BIOVELDDAG 2026: onkruidrobot geland in biopraktijk
03 July 2026 door Leo Tholhuijsen (tekst); Jan Willem Schouten (beeld)
Wat tijdens de Biovelddag in Lelystad (1 juli) opviel, is dat voor veel van de bezoekers het fenomeen onkruidrobot al haast een vanzelfsprekendheid is geworden. Naar schatting zijn er in Nederland vijftig tot honderd verkocht, maar dat aantal wordt in rap tempo groter, daar is men van overtuigd. Ook, of misschien juist, in de biopraktijk. Het lijkt niet ingewikkeld om tot een sluitende businesscase te komen. Noviteit op de Biovelddag: een nieuwe heetwater variant.
Naar hoe goed op het demoveld van de Biovelddag in Lelystad robotschoffels het onkruid te lijf gingen, waren de bezoekers gauw uitgekeken. Onkruid stond er namelijk amper in en tussen de rijen rode bietenplantjes en suikerbieten. Het was meer kijken naar hoe precies de hightech machines de cultuurplanten ontweken. Met name bij de ‘in row’-schoffels was de nieuwsgierigheid daarnaar groot. Het is verbazingwekkend tot hoe dichtbij de biet het schoffeltje in de rij blijft, bliksemsnel even wegklapt vóór het plantje en dan weer zijn positie in de rij weer inneemt. Laserweeders idem dito, met een enorme precisie schieten hier laserstraaltjes op de hartjes van onkruidplantjes die dan afsterven. En kunnen ze er van boven niet bij (cultuurplant staat er boven) dan schieten ze soms schuin van opzij om maar zo dicht mogelijk bij te kunnen komen.
‘Op termijn niet goedkoper’
Joost Rijk, bedrijfsleider van het biobedrijf in Lelystad van Wageningen University & Research (WUR) redeneert dat telers vroeger of later per definitie een verdienmodel kunnen maken van de inzet van gerobotiseerde onkruidbestrijding. Fabrikanten, legt hij uit, kunnen niet anders dan machines precies zo geprijsd in de markt te zetten, dat telers er een business case mee kunnen maken. Duurder maken heeft geen zin, want geen omzet. Goedkoper evenmin, want dan laat de fabrikant/ontwikkelaar marge liggen. Rijk weerspreekt dan ook de veronderstelling dat de hightech onkruidmachines goedkoper zullen worden, naarmate de verkochte aantallen groter worden. Evenzogoed is volgens Rijk de aanschaf van een robotwiedmachine best ingewikkeld, in die zin dat die van nogal wat vragen afhangt. Vragen die op voorhand niet altijd eensluidend zijn te beantwoorden. Voorbeelden zijn:
- Hoe hard knelt de krapte aan arbeid?
- Wat kost die arbeid?
- En wat is dan de kwaliteit van het werk van de onkruidrobot (moet een perceel wel of niet nog met de hak worden nagelopen aan het eind)?
- Welke oppervlakte moet schoon gehouden worden?
- Wat is de verwachte capaciteit van de machine
- Is er ruimte voor loonwerk met de machine?
- Welke landbouwkundige voor- en nadelen zitten aan de verschillende technieken (laser, heet water, grip, elektrocutie, in row-schoffel).
- Hoe praktijkrijp is de machine?
- Doet-ie het op alle grondsoorten even goed? Kan die dat zonodig snel ‘leren’?
- Wat is de aanschafprijs?
- Hoe zien de abonnementen eruit en hoeveel bedragen de jaarlijkse kosten daarvan.
Over de praktijkrijpheid van de machines is Rijk, mede-organisator van de Biovelddag, vrij helder. ‘Het gros van de machines die we hier zien is praktijkrijp. Gerobotiseerde onkruidbestrijding, al dan niet autonoom werkend, is niet meer iets van de toekomst, maar iets van nu.’ Bas Andela van Andela noemt de vraag naar wat zijn Andela Robot Weeder en Andela Electro Weeder kosten tamelijk onzinnig. ‘Je moet mij niet vragen naar wat ze kosten, je moet vragen naar wat ze de teler kunnen opleveren.’

Joost Rijk (WUR): Fabrikanten kunnen niet anders dan machines precies zo geprijsd in de markt te zetten, dat telers er een business case mee kunnen maken. Duurder maken heeft geen zin, want geen omzet. Goedkoper evenmin, want dan laat de fabrikant/ontwikkelaar marge liggen.
Sluitende businesscase
Ondanks de hoge investering van pakweg €100.000 tot ruim over €1 miljoen, plus soms forse jaarlijkse abonnementskosten, is het niet reuze ingewikkeld, in ieder geval op papier, om tot een sluitende business case te komen. ‘Daarbij’, vertelt bioteler Alex van Hootegem van het biodynamisch landbouwbedrijf Meulwaeter in Kruiningen (Zld.), ‘gaat het niet enkel om de uitgespaarde kosten van handwerk. De robot levert ook nog eens (gemiddeld) veel beter werk dan ingehuurde mensen. Je schrikt tegenwoordig na een paar weken nog weleens als je in een perceel komt waar één of twee slechte hakkers of plukkers in de ploeg zaten; banen met onkruid. Komt bij dat de robot ook nog eens meer uren in een etmaal kan maken.’ Alex van Hootegem voegt later telefonisch nog toe: ‘Waarschijnlijk gaan we met de introductie zien dat we de bedrijfsvoering aan gaan passen op de nieuwe technieken. Om de robot optimaal/maximaal te benutten, lijkt gespreid in de tijd zaaien en andere gewassen een mogelijkheid. Ook lijkt het dat we anders kunnen omgaan met de bestaande conventionele mechanische onkruidbestrijding. Minder frequent en minder intensief.’ Landbouwbedrijf Meulwater werkt met de Tor-laserweeder.
Alleen robot is niet genoeg
Ook WUR onkruidspecialist Timo Sprangers wijst tijdens een toelichting op de Biovelddag op de noodzaak van inpassing van de robotonkruidbestrijders in een geïntegreerde, op het specifieke bedrijf aangepaste onkruidaanpak. ‘Alleen een robot in het veld is niet genoeg. Vanuit de biosector is veel belangstelling. Mijn oproep is: denk goed na over inpassing van deze machines in jullie teelten. Neem ook schoffelen/wieden, wiedeggen en zaken als goede zaaibedbereiding mee in je afwegingen. Sowieso, maar zeker ook als je met hiermee aan de slag wilt.’ Overigens kunnen robotschoffels, laserwieders of elektrocutiewieders ook in bepaalde kwetsbare gangbare gewassen in de plaats komen van een volledig chemische aanpak. Van terugslag door een bespuiting is bij deze technieken namelijk geen sprake van terugslag van het cultuurgewas. Voor lader en elektrocutie geldt bovendien dat die de werking van een eventueel gespoten bodemherbicide intact laten.
Vergelijking geschrapt wegens te weinig onkruid
Het idee was om op de Biovelddag de resultaten te presenteren van een prestatievergelijking een paar dagen te voren van de verschillende robot-onkruidwieders.Gebrek aan onkruid echter maakte de vergelijking onmogelijk. Op een enkele distelplek na stond het twee weken tevoren gezaaide perceel rode biet namelijk al van zichzelf brandschoon.
De Andela ‘onkruidenset’

De ‘onkruidset’ van Andela Techniek & Innovatie: links achter de trekker de Electro Weeder voor tussen de rijen en rechts de autonoom werkende Robot Weeder 606. De eerste vervangt de mechanische schoffel door een matje dat onkruid electrocuteerd. De tweede, de Andela Robot Weeder, is een volledig geautomatiseerde, autonoom rijdende wiedrobot, die in verschillende gewassen diverse onkruiden ín de rij door middel van een AI-algoritme detecteert en vervolgens met hoogspanning wegbrandt. Van 4,5 tot 9 meter werkbreedte. De ARW-606 (met een werkbreedte van 4,5 meter en 6 wiedunits) kost ongeveer €500.000, de ARW-912 €800.000. Vergeleken met handwerk in drie jaar terug te verdienen, vertelt Bas Andela.
De Tiefgrün doet het met heet water

Nieuwkomer in Nederland op de Biovelddag was de Duitse machine van de start-up TiefGrün. Deze machine bestrijdt heel precies onkruid in de rij met heet water. Tot dusver geschikt voor onkruidherkenning in rode bieten en wortelen. Via kleine spuitmondjes wordt onder hoge druk water van bijna 97 graden op het onkruidje gespoten. Het cultuurgewas in de nabijheid van onkruid wordt tegelijkertijd met koud water besproeid om hitteschade te voorkomen. De rijsnelheid is twee kilometer per uur. De machine kost rond €125.000. De machine weegt met een gevulde watertank (1.000 liter) rond 2.000 kilo en heeft een eigen heater. Een relatief lichter trekker van rond 50 pk volstaat. De machines is nog in ontwikkelfase en zal naar verwachting tussen €95.000 en €100.000 gaan kosten. Het is een simpele, niet te dure machine, zegt de Duitse ontwikkelaar Jan Wolf.
TOR laseronkruidweeder

Basis van de TOR laseronkruidwieder van Trabotyx is dat de camera onkruid en gewas detecteert. Onkruiden op verschillende manieren, zodat verschillende onkruidjes op verschillende manieren gelaserd kunnen worden. TOR raakt de onkruiden met blauw diodelaserlicht, waarna het chlorofylprofiel van de plant verandert, de fotosynthese stopt en de plant afsterft. ‘Kleine onkruidjes hebben maar een heel klein beetje laser nodig’, vertelt oprichter Tim Kreukniet. ‘Grote onkruiden moet je wat langer raken.’ Kreukniet en zijn team richten zich op een capaciteit van drie hectare per dag bij een onkruiddruk van honderd planten per vierkante meter. De laser pakt plantjes tot een grootte van drie centimeter aan.
De TOR kost €520.000, (basisprijs €214.000)
Carbon Robotics

De Laserweeder G2 van de Amerikaanse fabrikant Carbon Robotics. Deze tweede generatie machine bestrijdt onkruiden met CO2-laserstralen (was diode laser). Gevolg is dat de machine sneller is geworden en is vanwege zijn modulaire bouw leverbaar in verschillende werkbreedtes. De machine is iets meer dan 1.000 kilo lichter geworden dan de voorganger. Het gewicht van de zes meter uitvoering ging van 4,3 naar 3,2 ton. De werksnelheid is afhankelijk van de onkruiddruk. In een relatief schoon perceel kan de snelheid oplopen naar 2,5 km/u. In de 1,5 meter uitvoering (drie lasermodules) kost de Carbon Robotics €535.000. De zes meter machine met 15 modules komt op €1,3 miljoen. Daar overheen komen na het eerste jaar de kosten van een abonnement voor de kosten van software en service en 24/7 online help.
Odd.bot Maverick

Acht jaar na de start van de ontwikkeling is de Maverick onkruidrobot van Odd.Bot onderhand een bekende verschijning op demo’s en in toenemende mate ook in het veld. De machine werkt autonoom met twee grippers die onkruidje na detectie mechanisch aanpakken. De machine kost met twee wiedarmen €115.000.
Crop Weed’r

Inkijkje in het blok mat lasers in de Crop Weed’r. De eerste vijf laserwieders van Cropr Weedr zijn eind mei uitgeleverd en gaan aan de slag in de Flevolandse witlofteelt. Volgend jaar volgen modules voor peen, ui en lelies en daarna meer gewassen
Honeybee

De Honeybee is een autonome laserweeder van de Zwitserse fabrikant Caterra. De machine met vier lasers werkt met verwisselbare accu’s en kost afhankelijk van de precieze configuratie tussen €200.000 en €240.000. Daarboven komt een abonnement van €8.000 per jaar voor onderhoud, softwareupdates en inspectie. Inmiddels zijn in Europa twintig van deze machines verhuurd, een systeem dat wordt afgebouwd. De machine op de Biovelddag in Lelystad was de eerste in de Benelux. Momenteel werkt de machine stapsgewijs. Rijdt een stukje, stopt, detecteert gewas en onkruid, lasert de onkruiden, rijdt een stukje et cetera. Vanaf volgend jaar, zo laat importeur Agrometius weten, kan de machines continu doorrijden. De effectiviteit is nu al hoog, de capaciteit kan nog wat hoger’, vertelt Joris te Velde van Agrometius.
Farming GT

De Farming GT is een autonoom werkende in row-schoffelrobot. Werkt ook tussen de rijen. De software in de machine herkent via camera’s een veelheid aan gewassen en ook in redelijk groot onkruid worden de gewasplanten herkend. Alle onderdelen worden vanuit accu’s elektrisch aangedreven. Dreigen de accu’s leeg te raken, dan start een ééncilinder dieselmotor met generator om ze bij te laden. Zo nodig kan de Farming GT worden voorzien van een spotsprayer die bladbemesting kan geven, fungiciden en insecticiden kan spuiten of een bodemherbicide tussen de planten. Afhankelijk van de rijsnelheid ligt de capaciteit op acht à tien hectare per 24 uur. De schoffelrobot heeft een regensensor en stopt als het gaat regenen. De Farming GT in zesrijïge uitvoering (gewicht twee ton) kost €180.000. Daarbovenop komt een bedrag van €2.000 per jaar voor ondersteuning op afstand (‘remote support’).
Invera

De Invera is een gerobotiseerde schoffelmachine van de Oostenrijkse fabrikant Einböck. Behalve vaste schoffels voor tussen de rijen, heeft de machine voor ín de rij beweegbare schoffeltjes die razendsnel wijken als een gewasplantje voorbij komt. Daarmee biedt de machine een alternatief voor handwerk met hak of schrepel, maar ook voor chemie. De machine is, net als een soortgelijke machine van Agro Bio Solutions, uitgerust met het AI ondersteunde Ullmanna-camerasysteem dat gewasplanten van onkruid onderscheidt en zo het wijken van de beweegbare schoffeltjes in de rij aanstuurt. De machine kost, afhankelijk van de precieze uitvoering rond de €100.000.