Werk aan de winkel met nitraat op zand

29 June 2026 door Janet Beekman

Akkerbouw

Op zandgronden worden nitraatnormen nog steeds overschreden, blijkt uit metingen in het project Akkerbouw voor Waterkwaliteit. In 2024 was dat op 58% van de percelen in het project, waarbij Nmin in het najaar is gemeten, het geval. Een checklist geeft tips aan telers om N-verliezen te beperken. Het was één van de onderwerpen op de vraag-maar-raak-sessies tijdens de Akkerbouwdag 2026.

Er is met management op akkerbouwbedrijven nog veel te halen als het gaat om verbetering van de waterkwaliteit. Tijdens de vraag-maar-raaksessie Wat levert slim telen en meten op voor jouw bedrijf en de waterkwaliteit? hebben Tim Verhagen van Delphy en David de Wit van Wageningen University & Research aangegeven wat er mogelijk is. In het project Akkerbouw voor Waterkwaliteit werken veertien akkerbouwers op zandgronden in Noordoost- en Zuidoost-Nederland sinds 2023 aan vermindering van stikstofemissies op hun bedrijf. Bij elke teler worden tien percelen gevolgd. De resultaten laten zien dat er meer actie nodig is om te voldoen aan normen van de nitraatrichtlijn en richtlijn water. Want in 2024 werd in het project de norm van 50 milligram nitraat per liter grondwater op 48% van de percelen in regio Noord overschreden, en op 69% van de percelen in Zuid-Nederland. De gemiddelde nitraatconcentratie in het grondwater was met 71 (half december 2024) en 76 milligram per liter (eind februari 2025) ruim boven de norm. Na de teelt van zaaiui, consumptieaardappel, peen en snijmais werden de hoogste nitraatconcentraties in het grondwater gevonden.

Pas drijfmest alleen toe op gewassen die in het voorjaar direct veel stikstof opnemen, zoals aardappelen, mais en wintertarwe. Laat ook een analyse uitvoeren van de minerale en totale stikstofgehaltes in organische mest. Daarmee kun je de specifieke stikstofwerkingscoëfficiënt van de mest bepalen om nog scherper te kunnen bemesten.

Grote variatie in Nmin-residu

WUR en Delphy werken samen met boeren aan vermindering van nitraatuitspoeling. ‘We zoeken met telers naar gerichte maatregelen om de N-verliezen beperken met behoud van opbrengsten’, zegt Verhagen. Onder andere met gerichte bemesting. Ofwel de vier J’s: Juiste dosis, Juiste mestsoort, Juiste moment en Juiste toepassing. ‘Maar het is niet altijd makkelijk, want uitspoeling hangt ook erg af van het weer. Veel regen vergroot het risico op uitspoeling nog al. Grondsoort speelt ook een belangrijk rol. Heb je bijvoorbeeld een lichte zandgrond met een grove textuur en een dunne teeltlaag, dan is die extra gevoelig voor uitspoeling.’ De Wit liet op de Akkerbouwdag een grafiek zien met de resultaten van Nminresidu-metingen. ‘Wat opvalt zijn de grote verschillen tussen bedrijven, percelen en gewassen. We zien in consumptieaardappelen duidelijke rasverschillen in N-efficiëntie, daar kan in de toekomst in de veredeling meer op worden gestuurd.’

‘Je kunt op N-gift besparen als je rekening houdt met N-nalevering uit voorvrucht, compost, groenbemesters en dierlijke mest.’

Gericht sturen

In 2024 hebben de deelnemers vijftien verschillende zogenoemde verdergaande maatregelen getest om de nitraatuitspoeling te beperken. Dit leverde geen eenduidige resultaten op. ‘De effecten verschilden sterk per perceel, onder andere door verschillen in grondsoort en grondwaterstand. Ook factoren als voorvrucht, bemestingsgeschiedenis en neerslag hadden een duidelijke invloed’, zegt De Wit. ‘Metingen van Nmin in het najaar en nitraat in het grondwater op het eigen bedrijf geven telers inzicht in de effecten van hun keuzes en in mogelijkheden om gericht te sturen op lagere emissies.’ Volgens Verhagen bieden verdergaande maatregelen perspectief. ‘Zoals vroeger scheuren van grasland, zodat bijvoorbeeld aardappel als volgteelt de N hieruit beter kan benutten en de bemesting omlaag kan. Of zorgen voor een geslaagde groenbemester die in het najaar veel stikstof opneemt, waardoor de N-uitspoeling afneemt. Op stikstofgift besparen is ook mogelijk door rekening te houden met de stikstof die vrijkomt uit voorvrucht, groenbemester, dierlijke mest en compost. En door na het bloeimoment geen stikstof te bemesten, omdat de plant het dan niet meer opneemt.’ Een andere optie voor telers is verbeteren van het totale teeltmanagement onder andere met Integrated Crop Management (ICM). ‘Een goede beheersing van ziekten en plagen leidt bijvoorbeeld tot hogere gewasopbrengsten en daarmee een hogere N-afvoer en minder milieuverliezen’, zegt De Wit. ‘Er zijn nog veel meer opties. In het project hebben we een overzicht van mogelijke maatregelen opgesteld, waarmee telers aan de slag kunnen om de nitraatuitspoeling te verlagen.’