Zoektocht naar de best practice drone-onderzaai volop gaande

09 September 2026 door Leo Tholhuijsen

Akkerbouw Drones

De vraag waarom onderzaai van groenbemester met een drone de ene keer wel lukt en de andere keer juist weer niet, is niet altijd gemakkelijk te beantwoorden.

Nou ja, soms ook weer wel. Onder ideale omstandigheden van vochtig weer na onderzaai gaat het goed. Wanneer daartegenover het groenbemesterzaad op droge grond valt en regen blijft uit, dan is het minder. Of als er eerste een beetje vocht is, waardoor het zaad kiemt, en daarna het kiemplantje verdroogt, ook dan is de oorzaak wel aan te wijzen. Redelijk logisch en voorspelbaar dit.

Maar waarom de groenbemester (bladrammenas en wikke) onder de gerst vandaan ‘matig tot goed’ opkwam, terwijl onder de tarwe vandaan sprake was van ‘nauwelijks opkomst’ is een raadsel. “Het gaat om een en het zelfde graanperceel”, licht akkerbouwer Gert Sterenborg toe. “Toen het tarwezaad op was, zijn we verder gegaan met gerst.”

De groenbemester werd met de drone gezaaid op 21 juli. De gerst werd op 1 augustus geoogst, de tarwe een week later op 8 augustus. Vanaf een afstand, vlak over het perceel kijkend, is op 1 september op de streep af te zien waar de tarwe stond (vrij kale stoppel) en waar de gerst (groen door vooral de bladrammenas).

Gert Sterenborg

Genuanceerder beeld

In het veld is trouwens sprake van een iets genuanceerder beeld. In die zin dan in de tarwestoppel bij nadere beschouwing heus wel wat groenbemester is gekiemd en zich nog wel verder kan ontwikkelen. In de gerst (‘opkomst matig tot goed’) is de stand wel wat onregelmatig, zeker is het niet de groene mat die je gezien vanaf een zo’n 100 meter zou verwachten.  Al helemaal is geen sprake een groenbemestingsgewas dat onkruid onderdrukt. Het laatste zou juist zeer welkom zijn in de Veenkoloniën, waar aan onkruid nooit gebrek is.

BOBB-vooronderzoek

Afgelopen 1 september evalueerden Leks Bolderdijk van ABDrone en de akkerbouwers Gert Sterenborg en Harmen Wollerich de afgelopen drie jaar van het boerenexperiment. Het experiment moet gezien worden als het  BOBB-vooronderzoek naar de techniek van drone-onderzaai, vooruitlopend op Soilcrates-onderzoek in 2027 en 2028 naar waar het uiteindelijk om draait, namelijk het effect op de bodem. BOBB staat voor Beter Onderzaaien voor Betere Bodems. Soilcrates is een Europees samenwerkingsverband dat de gezondheid, structuur en biodiversiteit van de bodem wil verbeteren. In het Veenkoloniale experiment wordt samengewerkt met de  Noord-Nederlandse tak van Soilcrates.

Er is geen teelthandleiding dronezaaien

Vrij centraal op de evaluatie stond de vraag  waar komt het nogal grote verschil dit jaar tussen de stand van de groenbemester in de tarwestoppel en die in de gerststoppel vandaan. Bolderijk, Wollerich en Sterenborg hebben feitelijk geen idee van waar ze het antwoord moeten zoeken. Ook de genodigden op de evaluatiemiddag in Onstwedde (Gr.)  moeten het antwoord schuldig blijven.

“Waar we mee te maken hebben”, zegt Bolderdijk  “wat lastig is, is dat er geen teelthandleiding dronezaaien is. We moeten het zelf uitvinden. Waar moet je rekening mee houden? Wat je wilt, is vochtig weer na het dronezaaien. Maar dat blijft een gok, wat wordt het weer de komende drie weken. Wat dat betreft zijn bij het gangbaar zaaien en inwerken de omstandigheden zekerder.”

Gecharmeerd van dronezaaien

Evenzogoed is het drietal wel gecharmeerd van het fenomeen drone-onderzaaien-van-een- groenbemester-in-graan. De groenbemester heeft een langer groeiseizoen, het is minder werk, bespaart diesel en behoud van een goede bodemstructuur. Daarbij hebben de akkerbouwers de indruk dat de langere periode van bodemrust (18 maanden geen grondbewerking, vanaf winter graanzaai tot aan pootbedbereiding aardappelen) de bodem goed doet en zo bijdraagt aan een regeneratieve/meer natuurinclusieve landbouw.

Daardoor kan onderzaaien kan meetellen als eco-activiteit en zodoende geld opleveren. Onderzaaien op enkele percelen kan net het zetje zijn om in de ecoregeling brons, zilver of goud te halen. Dat is dus €60, €100 of €200 per hectare extra over het gehele areaal. Het verschilt per bedrijf.

Onderzaai van gerst en tarwe met gebruik van een drone. Foto's: Koos Groenewold
Onderzaai groenbemesters in tarwe en gerst met gebruik van een drone. Foto’s: Koos Groenewold

Weer is cruciale succesfactor

Zoals gezegd is er geen teelthandleiding voor dronezaaien en het lastig te voorspellen weer is een cruciale succesfactor. Reden waarom experimenten met drone-onderzaai in het hele land resultaten geven van ‘prima-zo-zou-het-altijd-moeten-lukken’ tot ‘teleurstellend-zonde-van de gemaakte-kosten’.

Vorig jaar in 2025 slaagde het droneonderzaai-experiment in de Veenkoloniën erg goed. De mosterd en bladrammenas groeiden ‘bijna te goed’. Ze werden bijna meegemaaid bij de graanoogst. De opvolgende zodebemesting beschadigde het groenbemestingsgewas niet.

Omstandigheden zijn bepalend

Kortom: omstandigheden zijn zeer bepalend voor het resultaat, zeker het weer! Al in 2024, aan het eind van het eerste jaar van het vooronderzoek werd de geconcludeerd dat dronezaaien potentie heeft, maar het ontbreekt nog aan praktijkkennis. Nu, september 2026, staat de conclusie nog steeds, er is weliswaar twee jaar meer ervaring, maar de noodzaak om grip op de best practice  te krijgen is onveranderd groot.

Ondertussen start volgend jaar onderzoek naar het heilzame effect van dronezaai en bijbehorende rust voor de bodem.