Ultraprecisiezaaimachine maakt verwachting nog niet waar

10 July 2026 door Leo Tholhuijsen (tekst); Peter Roek (beeld)

Akkerbouw Autonomie – Arbeid – Robotisering Precisie – Variabel – Minder input

In Nijkerk werd een praktijkproef gedaan met de Agrisem Chief ultraprecisiezaaimachine. De machine kon de verwachtingen dit jaar nog niet volledig waarmaken. Dat blijkt uit de eerste opkomsttellingen. Vergeleken met een ‘normale’ Kverneland precisiezaaimachine zorgt de Agrisem Chief niet voor een egalere opkomst van mais.

Eva de Jonge, die vanuit Wageningen University & Research (WUR) de proef in Nijkerk begeleidt, brengt wel enige nuance aan: ‘Het is een eerste indruk die voor dit jaar geldt. Je kunt op basis van een beperkte proef de machine niet meteen afschieten. Het niet-volledig-waarmaken-van-de-verwachtingen was echter wel ons overheersende gevoel na de eerste beoordeling in juni.’

Gekleurde vlaggetjes geven het verschil in opkomst in dagen aan.

Hogere totale opbrengst

De idee van de proef op het bedrijf van NPPL-deelnemer Pieter van Leeuwen Boomkamp was, dat volgens Amerikaans onderzoek, dat de machine voor een gelijkmatige opkomst zou zorgen en zo voor een hoge kolfopbrengst. Het is namelijk niet enkel een kwestie dat uit alle zaden een plant boven komt, maar ook dat dat binnen twee à drie dagen gebeurt. Planten die te laat opkomen, zouden te veel concurrentie ondervinden van buurplanten, en daardoor minder of geen kolven aanleggen. Voor mais, maar ook voor suikerbieten en cichorei luidt de hypothese dat de precisiezaaimachine de gelijkmatige opkomst vergroot en daarmee de totaal opbrengst. Ofwel, kan de Agrisem Chief iets wat andere precisiezaaimachines niet kunnen? Na de oogst kan deze vraag voor deze praktijkproef in Nijkerk met iets meer zekerheid worden beantwoord. In de test wordt de precisieplanter vergeleken met een meer conventionele techniek (zie video).

WUR-onderzoeker Eva de Jonge: ‘Het is een eerste indruk die voor dit jaar geldt. Je kunt op basis van een beperkte proef de machine niet meteen afschieten.’

Variatie in zaaidiepte en aandrukking

Om die uniformere opkomst te realiseren, is de Agrisem Chief van elke twee zaai-elementen er één uitgerust met sensoren die voortdurend onder andere het vochtgehalte registreren. Op basis van het vochtgehalte wordt de zaaidiepte realtime aangepast. Daardoor zouden alle zaden in voldoende vochtige grond worden gelegd en dus min of meer tegelijk gaan kiemen. Bovendien wordt de druk van de aandrukrollen met luchtdruk gevarieerd en gecontroleerd met een soort weegcel. Het idee hier is dat naarmate de grond meer organische stof bevat, er een groter druk nodig is om lucht uit holtes weg te drukken om zo de vochtopname van het zaad te verbeteren.

Matige of geen kolf door concurrentie

Op basis van een eerste experiment in 2025 was Van Leeuwen Boomkamp aan het begin van het seizoen positief gestemd over het effect van de zaaimachine op de opkomst. Dat blijkt dus wat tegen te vallen. Te veel planten, zo blijkt Van Leeuwen Boomkamps waarnemingen, staan pas vier dagen na de eerst opgekomen maisplanten boven. De hoop/verwachting was dat haast alle planten binnen drie dagen boven zouden staan. ‘Straks gaan we nog kijken welke planten goed in de kolf zijn gekomen. Maar verwachting is eigenlijk dat de planten die vier dagen later zijn opgekomen, zoveel concurrentie krijgen van de buurman die eerder is opgekomen, dat die uiteindelijk een matige of helemaal geen kolf gaan ontwikkelen.’

Teler Pieter van Leeuwen Boomkamp. Verwachtingen vallen vooralsnog tegen.

Wordt vervolgd

Onderzoeker Eva de Jonge van WUR volgt namens De Nationale Proeftuin Precisielandbouw de praktijkproef nauwgezet tot na de oogst. Zo ontstaat uiteindelijk een helderder  indruk  van het effect van ultraprecisiezaai op de kwalitatieve en kwantitatieve opbrengst van (korrel)mais, cichorei en suikerbieten.