Q&A webinar ‘slimme geïntegreerde onkruidbestrijding’
10 March 2026 door Redactie
Hoe kun je robots effectief combineren met bestaande onkruidbestrijdingsstrategieën? Die vraag stond eind januari centraal in het webinar Slimme geïntegreerde onkruidbestrijding. Er kwamen tijdens het webinar vragen van kijkers binnen. Hierbij een Q&A.
Vraag: In een poll in het webinar stelt een kijker dat de investeringskosten een groot obstakel zijn. Is dit in het onderzoek meegenomen in vergelijking in de meerdere systemen en bijvoorbeeld ten opzichte van handarbeid?
Antwoord Johan Booij (WUR):
‘We hebben in het onderzoek een aantal economische berekeningen gemaakt, echter doordat we de proef niet hebben kunnen uitvoeren zoals beoogd, kun je qua saldo gewas weinig concluderen. Daarnaast hangt de terugverdientijd echt af van de persoonlijke bedrijfssituatie en in welke gewassen binnen het bouwplan je de techniek kunt inzetten. Techniekleveranciers zijn druk bezig om de robots breder inzetbaar te maken naar meer gewassen, zodat die terugverdientijd korter wordt.’
Antwoord Jack Thibaudier (Homburg/Ekobot):
‘Wanneer een hectare handwieden tussen € 4.000 en € 7.000 kost en een Ekobot kan tien hectare doen, dan wordt-ie in het derde jaar terugverdient. Wanneer de Ekobot in twee gewassen ingezet kan worden (bijvoorbeeld rode biet na uien) dan al in het tweede jaar. Dit is dan nog zonder subsidieverstrekking. Verder zijn er lease en huurkoop constructies mogelijk.’

Corné Lugtenburg (host), Johan Booij (WUR), Jack Thibaudier (Homburg), Timo Sprangers (WUR), Jaco Rodenburg (teler).
Vraag: Hoe kijken jullie naar werktuigdragers: een flexibele opstelling waarop meerdere technologieën geplaatst kunnen worden. Nu heeft elke robot zijn aansturing, camera’s en systemen en kosten. Het zou mooi zijn dit één keer aan te schaffen en daar een elektro/laser/mechanische wieder of sprayer op te zetten.
Antwoord Johan Booij:
‘In principe zou het een mooie oplossing zijn om meerdere onkruidbestrijdingstechnieken te combineren in één machine. Er zijn al een aantal partijen bezig zoiets te ontwikkelen. Er komt echter nog wel wat kijken bij het goed inleren van de systemen om het “van het plantje zien op de camera” tot “daadwerkelijk bestrijden met een werktuig”. Daar ligt wel een uitdaging om dat modulair te maken.’
Antwoord Timo Sprangers (WUR):
‘In het geval van onkruidrobots die onkruiden (of gewas) herkennen en vervolgens de onkruiden verwijderen, gaat het om de combinatie van herkenning én uitvoering. De herkenning en bestrijding van het onkruid moet zo goed mogelijk zijn afgestemd, zodat de werking optimaal is. Werktuigdragers vragen dan waarschijnlijk om de ontwikkeling van modulaire systemen met daarin zowel herkenning als actuatie. Je ziet al wel vaker dat ontwikkelaars zich focussen op de techniek voor herkennen en bestrijden, en dus het rijdende platform “lenen” van andere fabrikanten. Uiteindelijk is de capaciteit bepalend. Ook een werktuigdrager kan maar op één plek tegelijk zijn en ook dan zul je bij grotere oppervlaktes meerdere robots en modules nodig hebben.’
Antwoord Jack Thibaudier:
‘De Ekobot kan als losse werktuigdrager aangeschaft worden.’
Vraag: Gaan afnemers( en consument) de extra kosten in machines en tijd ook betalen in de prijs/product of gaan ze toch voor de goedkopere (iets minder duurzame maar wel betaalbare ) producten van buiten EU?
Antwoord Johan Booij:
‘Dit is een dilemma waar de landbouw al jaren mee worstelt. Een deel van de afnemers en consumenten zal bereid zijn om extra kosten (robotisering, duurzaamheid, arbeid) te betalen, maar een groot deel niet. Zonder aanvullende maatregelen is de kans reëel dat goedkopere, minder duurzame producten van buiten de EU marktaandeel blijven winnen.’
Vraag: Bedrijven worden groter. Vaak ook met een eigen technische dienst. Ik snap de visie vanuit Homburg om de markt in programmeren en inleren af te schermen, maar is dit houdbaar in de tijd? Staan jullie open om opleidingen te verzorgen om dit wel ‘in huis’ te kunnen doen.
Antwoord Jack Thibaudier:
‘Homburg staat er zeker voor open om samen met telers Ekobots in te leren in nieuwe gewassen.’
Vraag: Zijn er licentiekosten voor de software van de robots? Denk aan verbeteringen, updates etc? Bij sommigen is dat rond de 10% van de aanschafprijs.
Antwoord Jack Thibaudier:
‘Deze zijn er niet voor de Ekobot.’
Vraag: De ontwikkelingen in robotisering gaan enorm snel. Welk robotbedrijf ligt momenteel aan kop? Is de beste? En van welk bedrijf mogen we de komende jaren veel verwachten? Ik ben als teler op zoek naar: wanneer stap ik in en welk bedrijf ligt aan kop betreft nieuwste ontwikkelingen?
Antwoord Johan Booij:
‘Dat vind ik moeilijk te beoordelen. Elk jaar komen er nieuwe startups bij en bestaande bedrijven proberen hun robots te verbreden naar andere gewassen. Ik vind persoonlijk het elektrisch bestrijden van onkruid een interessante techniek. In 2026 gaan we een tiental technieken volgen bij telers. Dit moet meer duidelijkheid geven over de verschillen tussen de robots. ’
Vraag: Beschadigen van wortels van uien is één van de meest genoemde invalspoorten van fusarium toch? Is schoffelen/wiedeggen dan wel handig of misschien wel één van de oorzaken van de enorme fusariumdruk afgelopen seizoen?
Antwoord Timo Sprangers:
‘Er is inderdaad aannemelijk dat schade aan de wortels kan leiden tot meer schade door fusarium. Tegelijkertijd kan de bodembewerking na een natte periode mogelijk ook gunstig zijn, omdat de grond kan opdrogen. Daarnaast kun je door vroeg te beginnen met wiedeggen, het gewas wellicht stimuleren om dieper te wortelen. Hierdoor treedt er bij latere bewerkingen misschien minder schade op. De precieze effecten en onderbouwing van de aannames zijn echter niet bekend en vragen mogelijk verdiepend onderzoek. Verder blijft het hoe dan ook belangrijk dat de teler weet of er een daadwerkelijk risico is op een perceel, zodat een weloverwogen beslissing kan worden genomen.’
Antwoord Jack Thibaudier:
‘De teler kan basisinstellingen zelf aanpassen aan zijn omstandigheden. Gebruikersinstellingen zoals slagdiepte tool, slagtype tool, veiligheidszone rond de ui, aantal dagen rondgang. De teler kan daarbij de robot zelf “finetunen” naar zijn specifieke omstandigheden.’
Vraag: Wat is de effectiviteit van de robots op wortelonkruiden?
Antwoord Timo Sprangers:
‘Bij wortelonkruiden is de belangrijkste strategie het uitputten van de energievoorraad in de wortelstokken, door de bovengrondse plantendelen te bestrijden. Dat is met een robot niet veel anders dan met huidige technieken, behalve dan dat het autonoom kan. Elektriciteit wordt vaak genoemd voor wortelonkruiden. Bij gebruik van elektriciteit is de verwachting vaak dat er stroom door de ondergrondse delen gaat, waardoor deze technieken effectiever zijn. In hoeverre stroom echt ondergronds door de plant gaat, hangt af van de omstandigheden (bv. vocht) en de meningen zijn hier wat over verdeeld. Er zijn ook onderzoeken die suggereren dat de effecten ondergronds zeer beperkt zijn.’
Vraag: Is de wiedeg ook geen optie?
Antwoord Timo Sprangers:
‘Wat mij betreft zijn “klassieke” technieken zoals de wiedeg, schoffel (al dan niet cameragestuurd) en onkruidbrander belangrijke, zo niet onmisbare onderdelen van de totale onkruidstrategie. Zeker met wiedeggen is veel mogelijk – zie ook ervaringen in biologische landbouw – en is wat mij betreft een must-have.’
Vraag: Over de Ekobot. Brandt deze het gehele plantje af of alleen het blaadje dat geraakt wordt.’
Antwoord Johan Booij:
‘De Ekobot hakt het plantje mechanisch weg. De Andela Elektroweeder elektrocuteert het plantje. Daarbij zoekt de stroom de kortste weg via plant en bodem terug naar de machine. Door de weerstand in het plantje wordt het verhit en sterft af. Dit principe werkt dus ook als het plantje maar licht geraakt wordt.’
Vraag: Is er niet een mooi open source project dat ook een robot kan maken voor de akkerbouw, zoiets als je ziet in de melkveehouderij waar paar boeren met Cowcatcher en computervisie een compleet pakket willen bieden en het nog lukt ook nog.
Antwoord Johan Booij:
‘Er zijn diverse open-source initiatieven, maar die zitten vooral op experimentele fase (TRL4-6) en zijn minder goed schaalbaar naar de akkerbouw. Wel maken robotbouwers veel gebruik voor open-source softwaremodules.’
Vraag: Hoe ging de testfase om met weersinvloeden. Enkel inzetbaar bij goed weer en droge grond?
Antwoord Johan Booij:
‘Het is net als de inzet van andere technieken voor onkruidbeheersing, die zet je ook pas vaak in bij droog weer.’
Antwoord Timo Sprangers
‘De Ekobot gebruikt een mechanische techniek, dus de omstandigheden zijn vrijwel identiek aan standaard mechanische onkruidbestrijding. De invloed van weer op kieming en groei van onkruiden is natuurlijk ook van belang. Dat vraagt eigenlijk om meerjarige test en opvolging van deze technieken. Is dan de effectiviteit en capaciteit ook voldoende?’
Vraag: Wat is de schade aan je planten? Hoeveel wied/schoffelt de Ekobot er weg?
Antwoord Johan Booij:
‘In de proef hebben we geen verschillen gevonden in gewasschade tussen de strategieën. Ik denk dat bij elke techniek (chemisch/mechanisch/anders) wel enige gewasschade optreedt. Om dit te compenseren kun je wat meer zaden per hectare zaaien.’
Antwoord Timo Sprangers:
‘Bij mechanische onkruidbestrijding kan een uitgangspunt zijn om de zaaidichtheid met zo’n vijf procent te verhogen, om gewasschade te compenseren. Het is ook afhankelijk van het gewas; bijvoorbeeld suikerbieten kunnen bladschade goed compenseren. Schade aan planten kan ook een risico zijn voor schade door ziekten/plagen, maar dit is lastig te bepalen en hier is nog niet veel van bekend. Uiteindelijk zou het eindresultaat leidend moeten zijn, waarbij goede opbrengst, goede onkruidbeheersing en een goed teeltsaldo belangrijk zijn.’
Antwoord Jack Thibaudier:
‘Het streven is dat de Ekobot minimaal 75-85% van de onkruiden gedurende het seizoen bestrijdt met een maximale gewasverlies van 3%.’