NPPL-studieclub Flevoland op zoek naar resultaat

31 March 2023 door René Koerhuis

Sinds afgelopen jaar nemen nieuwe NPPL-deelnemers deel als regionale studieclub volgens een gebiedsgebonden aanpak. Eén van die studieclubs zit in Flevoland en heeft volop resultaatgerichte plannen.

De aanpak van het project Nationale Proeftuin Precisie Landbouw (NPPL) is sinds afgelopen jaar anders dan voorheen. Met name als het gaat om de deelnemers: akkerbouwers en veehouders die het gebruik van precisielandbouw op hun bedrijf naar een hoger plan willen tillen. Tot 2022 werden de deelnemers geselecteerd uit individuele aanmeldingen. Deze deelnemers worden nog altijd individueel begeleid door experts van Wageningen Universiteit & Research (WUR). Op de NPPL-website kun je regelmatig updates van de NPPL-deelnemers terugzien.

Nieuw: gebiedsgebonden aanpak

Sinds afgelopen jaar zijn er geen nieuwe individuele deelnemers meer bijgekomen. In plaats daarvan krijgen regionale studieclubs onder de vlag van het project toegang tot kennis en expertise van WUR. Die studieclubs werken samen aan lokale plannen, uitdagingen en oplossingen om zo tot een gebiedsgebonden en tegelijkertijd resultaatgerichte aanpak te komen.

Eén van die studieclubs zit in de provincie Flevoland en bestaat uit negen jonge ondernemers: akkerbouwers, bollentelers en melkveehouders. Voor hen fungeert WUR-expert Koen van Boheemen als projectleider en aanspreekpunt. “Afgelopen jaar is vooral gebruikt om met elkaar na te denken over de uitdagingen die we zien en wat de onderliggende gedeelde problematiek is. Deze jonge ondernemers willen graag samenwerken om hun bedrijven toekomstbestendig te maken maar het is enorm zoeken waar precies op in te zetten om, binnen de snel afnemende speelruimte, een serieuze stap richting de toekomst te zetten”, zegt Koen van Boheemen.

Dynamische maar volle planning

Plannen blijven plannen totdat ze realiteit worden en daarom is de planning van de studieclub vooral een dynamische en aan verandering onderhevige lijst met ideeën. Zo wil de groep heel graag aan de slag met een autonome trekker. Dat kan een af fabriek daarvoor geschikt model zijn maar ook een bestaande trekker van een van de deelnemende akkerbouwers die daarvoor wordt opgebouwd. Koen: “Het is zoeken naar een autonome trekker die licht is maar toch genoeg vermogen heeft. Om inzetbaar te zijn voor een flink aantal beoogde toepassingen moet de trekker eigenlijk ook autonoom achteruit kunnen/mogen rijden, iets dat nog niet iedere fabrikant toelaat.”

De groep wil heel graag aan de slag met een autonome trekker. Zoals een af fabriek geschikt model of een in gebruik zijnde trekker die omgebouwd wordt zoals de trekker op de foto. “Het is zoeken naar een autonome trekker die licht is maar toch genoeg vermogen heeft.” – Foto: GPX Solutions

Onkruidbestrijding

Een ander concreet aandachtspunt is (hybride) onkruidbestrijding in uien en suikerbieten nu bepaalde middelen zoals Stomp en Wing P slecht leverbaar zijn en het middelenpakket steeds verder inkrimpt. “De akkerbouwers willen vooral een werkbaar alternatief dat met zo min mogelijk kosten en moeite in te passen is op hun bedrijf. Wellicht is dat wel een schoffelmachine waarmee ze nog geen van allen werken. Maar we kijken ook naar lessen vanuit de Boerderij van de Toekomst in Lelystad en naar het toepassen van de Augmenta Mantis gewascamera en veldrobots zoals van Ekobot en van Andela. En inmiddels zijn we op excursie geweest bij NPPL-deelnemer Stef Ruiter. Dat was een bijzonder geslaagde dag en er was een aantal leuke discussies, vooral over gewasbescherming.” Een excursie die nog op de agenda staat is naar de Nationale Waterstofdag medio juni. Alternatieve energie is namelijk ook een onderwerp dat leeft bij de jonge leden van de studieclub.

Een excursie naar NPPL-deelnemer Stef Ruiter leverde een bijzonder geslaagde dag op en er was volop discussie, vooral over gewasbescherming. – Foto: Mark Pasveer

Verdere gewasbeschermingsplannen zijn gerelateerd aan Alternaria, ridderzuring, distels en andere onkruiden in tarwe met behulp van de Augmenta camera maar ook phytophtorabestrijding met de app van FarmMaps (voorheen Akkerweb). Ook wordt gedacht aan het detecteren en plantspecifiek spuiten van overlevende aardappelplanten na het loofklappen en doodspuiten in een werkgang.

Beddenzaai en variabel poten

De groep wil ook aandacht besteden aan zaaibedbereiding bij uien waarbij dieper losmaken en telen op licht verhoogde bedden enkele ideeën zijn. “Dat is vooral om de zaaiuienteelt in de regio klimaatbestendiger te maken. Ofwel meer bodemvocht en hemelwater vasthouden in droge perioden/jaren en hemelwater beter afvoeren tijdens plensbuien. We kijken daarbij kritisch naar de zaaibedbereiding. Is dieper losmaken – op aardappeldiepte – bijvoorbeeld een alternatief? Of is beddenteelt een goede optie? Dat laatste doen we thuis op ons akkerbouwbedrijf al en het resulteert tot dusver in meer wortels aan de uien”, geeft Koen aan. “De kans dat je ze moet beregenen om ze er allemaal (egaal) op te krijgen is echter wel flink groter, vooral bij geprimed zaad.”

Ten aanzien van het variëren van de pootafstand bij aardappelen is er een kavel met een duidelijke scheidslijn qua bodemtoestand. Die wordt waarschijnlijk aangegrepen om een taakkaart te maken met twee of drie verschillende pootafstanden.

Kansen voor bodemvochtsensoren

Twee leden hebben afgelopen jaar eerste ervaringen opgedaan met bodemvochtsensoren. Koen daarover: “Het is echt een leerproces om de meetwaardes van de sensoren goed te interpreteren en zo werd het door de deelnemers ook ervaren. Toch verwachten we dat bodemvochtmetingen een belangrijk instrument worden en de groep wil er dan ook graag nog een jaar mee aan de slag. Duidelijk is dat het om Agurotech-sensoren gaat maar hoeveel en bij wie, dan was tot voor kort nog niet bekend.”

De deelnemers verwachten dat bodemvochtmetingen een belangrijk instrument gaat worden en willen daar dit jaar weer mee aan de slag. Duidelijk is dat het om Agurotech-sensoren (foto) gaat maar hoeveel en bij wie, dan was tot voor kort nog niet bekend. – Foto: Misset