Proef met vSET-zaaitechniek bij uien: resultaten veelbelovend voor verdere ontwikkeling
08 October 2026 door NPPL
Lintzaai van fijnzadige gewassen zorgt voor een hogere uniformiteit, een zekerder opkomst en minder chemische middelen. Het systeem biedt kansen voor relatief hoogsalderende fijnzadige gewassen, die ondiep worden gezaaid. Voor wat betreft akkerbouwmatige teelt is het systeem in ontwikkeling voor ui en cichorei en ook peen. In de wandeling wordt gesproken van lintzaai, formeel heet het vegetable Seed Embedded Technology, kortweg vSET.

Zaadlint maakt contact met bodemvocht
Hierbij wordt gebruik gemaakt van zaadlinten, welke getest zijn naast de gangbare teeltmethoden voor uien. Fijne zaden, in dit geval uienzaad, worden op een biologisch afbreekbaar lint aangebracht. Dat lint wordt met een daarvoor ontwikkelde machine in V-vorm de grond gelegd. Een voordeel is dat de zaden op exacte afstanden kan worden geplaatst, zaadjes niet verrollen, dus van clusters uienplantjes is geen sprake. Verder kan het fijne zaad met het lint heel ondiep en nauwkeurig op diepte worden aangebracht via het in V-vorm gelegde lint. Door middel van capillaire opstijging contact kan worden gemaakt met vocht dieper in de bodem. Mits goed toegedekt zorgt het voor een langere vochtige periode rondom het zaad, wat de opkomst optimaliseert.
Zaaien in bezakte grond
Het doel van de proef in IJzendijke was om te onderzoeken of deze technologie het mogelijk maakt om uien eerder en nauwkeuriger te zaaien, zelfs in een groen vanggewas en zonder verdere grondbewerking. De ruggen hiervoor zijn in het najaar van 2025 getrokken en er is tegelijk dripirrigatie aangelegd. Daarna is de grond niet meer beroerd, waardoor de capilaire werking van de grond kon worden hersteld gedurende de winterperiode. De voorbewerkingen voor de conventioneel gezaaide uien was identiek.Half maart werd op een deel van het perceel het vSET-lint geplant, direct in de nog groene grasmat, die daarna samen met het onkruid is dood gespoten. De voorvrucht was graszaad. Iets meer dan een week later werd de rest van het perceel op de conventionele manier ingezaaid. Beide delen werden gedurende het seizoen gevolgd en na de oogst met elkaar vergeleken.

Rijtje uien na vSet zaai.

Clustervorming na conventionele zaai.
Opkomstpercentage zaailint hoger
Uit de proef bleek dat het perceel eerder konden worden betreden dan met conventionele zaaimachines, dankzij de verminderde voorjaarsgrondbewerking. Daarnaast slaagde de zaailint-machine erin om in een groen vanggewas te zaaien. De opkomstpercentages bij de zaadlintmethode lagen hoger dan bij de conventionele methode. Eén maand na zaaien was de opkomst bij vSERT 76 procent, tegenover 70 procent bij conventionele zaai. Weer een maand later was sprake van plantbestanden ten opzichte van gezaaide zaden van 67 procent bij lintzaai en 55 procent bij conventioneel. Tevens was de plantafstand meer precies en werden er minder dubbele kiemende zaden waargenomen bij vSET. Door het ontbreken van startmeststoffen bij vSET bleef het gewas wel wat achter in groei ten opzichte van de conventionele methode.
Volgend jaar minder dicht zaaien
De proef van 2026 heeft diverse aanknopingspunten opgeleverd voor verbetering in het komend seizoen. De zaaidichtheid zou met wel vijftig procent verlaagd kunnen worden, aangezien de hoge opkomst en strakke plaatsing van de zaden bij vSET er toe kan leiden dat de uien te dicht op elkaar groeien. Dus zaadafstand op het lint kan worden vergroot van 2,6 cm naar 4 à 5 cm. Het percentage leverbare uien in de gewenste handelsklasse kan daarmee verhoogd worden zodat een hogere prijs per kg verkregen kan worden en na aftrek van extra kosten, een hoger uiensaldo. Dat is natuurlijk ook wat Brian Salomé wil. Hij wijst er wel op dat een uniformere sortering weliswaar mooi is, maar in de wispelturige uienhandel geen garantie voor de beste prijs. ‘Heb ik een fijne partij, dan is grof juist veel gevraagd. Zit ik met veel grof dan willen ze middelmaat of fijn. Je hebt altijd de verkeerde. Maar ik zie perspectief. Ik wil de uienteelt optimaliseren en dit kan zeker een stap in die richting zijn.’

Startmeststof
Ook onderzoekt S&dB de mogelijkheid om tijdens het zaaien startmeststof toe te dienen aan het vSET lint, zodat bij plaatsing van het lint geen extra granulaten, vloeistoffen of apparatuur mee in het veld behoeft te worden genomen. Salomé: ‘Startfosfaat en iets tegen insecten zou mooi zijn.’ Ook manieren om bodemverdichting in de trekkersporen te minimaliseren is een aandachtspunt. Het zaaien in een groenbemester op ruggen verdient nader onderzoek om de interactie tussen uienteelt, groenbemesters en draagkracht van de grond beter te begrijpen. Maikel Huygens: ‘We vinden de resultaten veelbelovend voor de verdere ontwikkeling van zowel de zaaimachine als ons zaadlint. We zijn van plan de proeven in 2027 voort te zetten met een aangepaste machine, waarbij we de lessen van dit seizoen verwerken in de opzet van de proef.’ S&dB wil in 2028 met het systeem commercieel de markt op met systemen voor uien, wortelen en uien. ‘Wij voorzien dat loonwerkers of grotere telers de machine aanschaffen die het lint leggen. Elke teler kan dan voor zich bepalen hoeveel zaden en eventuele hulpstoffen hij op het lint wil hebben.’