Stef Ruiter: Keulen en Aken zijn ook niet in één dag gebouwd
12 January 2021 door NPPL
Stef Ruiter van bloembollenbedrijf J.C.J. Ruiter Wever in Andijk (N.-H.) is al zeven jaar bezig met precisielandbouw. De uitvoering van teeltmaatregelen is zoveel mogelijk datagestuurd en hierin gaat hij steeds verder.
In dit tafelgesprek waarin de vorderingen van afgelopen jaar worden geëvalueerd en plannen worden gemaakt voor het komende jaar spart bloembollenkweker Stef Ruiter met expert Koen van Boheemen, onderzoeker precisielandbouw & agrorobotica Wageningen UR. Plantenfysiologie, bodembiologie, geen terrein blijft onbesproken. Ondertussen schuift de laptop heen en weer, als teler en expert elkaar inspireren met wat op gebied van techniek en datacommunicatie mogelijk is.
(tekst gaat onder foto verder)

Detectie per onkruid
Grote stappen zijn dit jaar gezet in samenwerking met DroneWerkers op gebied van onkruiddetectie. Ruiter liet al drones over het grasland vliegen, waar hij in het najaar bollen plant. DroneWerkers beschikt over een detectie-algoritme dat in de foto’s de onkruiden herkent. Dit werkte al voor distels en zuring. Nu is de beurt aan kweek, maar dan in bollenland. ‘’Wortelonkruiden als kweek groeien in de netten en geven daardoor bij het rooien een probleem. Mechanische onkruidbestrijding is geen optie, omdat je ze daarmee juist versmeert’’, vertelt de bollenkweker.
Taakkaart gecontroleerd
Van Boheemen laat zien dat hiervoor ontwikkelde spuitkaarten in het veld zijn getest door met een nauwkeurige GPS na te lopen waar de spuit het sein krijgt te spuiten en waar niet. Dat bleek overeen te komen, met de onkruiden ter plekke. Ruiter vult aan “Met inzet van deze taakkaart bespaar ik 90% op het middelengebruik.’’
Het wachten is nu op detectie-algoritmes voor alle onkruiden. Hij heeft hierbij een ideaal. ‘’De meeste onkruiden wil ik weg hebben, maar klaver bijvoorbeeld bindt stikstof en mag blijven staan.’’ Klaver maakt relatief weinig wortels en geeft geen probleem bij het rooien.
Biomassa meten
Over het plaatsspecifiek spuiten tegen bodemherbiciden, botrytis en luis op basis van biomassa is Ruiter tevreden. De Agrifac-spuitmachine biedt de mogelijkheid om verschillende doseringen tegelijkertijd af te geven, waardoor toepassing zeer nauwkeurig is. ‘‘We gaan dit nu doen op al onze percelen. Dat betekent dat komend seizoen elk twee weken een vaste werknemer op vaste plekken in het veld bladmonsters neemt om de biomassa vast te stellen.’’
De gegevens worden vervolgens gebruikt om de optimale dosering te bepalen en deze wordt ingevoerd in een taakkaart. Waar meer lichtconcurrentie is, is minder spuitmiddel tegen onkruiden nodig. Bij een bespuiting tegen botrytis en luis wordt op plekken met minder biomassa, minder middel gespoten.
Ook het overbemesten gebeurt op basis van biomassa. “We streven naar zoveel mogelijk mooie grote bollen, dus bemesten we naar wat de plant op kan nemen.’’
(tekst gaat onder foto verder)

Collectief werkbaar platform
Ruiter maakt zelf taakkaarten in Farmworks, maar veel tijd gaat zitten in het inladen en versturen van data en scans naar betrokken partijen. ‘’We hebben behoefte aan een collectief werkbaar platform’’, geeft hij aan Van Boheemen te kennen.
De expert schakelt meteen over naar het systeem van de WUR: Akkerweb. Via de loonwerkersapp blijkt het mogelijk te zijn direct gegevens uit te wisselen met DroneWerkers. Het is volgens de expert zaak dat ook de bedrijven die bodemscans maken, gekoppeld worden. Hij noteert dat hij de communicatie zal stroomlijnen, opdat Akkerweb nog gebruikersvriendelijker wordt.
Camera’s op de machine
Een betrouwbare oogstmeting voor rooigewassen bestaat nog niet. Alleen wegen, is niet genoeg, vindt de bollenkweker. Door camera’s in te zetten, wil hij informatie verkrijgen over maatvoering en kwaliteit. ‘’Dan zijn we zeker van de effecten en kunnen we nieuwe stappen zetten in precisielandbouw.’’
Ruiter is vanuit een ander project bezig met het optimaliseren van de bodem en wil ook daarvan de effecten kunnen meten. Daarnaast ziet de bollenteler kans om camera’s in te zetten bij variabel planten. De plantdichtheid wordt dan aangepast aan de bolmaat.
Software voor beregenen
Het softwareprogramma Raindancer waarmee Ruiter in de toekomst plaatsspecifiek hoopt te beregenen, legde hij afgelopen jaar terzijde. De GPS-bewaking voldoet, maar het water wordt in de rondte verspreidt, terwijl de bollenteler de haspel niet door nat gewas wil trekken.
Ook was Ruiter niet tevreden over de mogelijkheden om het water te verdelen middels een straalbreker. Volgens Van Boheemen is contact gezocht met de Duitse leverancier en zijn er komend jaar aanpassingen te verwachten.
Vochtsensoren
De in te voeren data betreffende de waterbehoefte worden verzameld door vochtsensoren die Ruiter in de bodem heeft geplaatst. Hij is begonnen met drie vochtsensoren en heeft er nu vijftien. ‘’Het kost minimaal een uur om een overzicht te krijgen over de verschillende data. Er moeten nog rekenregels komen om de data automatisch te interpreteren.’’
Overigens gaat hij de sensoren omruilen voor de GeoBas LoRa Expert6. Deze stations hebben geen simkaart nodig voor het verzenden van data en zijn daarmee geschikter als ze in het gewas staan.
(tekst gaat onder foto verder)

Nu nog een robottrekker
Nieuw op de wensenlijst van Ruiter is het onderwerp robottrekker. Dit ziet hij zitten om grasland te frezen en eventueel om grond voor het planten te spitten. Als gebruiker van New Holland wil hij niet met andere dealers het gesprek aangaan.
Van Boheemen draait de laptop opnieuw en showt hem een video van AgXeed. Bewegende beelden tonen hoe deze tractor op rupsbanden een spitmachine trekt. Ruiter is verrukt, maar constateert dat de werkbreedte niet geschikt is. Toch is hij geïnteresseerd in een demonstratie. ‘’Je moet ergens beginnen. Keulen en Aken zijn ook niet op één dag gebouwd.’’
Middelen behouden
In het twee uur durende evaluatiegesprek is het woord meeropbrengst niet gevallen. Dat is bijzonder. Ruiter laat in het midden wat hij van opbrengstverhoging verwacht. Hij redt zich met de wetenschap dat wat aandacht krijgt groeit. Belangrijk is volgens hem dat de sector onder veranderende omstandigheden kan blijven bestaan en dat middelen zo lang mogelijk hun toelating behouden. Desnoods met restricties op de dosering en/of de hoeveelheid die je als kweker per hectare kunt aankopen.