Intensieve bemonstering brengt AM-druk boven

‘Traditionele’ bemonstering vergelijken met intensieve bemonstering. Dat was het plan van Nanne Sterenborg. Helaas haalde het voorjaar hem in.

Nanne Sterenborg is een perceel wintertarwe net achter de boerderij aan het spuiten, als de Wageningse experts Thomas Hans Been en Johan Booij arriveren om de resultaten van de intensieve bodembemonstering op aaltjes te bespreken. “Het was nog wel aardig nat, maar het moest toch even”, zegt Nanne. Eenmaal aan tafel gaat het al snel over het feit dat de natuur zich niet laat sturen en dat het NPPL-project eigenlijk te laat écht van start is gegaan om er in teeltjaar 2018 nog volop van te profiteren. Nanne: “Eigenlijk moet je in de winter om de tafel om de uitkomst van bemonsteringen te bespreken en plannen te maken voor de plaatsspecifieke aanpak van aaltjes. Nu loopt dat noodgedwongen anders dan gepland.”

Angst voor aardappelmoeheid gooit plan om

Voor de plaatsspecifieke aanpak van aaltjes selecteerde Nanne Sterenborg een 7,3 hectare groot perceel. Hij schatte in dat er een grote kans was op de aanwezigheid van vrijlevende aaltjes en aardappelcysteaaltjes. Het perceel kent het zetmeelaardappelras Festien en suikerbieten als voorvruchten in 2016 en 2017.

Vorig seizoen was er lichte aardappelopslag die met de kapspuit aangepakt is. Nanne selecteerde dit perceel op gevoel en ervaring. Hij wilde het plaatsspecifiek behandelen om de aardappelmoeheid (AM) druk niet op te laten lopen. “Het doel was om ‘traditioneel’ bemonsteren met één bodemmonster per perceel, te vergelijken met intensief bemonsteren op datzelfde perceel.” Vinçotte ISACert deed de intensieve bemonstering (8 monsters op het gehele 7,3 hectare grote perceel). HLB analyseerde alle monsters.

Nanne bepaalde de positie van het ‘traditionele’ monster op gevoel. “Niet te ver van de inrit van het perceel, omdat daar de kans op insleep van besmette grond toch het grootst is.” HLB rapporteerde een aantal van 3.600 levende aardappelcystelarven en eieren (lle). Dat zorgde voor een schrikreactie bij Nanne. “Bij mij gaan de alarmbellen af bij 2.000 lle, en ook de voorlichting wordt vanaf 2.500 nerveus.” Toen het proefperceel ook nog eens als een van de eerste percelen begaanbaar was, besloot Nanne het roer om te gooien.

Granulaat variëren

Voor 2018 stond aanvankelijk het zetmeelras Altus gepland, maar Nanne pootte uiteindelijk Saprodi in combinatie met een dosering granulaat om de AM-druk te verlagen. Wel durfde hij het aan om op een deel van het perceel de hoeveelheid granulaat te variëren. “Een werkgang 40 kg/ha Vydate 10G volvelds, een werkgang 20 kg/ha volvelds en een werkgang met 10kg/ha in de rij.” Hij herhaalde deze proef tweemaal. Op de rest van het perceel kwam 20 kg/ha volvelds plus 10 kg/ha in de rij. Tijdens het groeiseizoen en de oogst, wordt de aanpak geëvalueerd met behulp van satelliet- en vliegtuigbeelden en opbrengstmeting op de aardappelrooier.

Kosten-baten analyse

Zodra Thomas Been het woord neemt, neemt ook de ratio het over van de emotie. Thomas rekende de uitslagen van de intensieve bemonstering door in het aaltjesadviessysteem NemaDecide, dat ook als app binnen Akkerweb beschikbaar is. Op basis van een opbrengst van 45 ton/ha en € 75/ton en de potentiële opbrengstderving door cysteaaltjes, rekende hij uit op welke van de 8 perceelsdelen toediening van granulaat een kostenvoordeel zou opleveren. “Dat is alleen het geval op 3 van de 8 bemonsteringsvlakken bij een halve dosering of een rijenbehandeling. De geschatte opbrengstderving is daar respectievelijk 24,6, 29,1 en 33,2%.” De monsters gaven op die 3 delen respectievelijk 4.350, 5.450 en 6.850 aardappelcysteaaltjes lle aan. “Hierbij is uitgegaan van een prijs van € 13/kg voor Vydate 10G”, vult Johan Booij aan.

Nanne nuanceert de uitkomsten door aan te geven dat hij 45 ton/ha aan de lage kant vindt. € 85/ton is realistischer. Tegelijkertijd is hij verrast door en ook blij met de intensieve bemonstering. Temeer omdat het hoogste aantal cysteaaltjes lle daar voorkomt waar hij ze niet had verwacht. “Perceelsdelen 342, 343 en 344 liggen achterop het perceel het verst van de inrit. Zo’n hoge aaltjespopulatie had ik daar niet verwacht.” Al met al liep de populatie op het 7,3 ha grote perceel uiteen van 0 tot 6.850. “De uitkomst van het traditionele monster (3.600) ligt niet heel ver af van het gemiddelde van de intensieve bemonstering (2.775), maar de populaties zijn sterk verspreid.”

Resultaten zorgen voor andere kijk

Ondanks dat de resultaten van de bemonstering en de bespreking met de experts te laat kwam om plaatsspecifiek aaltjes te bestrijden en daarbij zo min mogelijk granulaat te gebruiken, is Nanne blij met de resultaten. “Het zorgde enerzijds voor een dilemma omdat ik moest starten met poten, maar anderzijds geven de uitkomsten en het advies van de experts extra inzicht in de aaltjespopulaties en -risico’s van het perceel. Zo’n grote spreiding had ik totaal niet verwacht. Ik kijk nu ook anders tegen de uitkomsten van het NemaDecide programma aan en bekijk de groottes van de populaties genuanceerder en misschien ook wel rationeler. Niettemin vind ik naast opbrengstderving, het voorkomen van vermeerdering van aardappelcysteaaltjes en de kans op resistentiedoorbraak ook erg belangrijk. Ik wil voorkomen dat zetmeelaardappelen telen niet meer kan.”

Johan Booij: “Met circa € 160/monster is intensieve bemonstering prijzig, maar je ziet hoeveel inzicht het geeft en of het het gevoel van de teler bevestigt, of zoals in dit geval, juist niet.”