Robots zijn prominent aanwezig in het NPPL+R programma van de NPPL in 2026. Beproefd worden diverse nieuwe technieken, van zaaien en verzorgen tot oogsten. Een overzicht van wat er gaat gebeuren in 2026 binnen NPPL+R.

De Nationale Proeftuin Precisie Landbouw (NPPL) heeft de toevoeging ‘R’ gekregen. Ook robots zijn vanaf nu volledig aandachtsgebied van de proeftuin die bij telers in de praktijk innovaties op gebied van precisielandbouw en robotisering onderzoekt. Het aantal machines, systemen en robots dat NPPL+R dit jaar beproeft, is groter dan ooit. Er zijn tien hoofdonderwerpen die dit jaar met ondersteuning van experts van de WUR op praktische inzetbaarheid bij telers en melkveehouders worden beproefd. Eind maart zijn de meeste projecten en hun deelnemers bekend, maar er kunnen nog enkele volgen.

De Andela Robot Weeder tikt onkruidplantjes aan en doodt die met elektrische stroom. Anders dan de Elektroweeder die vollevelds werkt, werkt de Robotweedeer cameragestuurd selectief.

Helpdesk

Nieuw dit jaar is een online helpdesk voor akkerbouwers en melkveehouders. Spuiten, bemesten, zaaien, het kan allemaal met behulp van precisietechnieken. NPPL+R gaat met de kennis en kunde van acht jaar NPPL een helpdesk inrichten voor antwoord op de vragen hoe te beginnen met precisielandbouw, wat is ervoor nodig en hoe kom ik verder en onder welke omstandigheden zijn welke toepassingen nuttig en rendabel? Onderwerpen zijn: variabel spuiten, variabel bemesten, taakkaarten, datagebruik. Fruitteelt loopt hierin mee: ook fruittelers kunnen vragen stellen.

Ook groenten en fruit

Ook de groenten- en fruitsector hebben dit jaar projecten binnen NPPL+R. Er zijn diverse camera- en sensorsystemen die groei en bloei op boomniveau kunnen monitoren als basis voor taakkaarten om de productie te optimaliseren. Onderwerp bijvoorbeeld is precisie-dunning bij peren en laten zien hoe verzamelde data wordt ingezet op taakkaarttoepassingen zoals wortelsnijden en precisiedunning. Het plan is om aan het eind van het jaar een kennisevent te organiseren waarin telers worden bijgepraat over de resultaten. Twee fruittelers willen graag een plukrobot testen. Dat gebeurt in september/oktober onder begeleiding van WUR. Plukken, maar ook inpakken van het gesorteerde fruit is arbeidsintensief. In 2026 zal er een verkenning plaatsvinden plaatsvinden van de technische mogelijkheden met inpakrobots.

Appels plukken is arbeidsintensief. Hoe kan robotica de fruitteelt verder helpen?

UV-licht

Dat UV-licht schimmels kan bestrijden, is een vaststaand gegeven. Maar de toepassing kan arbeidsintensief zijn. NPPL+R beproeft dit jaar een gerobotiseerd systeem om met UV licht in aardbeien schimmels zoals meeldauw te bestrijden. En, hoewel een nog zeer recente techniek, kunnen meerdere leveranciers een systeem leveren dat volledig automatisch broccoli selecteert en oogst. In NPPL+R wordt dit jaar het systeem beproefd van AHS Europe. Centrale vraag is hoe goed doet een selectieve oogstrobot het in broccoli, hoe past het in de bedrijfsvoering, welke randvoorwaarden zijn van belang om het goed te laten werken en welke lessen kunnen hieruit getrokken worden voor andere vollegrondsgroentegewassen?

Testen met de Kilter spotsprayer.

Onkruid wieden

Vorig jaar is binnen NPPL ervaring opgedaan met enkele autonoom werkende robotwieders. Onkruidbestrijding wordt dit jaar in het NPPL+R project verder uitgebreid. Met zekerheid worden bij een aantal telers de Ekobot WEAI, de Andela Electro Weeder en de Robot Weeder, de E-vario weeder van Lauwen Agro Engineering en de Kilter spotsprayer ingezet. Maar zal het aantal systemen dat NPPL+R gaat beproeven wordt nog uitgebreid. Maatschap Rodenbrug met een akkerbouwbedrijf in Lelystand en Dronten deed vorig jaar de eerste ervaring op met de Ekobot van Homburg. Dit jaar wordt de Ekobot opnieuw bij Rodenburg ingezet en gaat Rodenburg dat combineren met de Andela Electro Weeder. De Ekobot verwijdert mechanisch, cameragestuurd onkruid in de rij, de Elektroweeder doodt onkruid door elektrocutie tussen de rijden: schoffelen zonder de grond te beroeren. Sjaak Huetink uit Lemelerveld gaat experimenteren met de Kilter spotsprayer. Officieel is de Kilter nog niet toegestaan. In Het NPPL-project wordt vooral gekeken hoe de boer een rol kan vervullen bij het leveren van data om de machine geschikt te maken voor nieuwe teelten.

Chemieloze onkruidbestrijding staat volop in de belangstelling en heeft dit jaar in het NPPL+R project ook een groot aandeel. Zowel voor ‘bemande’ als volledig autonoom werkende systemen.

Precision planting

In maïs, maar ook in bieten en/of cichorei wordt een precisiezaaimachine van het Amerikaanse Precision Planting beproefd. Deze machine meet met sensortechniek al rijdend organische stof, vocht, temperatuur en EC-waarde van de grond en past daar de zaaidiepte op aan. Het initiatief is door oud-NPPL-deelnemer Pieter Van Leeuwen Boomkamp uit Nijkerk aangezwengeld en is een van de bedrijven waar de machine gaat zaaien. Uit Amerikaans onderzoek blijkt volgens Precision Planting dat het voor de opbrengst van korrelmaïs van belang is dat de zaden gelijkmatig opkomen. Voor een optimale opbrengst zouden binnen twee tot maximaal drie dagen alle planten op het veld moeten staan en plaats specifiek aanpassen van de zaaidiepte, kan dat bevorderen. In Nederland gaat het meer om snijmais dan korrelmais, maar de voederwaarde komt toch vooral uit de kolf. In NPPL+R wordt in de praktijk getest wat deze techniek in Nederland voor de maisopbrengst kan betekenen. Sensus gaat op de Cosun inspiratieboerderij in Dinteloord de zaaitechniek in cichorei, waar opkomst ook een heikel punt is, beproeven.

Precision Planting is onderdeel van Agco en levert zaaielementen aan diverse fabrikanten wereldwijd. In het NPPL+R programma wordt dit jaar een zes-rijïge uitvoering in maïs en bieten beproefd. In het NPPL project wordt er ervaring opgedaan met een zaaimachine van Agrisem.

Autonome trekker demodag

Na de graanoogst komt er een autonome trekker demodag. Leveranciers worden uitgenodigd hun autonome trekker, of voertuig dat een trekker vervangt in de ochtend te introduceren en te demonstreren. In de middag kunnen geïnteresseerden dan in kleine groepjes zelfstandig (onder begeleiding) met de machine aan het werk. Het gaat om systemen die met standaard beschikbare werktuigen kunnen werken. Daarnaast worden bedrijven die belangstelling hebben om ervaring op te doen, ondersteund bij het aanpassen van hun werktuigen voor autonome inzet en het werken met een autonome trekker of voertuig. Vorig jaar is voor het eerst ervaring opgedaan met de inzet van een autonome trekker in het transport tijdens de oogst. Het plan is om dit jaar opnieuw te experimenteren met de mogelijkheden van deze toepassing.

NPPL-R gaat in 2026 door met testen van oogstrobots.

Koppeling werktuigen aan autonome trekkers

Er wordt gewerkt aan het plaatsen van sensoren op bestaande machines zodat deze beter inzetbaar worden met autonome voertuigen (trekker/robot). Eerste stap is machine-monitoring : met behulp van sensoren controleren of machine defect is. Dat gaat op vijf tot zeven machines in de praktijk gebeuren. Tweede stap is slimme machines die de kwaliteit van bewerkingsresultaat controleren en zichzelf maar ook autonome voertuig bijstellen (afstelling, snelheid, toeren, hef, etc). Ook in de fruitteelt krijgt het werken met autonome werktuigen aandacht voor autonoom maaien, autonoom spuiten en autonoom monitoren.

Sensoren op werktuigen moeten signalen doorgeven als er iets mis is.

Drones

Binnen NPPL+R loopt dit jaar nieuw onderzoek naar het gebruik van drones en dronebeelden op melkveebedrijven. Zowel om weidevogeldetectie te vertalen naar automatisch maaibeheer rondom vogelnesten, als om vegetatiemonitoring in te zetten voor beter graslandbeheer en draadloos weidebeheer. Er starten twee trajecten met toepassingen van drones in de melkveehouderij. In het eerste traject wordt onderzocht hoe veehouders data uit herkenningssoftware direct kunnen inzetten om nesten en vogels te ontzien tijdens maaiwerkzaamheden. Het gaat dan vooral om de vertaling naar automatisch maaibeheer. De volgende stap is om deze informatie automatisch te koppelen aan de uitvoering in het veld: kijken naar mogelijkheden om detectiekaarten te koppelen aan taakkaarten en integratie met GPS-gestuurde maaimachines. In het ideale geval kan de veehouders dan automatisch om een nest heen maaien op basis van detectiegegevens. Het is de bedoeling de mogelijkheden in praktijksituaties te demonstreren. WUR schrijft ook een roadmap hoe het gebruik van drones in de landbouw (monitoren, strooien en spuiten) verder te brengen. De uitvoer van deze roadmap start in 2026.

Graslandmonitoring

In het tweede traject wordt onderzocht of drone- en satellietdata voldoende betrouwbaar zijn om daarmee te sturen op grasgroei en beweiding met als doel om efficiënter te werken en beter onderbouwde beslissingen te nemen in graslandbeheer. Twee melkveehouders, die beter inzicht willen in grasgroei, werken mee aan dit praktijkonderzoek. De één wil vooral een beter maaimanagement en de ander wil kennis van grasgroei gebruiken voor het beter plannen van draadloos weiden. Er wordt gekeken naar betrouwbaarheid van grasopbrengstmetingen door satelliet- of dronebeelden te vergelijken met metingen met een grashoogtemeter (plaatmeter) en praktijkschattingen. De onderzoekers brengen ook de arbeidsbesparing in kaart voor inzicht in mogelijke tijdswinst door minder veldmetingen en efficiëntere planning en beoordelen in hoeverre de techniek praktisch toepasbaar is. Getest worden NIR-sensoren en data voor grasmassabepaling, planning maaien/weiden,vers gras voeren, variabel bemesten.

Telers worden in de gelegenheid gesteld voor een bepaalde periode een autonome trekker (iQuus uitgeruste New Holland T6.180 of Agxeed Agbot) te beschikken. Vanuit NPPL is er dan ondersteuning om vertrouwd te raken met het systeem en de trekker in bedrijf te stellen. Of eventueel kleine aanpassingen te doen zoals een extra sensor op een werktuig.

Meten van de grashoogte en drogestofgehalte om het management te optimaliseren.