. De percelen zijn genummerd en met gekleurde blokjes en dagen is bekend welke percelen geschikt zijn voor weidegang.

Pluspunten drone

Attema zet graag in op dronegebruik. ‘Want satellietbeelden zijn zeer onregelmatig beschikbaar en het werkt niet bij bewolkt weer. Een drone kun je altijd inzetten en is vaak genoeg voor een goede monitoring van de grasgroei’, zegt Attema. Hij hoopt dat grasopbrengstkaarten per perceel via een drone hem nog meer stuur geven op juiste moment van beweiden en maaien. ‘En ook meer grip op de bemesting. Als ik bijvoorbeeld voor 3.500 kilo droge stof heb gestrooid, wil ik die opbrengst ook daadwerkelijk halen. Als dat niet zo is, betekent dat N-verlies en moet je de bemesting aanpassen.’
Op de langere termijn overweegt Attema de aanschaf van een drone voor metingen van de grasopbrengst. ‘Meer eerst moet uit het praktijkexperiment een goede validatie blijken van wat ik meet met de plaatmeter en de grasopbrengst op basis van de dronebeelden. Als ik met alleen met drone-data weidegang, maaien en bemesten verder kan optimaliseren, is het gebruik van een eigen drone zeker een optie. Daarvoor doen wij dit experiment.’ 

Dit seizoen zijn er al enkele dronebeelden gemaakt van de 24 weidepercelen van Attema. Hoe roder de kleur, hoe minder gras er staat. Links, op 12 augustus, staat er na de droogte en hitte, erg weinig gras. Rechts, op 10 september, staat er weer volop gras nadat er rond half augustus weer regen viel.

Samenwerking Attema met veehouder die stopt

Joazef Attema (38) heeft een melkveebedrijf met zijn vrouw Djoke (37) en buurman en melkveehouder Jan Altenburg (67) in Burgwerd (Fr.). Het jaargemiddelde is 7.600 kg melk met 4,93% vet en 3,87% eiwit.

Bedrijfsgegevens
280 melk- en kalfkoeien
148 hectare grond
100% gras, deels gras/klaver en kruidenrijk