Geen problemen bij variabel bodemherbicide in aardappels

Percentage organische stof

Pieter van Leeuwen Boomkamp heeft variabel bodemherbicide gespoten in zijn zetmeelaardappelen. Dat ging een stuk beter dan in de suikerbieten.

De basis voor de variatie die hij in de dosering van de bodemherbiciden Challenge en Sencor heeft aangelegd is de variatie in het percentage organische stof. Op bovenstaande afbeelding, een Veris-bodemscan van enkele jaren geleden, is het percentage organische stof op het aardappelperceel te zien. Het varieert van 3,7% (lichtgeel) tot 6,3% (donkerbruin).

Gemiddeld 10% minder

Met behulp van de variabele bodemherbicidenapplicatie in Akkerweb heeft middelenleverancier Agrifim een taakkaart voor de spuitmachine geproduceerd.

  • Daar waar het percentage organische stof het hoogst is, was de dosering per hectare: 210 liter water, 2,1 liter Challenge en 0,525 liter Sencor.
  • Waar het percentage organische stof het laagst is, was de dosering: 150 liter water, 1,5 liter Challenge en 0,375 liter Sencor.
  • Gemiddeld over het hele perceel: 190 liter water met 1,9 liter Challenge en 0,45 liter Sencor.
  • Op een naastliggend aardappelperceel met dezelfde grond spoot Van Leeuwen Boomkamp een vaste standaarddosering van 200 liter water met 2 liter Challenge en 0,5 liter Sencor.
Taakkaart bodemherbiciden
Het taakkaartje voor de bodemherbiciden. Het roodst is waar het meeste middel komt, bij donkergroen het minst.

Lagere kosten, minder milieubelasting

Samengevat levert de variabele dosering van bodemherbiciden hier een besparing per hectare van 0,5 liter Challenge en 0,05 liter Sencor. Dat komt dan ook neer op minder milieubelastingspunten: 42,5 punten minder voor waterleven, 4,0 voor bodemleven en 5 voor grondwater.

In financieel opzicht komt de gemiddeld lagere dosering door variabel doseren van de 2 middelen neer op een besparing van € 15,80 per hectare.

Straks onkruiden tellen

De nu bespoten aardappelen zijn gepoot op 4 mei en direct aangerugd. “Ze staan nu op doorkomen”, zegt Van Leeuwen Boomkamp. Hij verwacht dat het vroegste van de 2 zetmeelaardappelrassen over 3 weken het perceel bijna dicht heeft.  “Dat is het moment dat we gaan onkruiden tellen. Kijken naar wat het effect is geweest van de variabele dosering.”

Van Leeuwen Boomkamp verwacht geen extra voordeel in de vorm van een mooier aardappelgewas (en dus hogere opbrengst) door de lagere dosering. Zijn collega NPPL-er Max Sturm in de Noordoostpolder rekent daar in uien wel op.

“Je zou in aardappelen het bodemherbiciden toch wel zwaar moeten overdoseren om schade aan de aardappelen te krijgen”, aldus Van Leeuwen Boomkamp.

Vlekkeloos traject

Anders dan de variabele bespuiting in de suikerbieten, verliep de aanloop naar de variabele aardappelbespuiting vlekkeloos. De applicatie in Akkerweb kon overweg met een bodemscan die geen lutum aangeeft; de taakkaart kon probleemloos worden gemaakt. Zonder strubbelingen kon die vervolgens ook worden overgezet op de spuitmachine.

Vraag is nu of de akkerbouwer het ook zonder hulp van ‘Wageningen’, Agrifirm en de Mechangroep voor elkaar had gekregen. Pieter van Leeuwen Boomkamp denkt van wel. Hij moet toegeven dat hij het ook nog niet echt heeft geprobeerd. “Het moet te doen zijn. Ik denk dat ik met wat aandacht zelf een taakkaart kan maken. Om die taakkaart dan in te laden heb ik alleen nog een adaptorkabel nodig tussen mijn laptop en de spuitcomputer. Die hobbels zijn alvast genomen.”

Voor volgend seizoen gaat de akkerbouwer uitzoeken of hij de kaarten zelf kan gaan maken. “Ik zal daar eerst nog wel hulp bij moeten hebben, in ieder geval moet ik er de benodigde software voor aanschaffen.”

Deelnemer

Technieken