Nieuwe wapens tegen phytophthora maar strijd nog lang niet gestreden

27 July 2026 door Leo Tholhuijsen (tekst); Peter Roek (beeld)

Akkerbouw Data – Beslissen – Sturing Drones Precisie – Variabel – Minder input

Voor het tweede jaar op rij toont de aardappelziekte phytophthora zich van zijn vriendelijke kant, namelijk door afwezigheid. Maar volgens deskundigen is er geen enkele reden om onderuit te gaan zitten. Anno 2026 hangt phytophthora infestans nog als een donkere wolk boven de aardappelteelt. Het goede nieuws is dat op het vlak van de beheersing er al veel meer raffinement is dan voorheen. En veelbelovende ontwikkelingen zijn onderweg. Drones bijvoorbeeld of een sporenvangernetwerk zoals dat van telefoonzendmasten.

Dat het met de schimmel phytopthora infestans enkel en alleen nog maar een kwestie is van even de tanden op elkaar en dat dan het grootste leed geleden is, kunnen we wel vergeten. Wat aan de kant van onderzoek naar het juiste spuitmoment is gewonnen (wat resistentieveredeling oplevert), en hoeveel nieuwe fungiciden er de laatste decennia ook zijn ontwikkeld, de schimmel blijft als een donkere wolk boven de aardappelteelt hangen. De strijd is nog lang niet gestreden. En het is de vraag of dat ooit het geval zal zijn. Daar zijn drie redenen voor:

1. De schimmel is ‘slim’ en ontwikkelt mutanten die ongevoelig blijken voor bepaalde fungiciden.
2. Er ontwikkelen zich door mutatie eveneens stammen die zich niks aantrekken van één of meer resistentiegenen in de aardappel.
3. Het Europese gewasbeschermingsbeleid zet het pakket fungiciden stevig onder druk.

Veldbijeenkomst ‘rassen met verbeterde resistentie’ in Zevenbergschen Hoek.

‘Te weinig gevoel voor urgentie’

Over dat laatste houdt Jan Eric Geersing van handelshuis Geersing Potato Specialist zijn hart vast als ook hier in Nederland PFAS-bevattende fungiciden van de markt gaan. ‘In Denemarken is dat al het geval.’ Daar hebben ze na dit jaar nog vier actieve stoffen over en zijn ze naarstig op zoek naar extra actieve stoffen. Voor Nederland zal het wegvallen van PFAS-middelen tegen phytophthora neerkomen op het verdwijnen van fluazinam (een hele reeks merknamen) en fluopicolide (Infinito). Er blijft nog best nog wat over, maar 22 bespuitingen zoals die volgens de labels beschikbaar waren, hebben telers dan niet meer. ‘Beide PFAS actieve stoffen zijn wel echte steunpilaren op dit moment’, zegt phytophthoraspecialist Geert Kessel van Wageningen University & Research (WUR). ‘Voor Alternaria wordt de situatie bij wegvallen van PFAS- middelen veel kritieker, daar houden we zo goed als niets over.’

Topresistent

Geersing: ‘We kunnen ook met minder middelen de boel wel de baas blijven, mits er sprake is van wat wij noemen teelt van topresistente rassen.’ Met topresistent bedoelt Geersing écht resistent. De termen ‘robuust en verbeterd resistent’ zijn in zijn visie puur verhullende termen voor rassen die wel een resistentie-gen hebben, maar toch snel aangetast/doorbroken worden. ‘Vaak zijn ze niet veel beter dan vatbare rassen, soms zelfs gelijk aan vatbaar.’ Zijn bedrijf heeft verschillende topresistentie in de pijplijn; ook bakwaardige. Wat Geersing betreft is het qua phytophthora-beheersing al vijf-over-twaalf. Ook doordat hij aan de kant de verwerkende industrie nog onvoldoende urgentie ervaart in de vraag naar resistentere fritesrassen. ‘De focus daar is nog vooral gericht op lengte, bakkwaliteit en bewaarbaarheid. We hebben het dan over het overgrote deel van de aardappelen in Nederland.’ Zorgwekkend in dit verband ook: waar decennialang met enige regelmaat vanuit het onderzoek triomfantelijk goede resultaten in de ontwikkeling van resistentie werden gemeld – en die in de landbouwpers breed werden uitgemeten – is de laatste paar jaar de toon veranderd. Steeds vaker valt te lezen over hoe agressievere schimmelstammen opduiken en hoe de schimmel resistenties doorbreekt. En over hoe onderhand de phythophthora de aardappelteelt in zijn geheel gaat bedreigen.

Geert Kessel (WUR): ‘Door inzet van rassen met verbeterde resistentie kunnen we door de bank genomen tussen 50 en 90% besparen op het middelgebruik.’

Eén teler…

Geersing was aanwezig op de veldbijeenkomsten over resistentie tegen de aardappelziekte. Die bijeenkomsten waren van Noord tot Zuid georganiseerd door de Stichting Milieukeur (SMK) samen met Bionext en BO-akkerbouw. Tegen de achtergrond van de urgentie van de ziekte was de opkomst teleurstellend. ‘De gehele aardappelketen, van telers tot verwerkers en retailers’ was uitgenodigd door SMK op haar website. Op de bijeenkomst bij akkerbouwer Dingeman Burgers in Zevenbergschenhoek (N.Br.) gaf een tiental deskundigen uit de periferie acte de présence. Welgeteld één teler akkerbouwer was komen opdagen. Niemand van de fritesindustrie. Dat kan te maken hebben met het voor telers tot dan toe zeer gunstige phythopthoraweer van 2026, of misschien met een krappe publiciteit er omheen. Maar toch, de geringe belangstelling voor de demoveldbezoeken was bij lange na niet in lijn met de vijf-over-twaalf gedachte van Geersing. 

Rassen met verbeterde resistentie

Kern van de demoveldbezoeken waren aardappelrassen ‘met een verbeterde resistentie tegen phytophthora infestans’. Tot voor kort heetten ze ‘robuuste’ rassen. Deze hoofdzakelijk nog tafelaardappelrassen bieden perspectief om de weerbaarheid en toekomstbestendigheid van de sector te vergroten. ‘Ze helpen er aan mee’, benadrukt Kessel. ‘Ze zijn niet absoluut ongevoelig voor de schimmel, maar worden pas later ziek. Of helemaal niet.’ Kessel noemt de rassen met verbeterde resistentie een belangrijke pijler onder een (toekomstig) systeem van phytophthorabeheersing in de aardappelteelt. Phythophthora is echter ook een ‘slimme schimmel’, in die zin dat in een populatie voortdurend mutanten opduiken. Hierdoor ontstaan met enige regelmaat varianten die een resistentie kunnen doorbreken. De bespuitingen op resistente rassen heeft daarom als primair doel zowel het gewas als de resistentie zelf te beschermen tegen deze varianten. Kessel: ‘Omdat deze varianten meestal (veel) later in het seizoen opduiken, kunnen we in het eerste deel van het seizoen vertrouwen op resistentie. Later in het seizoen worden ook de resistente gewassen extra beschermd met preventieve middelen. Door de bank genomen kunnen we zo tussen vijftig en negentig procent besparen op het middelgebruik.’

Jan Eric Geersing houdt zijn hart vast voor de situatie dat ook hier in Nederland PFAS-bevattende fungiciden van de markt gaan.

PhytoAlert App voor meer scherpte

Het omschakelmoment van niet spuiten naar preventief spuiten is hier cruciaal. Hiervoor wordt vertrouwd op de meldingen van phytophthora uit het land in de PhytoAlert App. Dat is een mobiele tool die anonieme infectiemeldingen uit de regio verzamelt om telers een actueel beeld te geven van de lokale en landelijke ziektedruk. Zodra de eerste aantasting gemeld wordt in de resistentiegroep waartoe een ras behoort, wordt direct opgeschakeld naar preventief spuiten. Deze strategie om met minimaal spuiten resistenties te behouden en zo tegelijkertijd de ziekte beheersen, sluit goed aan bij de maatschappelijke wens om zo min mogelijk chemie in de landbouw te gebruiken. Kessel: ‘Dat kan alleen als we rassen met verbeterde resistentie gaan verbouwen.’ Van de totale hoeveelheid gewasbeschermingsmiddelen die in de akkerbouw wordt gespoten, komt pakweg de helft voor rekening van de phytophthorabeheersing. 

Van gevoelsmatig naar BOS

Ondertussen moet worden geconstateerd dat het klassieke ‘kalender spuiten’ (strak elke maandag) van aardappelen tegen phytophthora onderhand zijn langste tijd wel heeft gehad. Meestal gevoelsmatig past vrijwel iedereen spuitintervallen wel enigszins aan aan het weer. Zeker deze droge zomer is dat het geval, maar ook bij buien die het strakke ritme in de weg zitten. Maar omdat het overgrote deel van het areaal ‘gewoon’ vatbaar is, neemt gemiddeld genomen de hoeveelheid middel niet af. Meer raffinement in de spuitafweging kan namelijk ook leiden tot váker spuiten. Bovendien wordt in vatbare rassen eerder voor de eerste keer gespoten dan vroeger het geval was. Toen gebeurde dat pas als de blaadjes van planten in verschillende rijen elkaar raakten. Nu door de grotere sporendruk wordt al gespoten zodra de planten boven staan. Het aanpassen aan de omstandigheden kan scherper en uitgebreider met de BOS (Beslissing Ondersteunende Systemen). Er zijn al jaren verschillende systemen.

  • Agrovision: Cropvision ProPhy
  • SmartFarm, onderdeel van Apps ForAgri
  • FarmMaps WUR, Blight-app
  • CropX (voorheen Dacom) met Ziektemanagement-app
  • Agrifirm: Totaal Phytophthora aanpak
  • Van Iperen: Mijn Groei

In de kern komen deze systemen allemaal op hetzelfde neer; ze koppelen gewasgroei aan het weer en het geteelde ras en geven op basis daarvan een advies van wel of niet spuiten. Op basis van dat advies neemt dan de teler zijn besluit te spuiten of juist niet te spuiten. In het geval van FarmMaps worden ook de eerder genoemde melding uit PhytoAlert meegenomen. In de regel koppelen de apps direct met lokale hardware, zoals veldsensoren, of managementsystemen om weersgegevens en teeltregistratie automatisch te verwerken.

Nieuw: de sporenval

Nieuw op het strijdtoneel tegen de phythopthoraschimmel is de sporenval. Sinds vorig jaar experimenteert WUR met de sporenvanger van het Australische bedrijf Bioscout. Voor het experiment staan verspreid over Nederland zes van die sporenvangers in het veld. Ze zuigen passerende lucht op en vangen schimmelsporen. Geautomatiseerd worden daar hoge resolutiebeelden van gemaakt en naar Australië gestuurd. Daar worden de beelden  geanalyseerd. De beelden worden bij Bioscout vergeleken met een dataset van honderdduizenden eerder verzamelde microscopische beelden van individuele sporen die zijn verzameld. Getrainde algoritmen kunnen automatisch en bijna realtime sporen van plantenziekten zoals phytophthora herkennen. ‘De andere ochtend krijgen we de uitslag’, vertelt Geert Kessel, die in aanleg positief is over het systeem. ‘De mate waarin phytophthorasporen worden gevonden, helpt bij een meer betrouwbare afweging maken van wel-of-niet-spuiten. We doen er trouwens nu nog niks mee, we experimenteren nog. Hoe precies moeten we de omvang en richting van een sporenwolk wegen en in de BOS invoeren? Maar wat we er op den duur mee hopen te bereiken, is een verdere verfijning van de systemen. Je zou voor een goede betrouwbaarheid kunnen denken aan een raster van sporenvangers over Nederland, beetje net zoals een netwerk van telefoonzendmasten.’
De zes sporenvangers die nu in Nederland staan kosten aan huur €6.000 per jaar, dat is  inclusief de dagelijks de geautomatiseerde analyse.  

Ziekte zoeken met drone

Tenslotte is er ook de ontwikkeling van inspectie van aardappelgewassen met een drone met een gevoelige camera eronder. Ook hier is het een kwestie van leren interpreteren van de waarneming en die inpassen in een waarschuwingssysteem. Kessel: ‘Een keer zagen we in een perceel één phytophthorablaadje. Daarna niets meer.’

‘Op eigen kracht middelengebruik omlaag’

Akkerbouwer Dingeman Burgers, gastheer bij de veldbijeenkomst in Zevenbergschen Hoek, stoort zich enigszins aan het verweer van collega-telers en sommige belangenbehartigers, dat ‘boeren-echt-niet-voor-hun-plezier-spuiten.’ En dat ‘onnodig-spuiten-alleen-maar-geld-kost’. Dat is dan in reactie op kritiek op het spuitgedrag vanuit de samenleving. ‘Natuurlijk klopt het wat ze zeggen, maar daarmee is de kous niet af. Veel collega’s spannen zich in om te reduceren waar mogelijk, en daar worden mooie resultaten geboekt. Toch denk ik dat nog (te) veel telers te makkelijk denken en niet doordrongen zijn van de noodzaak om te reduceren.’ Burgers heeft met echtgenote en zoon een akkerbouwbedrijf op de Westbrabantse klei, sinds twee jaar deels biologisch.

Dingeman Burgers: ‘Nog niet iedereen is doordrongen van de noodzaak om te reduceren.

‘Bespaarmogelijkheden beperkt, hoop op resistentie’
Akkerbouwer Maurits Bax in Luyksgestel (N-.Br.) teelt veertig hectare aardappelen voor de fritesindustrie. Voor de bepaling van het juiste tijdstip om tegen phytophthora te spuiten, maakt hij gebruik van de Blight-app van FarmMaps van WUR die de ziektedruk monitort. Dagelijks ontvangt hij een voorspelling van het infectierisico en concrete adviezen voor preventieve en curatieve bespuitingen.

‘Het is een advies’
Bax gebruikt het Beslissing ondersteunende systeem (BOS) al enkele jaren. Het helpt hem bij de bepaling van het juiste spuitmoment. Maar eerlijk is eerlijk, de app heeft ook weer niet voor een omwenteling gezorgd in zijn aanpak van de phytophthoraschimmel. Strak kalender-spuiten deed hij al nooit. Al was een enigszins vast ritme altijd wel de basis. ‘De Bligt-app is daar bovenop een advies dat je in bepaalde situatie aan het denken zet. Maar je besluit uiteindelijk als teler zelf. Als de app aangeeft “komende maandag spuiten” en de weersvoorspelling geeft op maandag de hele dag regen aan, dan spuit je een dag eerder.’ Bax wijst er verder op dat de mogelijkheden om te minderen met spuiten voor hem als individuele teler beperkt zijn. ‘Ik weet, er zijn rassen met meer resistentie dan de Fontane en Edison die ik teel voor Agrea/Weuthen. Maar als ze me die niet aanbieden, houdt het op.’

Alternaria-schema
Maar ook om andere reden blijft bij Bax het aantal phytophthorabespuitingen vrij stabiel. Ook nu tijdens deze lange droge periode. ‘Elke veertien dagen moet ik tegen Alternaria spuiten. Dat is een redelijk vast schema. Als ik dat toch met de spuit rond ga, doe ik ook maar phytophthoramiddel in de tank.’

Hoop op resistente fritesaardappel
De akkerbouwer is doordrongen van de toenemende noodzaak om zo secuur mogelijk met de phytophthoramiddelen om te gaan. ‘Wordt alleen maar belangrijker. Ik gebruik nu zeven verschillende middelen. Als vroeger of later de PFAS-middelen eruit gaan, houden we weinig over.’ Maurits Bax heeft daarom voor de langere termijn zijn hoop gevestigd op rassen die  resistent zijn, en die ook zo lang, bakwaardig en bewaarbaar zijn dat hij ze voor zijn afnemer kan telen. Hij maakt een vergelijking met Cerscospora in suikerbieten. ‘Op een gegeven moment was het alsof we met water spoten. Niets hielp. Nu met ingebouwde resistentie, is Cercospora weer beheersbaar. Als het gaat om de beschikbaarheid van resistente fritesaardappelen, sta ik ook bij de uitgifte daarvan graag vooraan.’

Maurits Bax: ‘Als het gaat om resistente fritesaardappels, sta ik bij de uitgifte daarvan graag vooraan.’