Meer praktijkervaring nodig voor dronestrooien en -spuiten
29 April 2026 door Janet Beekman
Drones kunnen een veel grotere rol spelen in de land- en tuinbouw dan tot nu toe. Er zijn talloze toepassingen denkbaar. WUR geeft een doorkijk in de roadmap ‘Drones naar de boerenpraktijk’, inclusief de knelpunten die nog om oplossingen vragen. ‘De grote doorbraak moet nog komen.’
Drones kunnen de land- en tuinbouw verder verduurzamen en de arbeidsefficiëntie verhogen. Diverse drone-toepassingen dragen bij aan lagere emissies, bodemherstel en biodiversiteitverbetering. ‘Zaaien of bemesten met drones verlaagt bijvoorbeeld de bodemdruk en plaatsspecifiek werken, verlaagt de input van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen’, zegt Corné Lugtenburg van Wageningen University & Research (WUR). ‘Telers kunnen ook werken met een drone als het land te nat is om op te rijden en dat kan de effectiviteit vergroten.’ In de afgelopen tien jaren zijn er veel initiatieven met drones geweest, maar de grote doorbraak is (nog) niet gekomen. ‘Toch zien wij kansen voor een bredere toepassing van drones in de Nederlandse land- en tuinbouw’, zegt Lugtenburg. Het ministerie van LVVN heeft WUR gevraagd om een roadmap ‘Drones naar de boerenpraktijk’ te schetsen. Daarin staan kansen, belemmeringen en de weg vooruit. De roadmap is gebaseerd op kennis en ervaring van telers en bedrijven die bezig zijn met drone-toepassingen in de praktijk. En van WUR-onderzoekers die kennis hebben van drone-toepassingen en/of remote sensing.

Monitoring gewassen
De roadmap beschrijft grofweg twee landbouwkundige toepassingen voor drones. Enerzijds monitoring en anderzijds het toepassen of toedienen van bepaalde producten ten gunste van de teelt. Momenteel is het zogenoemde ‘remote sensing’ de meest gebruikte landbouwtoepassing van drones in Nederland. De inzet van drones helpt om allerlei bodemkenmerken (zoals organische stof) en gewaseigenschappen (zoals biomassa) in kaart te brengen. Boeren kunnen deze data omzetten in taakkaarten voor bijvoorbeeld precisiebemesting of ziektebestrijding met precisiebespuiting, waaronder spotspraying. ‘Met behulp van sensoren of camera’s aan drones alle percelen monitoren in het groeiseizoen bespaart telers veel tijd’, vertelt Lugtenburg. ‘Bij opschaling van bedrijven biedt “swarmen” (het laten samenwerken van zwermen drones en een landingsplatform en oplaadpunt voor meer drones) veel potentie.’ Een ander al veel gebruikte toepassing is het opsporen van vogelnesten en reeën met infraroodcamera’s. In het NPPL+R-project doet WUR dit jaar weer onderzoek naar vogelnestdetectie. Agrarisch natuurcollectieven zijn ook bezig met drones om vogelnesten te beschermen. ‘Vrijwilligers verzamelen gps-coördinaten van gevonden nesten in de boerenlandvogelmonitor’, vertelt Jan Nagel van Landschapsbeheer Flevoland. ‘Om te zorgen dat boeren vogelnesten kunnen ontwijken, is het wenselijk dat deze nestdata in het systeem van trekkers komt. Drone-operator Kok Agro-service heeft dit jaar hun drone gps-nestdata actief gekregen in een aantal trekkers, waarmee weidevogelnesten beter worden beschermd. Als collectieven samen met WUR de integratie tussen systemen realiseren, zetten we grote stappen in de nestbescherming van de weide- en akkervogels.’
Uitzetten van natuurlijke vijanden tegen plaaginsecten
Drones zijn zeer geschikt om biologische bestrijders uit te zetten tegen plaaginsecten in gewassen. Naast het zaaien met drones is Qlobel hiermee ook actief, net als Koppert en Biobest. In Noord-Holland worden in een EIP-project, biologische bestrijders uitgezet in akkerbouw en vollegrondsgroenten. EIP staat Europees Innovatie Partnerschap, een subsidieregeling voor verduurzaming van land- en tuinbouw. Drone-operator Qlobel werkt hierin samen met akkerbouwers en kwekers, toeleveranciers van biologische bestrijders, zoals BioBest en Koppert, en WUR-onderzoekers. Het project begon in 2025, het doel is onderzoeken hoe effectief natuurlijke vijanden werken tegen plaaginsecten bij Noord-Hollandse telers. ‘We richten ons op bestrijding van alle plaaginsecten, zoals luis, koolgalmug, trips en de bonenvlieg’, vertelt Arjan Jansma van Qlobel. ‘We selecteren per plaag en situatie een natuurlijke vijand die we met een drone uitzetten. We zetten ze uit als eitje, larve of volwassen insect, afhankelijk van de situatie in het gewas en welke plaag er is. We maken daarbij ook gebruik van kennis en ervaring in het buitenland, waar ze al veel vaker biologische bestrijders uitzetten in buitenteelten.’ Het juiste gebruik van drones is erg belangrijk om de overlevingskansen van het materiaal (biologische bestrijders) te vergroten. ‘Vaak zitten biologische bestrijders op een tijdelijk dragermateriaal om de beestjes te beschermen bij het strooien. We kunnen ook aaltjes uitzetten, die eitjes opruimen van plaaginsecten, zodat die later of bij een volgende teelt niet meer actief worden’, zegt Jansma. Hij verwacht dat drones in de toekomst een grotere rol krijgen om plagen te voorkomen of om plagen heel klein te houden zonder het groeiproces te belemmeren. ‘We zien in het buitenland dat uitzetten van biologische bestrijders in buitenteelten financieel ook gunstig is. We kijken of dat in Nederland ook zo is.’
Strooien en spuiten
De tweede landbouwkundige toepassing van drones gaat over strooien van vaste stoffen (meststoffen, natuurlijke vijanden, pollen, zaaizaad en slakkenkorrels) of spuiten van vloeibare stoffen (vloeibare meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen en biostimulanten). In 2025 is in het NPPL+R-project ervaring opgedaan met het zaaien van groenbemesters met een drone. Dat is gedaan voor de oogst van wintertarwe en sorghum bij zes telers in Zuidwest-Nederland met als doel tijdig zaaien voor de ontwikkeling van veel biomassa. De proef laat zien dat dronezaai mogelijk is, maar dat vocht een belangrijke voorwaarde is voor kieming en het slagen van de groenbemester. Grassen en klavers ontwikkelden zich goed als onderzaai. Twee mengsels van groenbemesters en Camelia Sativa (huttentut) deden het onder de droge omstandigheden in 2025 minder goed. Er is nog meer onderzoek nodig om uit te zoeken welke groenbemesters geschikt zijn voor dronezaai en hoe bestaande vegetatie, herbicidengebruik en schaduwwerking van het hoofdgewas de onderzaai beïnvloeden. Op 13 augustus 2025 (zes weken voor de maisoogst) is op WUR-proefbedrijf De Marke met een drone Italiaans raaigras (naakt zaad) gezaaid als groenbemester/ vanggewas in mais. ‘In maart 2026 bleek dat een erg wisselende opkomst te geven. Variërend van vijf tot vijftig procent bodembedekking. Waarschijnlijk te wijten aan de bodemeigenschappen en lokale omstandigheden’, zegt WUR-onderzoeker Frank Hollewand. ‘Omhulling van het zaad met een kleicoating zou de resultaten kunnen verbeteren, omdat zo’n coating vocht vasthoudt. Dat moeten we verder onderzoeken.’

Minder kunstmest en diesel
Leks Bolderdijk is akkerbouwer en loonwerker en eigenaar van ABdrone. Hij is al tien jaar bezig met drone-toepassingen voor de landbouw. ‘Tot dusver hebben we ervaring opgedaan met het strooien van kunstmest of zaaizaad en met warmtecamera’s voor vogelnestdetectie’, vertelt Bolderdijk. ‘Ik heb hoge verwachtingen van dronezaaien, maar we missen nog praktijkervaring. Onderzaai van klaver in de graanstoppel bespaart veel kunstmest en zaaien met een drone bespaart veel diesel.’ Sinds vier jaar heeft Bolderdijk ook proeven gedaan met spuiten van bladmeststof of biostimulanten met een drone. ‘We willen diverse toepassingen verder ontwikkelen in samenwerking met onder andere WUR, TNO en Van Hall.’ Plaatsspecifiek spuiten tegen onkruiden of ziekten en plagen met een drone kan een interessante toepassing zijn. Bijvoorbeeld spotsprayen van plekken met probleemonkruiden of phytophthora spuiten als de ziektedruk hoog is en het land niet begaanbaar is. Echter de regelgeving in Nederland (en de EU) is voorlopig nog een groot obstakel voor spuiten met een drone. Zaaien mag wel, maar spuiten van geregistreerde gewasbeschermingsmiddelen met een drone is volgens de gewasbeschermingswet niet toegestaan. De overheid ziet de drone als een vliegtuig. Spuiten met een vliegtuig mag al sinds 2011 niet meer vanwege te veel drift. Of het mogelijk is om technisch gezien een drone te ontwikkelen die voldoet aan wettelijke normen van driftreductie is de vraag. En als dat al lukt, gaat het waarschijnlijk nog heel veel tijd kosten.
Regelgeving belemmert spuiten
In China, Brazilië en Australië is dronespuiten meer gemeengoed. In de Verenigde Staten is het sterk in opkomst. Terwijl in het buitenland al tientallen jaren met zaai- en spuitdrones wordt gewerkt, zijn deze toepassingen in Nederland nog geen alternatief voor reguliere praktijk. De Europese regelgeving deelt dronevluchten in drie categorieën: open, specifiek en gecertificeerd. Onder de eerste categorie valt het observeren van percelen met een lichte drone (tot 250 gram) tot een afstand van 500 meter (drone in het zicht houden) en een maximale hoogte van 120 meter. Daarvoor is alleen een RDW-registratie voldoende. Tussen 250 gram en 25 kilo is een vliegbewijs nodig. ‘Bij gebruik van zwaardere drones die meer dan 25 kilo wegen, drones die een product uitstrooien of voor compleet autonoom werkende drones, is een veel ingewikkelder traject nodig’, zegt Bolderdijk. ‘Naast RDW-registratie is een gespecialiseerde piloottraining nodig en operationele autorisatie van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). En je moet een operationeel handboek opstellen. Die van ons telt achthonderd pagina’s en goedkeuring duurde anderhalf jaar’, zegt Bolderdijk. ‘Opleiding en certificering heeft mij €7.216, exclusief btw, gekost. Bij mijn weten zijn wij het enige volledig gecertificeerde bedrijf in Nederland die legaal mag vliegen met drones voor landbouwkundig gebruik boven 25 kilo. Daarmee heb je de capaciteit om te strooien en te spuiten. Komend jaar komen er waarschijnlijk een aantal nieuwe agrarische dronebedrijven bij die met drones boven 25 kilo mogen vliegen.’

‘Drone-operators moeten zich organiseren’
Door regelgeving en certificering schiet het in Nederland niet hard op met de praktische toepassing van drone-strooien of -spuiten in de land- en tuinbouw. Volgens Bolderdijk zou standaardisatie van certificering kunnen helpen. ‘Nu moet elk loonbedrijf die aan de slag wil met drone-toepassingen zelf een handboek schrijven om legaal met drones te zaaien of te spuiten. En kost het erg veel tijd voordat je de juiste papieren hebt en bij elke nieuwe drone is een update van het handboek nodig’, zegt Bolderdijk. Hij vindt dat drone-operators zich moeten organiseren en samen met onderzoekers en overheid kijken hoe toepassing van drones in de land- en tuinbouw versneld kan worden. ‘Op die manier kun je gezamenlijk meer gedegen praktijkonderzoek doen, waarbij je met onderbouwde resultaten van toepassingen overheden kunt overtuigen van de duurzaamheidsvoordelen. En daarnaast is het belangrijk om ook meer zicht te krijgen op het verdienmodel van boeren van drone-toepassingen.’
Voordelen van het gebruik van drones in land- en tuinbouw
- Minder arbeid nodig voor monitoring van gewassen, kunstmest strooien, zaaien en spuiten op het moment dat autonoom vliegen (zonder persoon erbij) is toegestaan.
- Verlagen van emissies door plaatsspecifieke bemesting en bespuiting en een efficiënter gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen.
- Minder bodemverdichting en ook kunnen werken als percelen te nat zijn om op te rijden.
- Je kunt op het juiste moment iets strooien of spuiten onafhankelijk van bodemconditie en gewasgrootte.
- Ook erg geschikt voor monitoring van biodiversiteit, onder andere detectie van reeën en weidevogels en hun nesten.
- Diverse materialen en vloeistoffen zijn goed te verdelen, ook in kleine hoeveelheden. De rotors van drones blazen het product goed in en tussen het gewas.
- Vroege onderzaai van vanggewassen en/of groenbemesters mogelijk in mais of granen. Dat leidt tot minder uitspoeling van stikstof en N-vastlegging in de bodem.
- Vroegtijdige detectie van ziekten en plagen, waarmee gerichte bestrijding mogelijk is, vaak met minder middelen.
- Drones verbruiken veel minder energie per hectare dan machines (voor bemesting, zaaien en spuiten), die op diesel rijden.