‘Waar rendeert extra N het beste op ons grasland?’
20 August 2026 door Janet Beekman (tekst); Jan Willem Schouten (beeld)
Stikstof zo efficiënt mogelijk omzetten in kwalitatief goed eiwit in gras en melk. Dat wil akkerbouwer Arjen van der Kamp door drijfmest en kunstmest zo nauwkeurig mogelijk aan te wenden op zijn grasland. Het is nog een zoektocht hoe dat het beste kan. ‘Als ik beter begrijp hoe gras groeit, kan ik beter sturen om groei en kwaliteit te verbeteren.’
Op 27 juli is het grasland van melkveehouder Arjen van der Kamp op het Kampereiland nog groen. ‘Hier op de klei houdt het gras het nog lang vol, maar de groei is er nu door de droogte ook wel uit’, zegt Arjen van der Kamp. Hij heeft vier jaar meegedraaid in het project Koe en Eiwit om de stikstofuitstoot te verlagen door een lager ruw eiwitgehalte (155 gram/kg d.s.) in het melkveerantsoen. ‘Om toch goede melkproductie en gehaltes te halen, is een betere stikstofefficiëntie nodig. Onze loonwerker past al een paar jaar precisiebemesting toe op ons grasland met vloeibare meststof. Dat gebeurt met een spaakwielbemester op basis van taakkaarten gebaseerd op satellietbeelden en gemaakt via Cloudfarm van Dacom. Dat gaat best goed, maar ik wil graag zelf beter begrijpen hoe je een taakkaart maakt en toepast en of deze klopt met wat ik in de praktijk zie. Met meer kennis hiervan verwacht ik meer grip te krijgen op onze bemesting om groei en kwaliteit van ons gras verder te optimaliseren.’ Reden genoeg voor Arjen om zich aan te melden voor deelname aan het NPPL+R-project. De loonwerker gebruikt bij de eerste bemesting anasol als meststof met 15% stikstof (N) en 10% zwavel (S). En later ook extra kali (K). ‘Ik wil graag leren welk effect N, S, K en andere elementen hebben op grasgroei en -kwaliteit.’
Efficiënter bemesten
VOF Van der Kamp ligt weliswaar niet in een zogenoemd stikstofverontreinigd (NV)-gebied, maar de Overijsselse melkveehouder merkt wel dat efficiënter bemesten steeds belangrijker wordt. ‘De normen worden steeds strenger, dus het is belangrijk om de bemestingsruimte die je hebt zo goed mogelijk te benutten. In Koe & Eiwit ben ik daar al veel mee bezig geweest. Maar ik hoop samen met NPPL+R-expert Frank Hollewand van Wageningen University & Research nog dieper in te gaan op hoe we zo precies mogelijk ons grasland kunnen bemesten. Want vanwege het wegvallen van derogatie kunnen we minder drijfmest aanwenden. Dan wil je sturen op een zo efficiënt mogelijke aanvulling met een vloeibare of korrelkunstmestgift.’ Van der Kamp is nagenoeg zelfvoorzienend in eigen ruwvoer. In de rantsoenoptimalisatie stuurt hij op een hoog eiwitgehalte in de melk, omdat zijn afnemer Bel Leerdammer vooral op eiwit uitbetaald. ‘Ik streef naar het oogsten van gras met 170 tot 175 ruw eiwit (RE) en een rantsoen dat 155 RE en relatief veel darm verteerbaar eiwit (DVE) bevat. Dat vraagt niet alleen scherp bemesten, maar ook een uitgebalanceerd rantsoen. Onder andere met een goede eiwit-energiebalans, veel VEM en goede verteerbaarheid van het gras.’ Het basisrantsoen bestaat uit vers gras, kuilgras, mais, perspulp, corngold en maisvlokken. Het krachtvoerverbruik is 19,5 kg per 100 kg melk. Van der Kamp: ‘Ik verstrek twee soorten energiebrok in de melkrobots, een langzame en snelle zetmeelbron.’

Arjen van der Kamp voert vers gras aan zijn melkvee. Naast weide- en maaipercelen heeft hij graspercelen voor stalvoeren. Hij wil graag alle percelen nog nauwkeuriger bemesten om maar gras van zijn eigen land te halen met een betere eiwitkwaliteit. Het melkveebedrijf van familie Van der Kamp in Kampen (Ov.) ligt voor 90% op kleigrond. Sinds 1995 melkt het bedrijf met twee melkrobots. Tussen 2021 en 2025 was Arjen van der Kamp deelnemer aan het project Koe en Eiwit.
Meten is weten
De Overijsselse veehouder heeft in excelbestanden een uitgebreide graslandkalender gemaakt. Hij houdt van achttien graspercelen en één maisperceel nauwkeurig bij hoeveel en wanneer er stikstof is bemest uit kunstmest en drijfmest. En hij meet grasopbrengsten met een grashoogtemeter. ‘Uit bodembemonstering eens in de vier jaar weten we wat de N-nalevering is. In combinatie met een schatting van de droge stofopbrengst per perceel en RE-analyses kunnen we dan een relatie leggen tussen bemesting en grasopbrengst en -kwaliteit’, vertelt Van der Kamp. Qua bemesting maakt hij ook onderscheid tussen weide- en maaipercelen voor graskuil en stalvoeren en de momenten waarop weidegang en het maaien van gras plaatsvindt. En ook op welke percelen kruidenrijk grasland en grasklaver staat met vlinderbloemigen die stikstof uit de lucht binden. De vennoten hebben 23 hectare grasland gereserveerd voor het weiden van de melkkoeien, waarvan eerst driekwart is gemaaid voor de eerste snede. ‘Uit grashoogtemetingen zie ik bijvoorbeeld dat – op twee naast elkaar gelegen percelen die hetzelfde zijn bemest – er toch een opbrengstverschil is van één ton droge stof. Dat valt mij nu op, omdat ik meet. Met behulp van kennis en ervaring van de WUR wil ik kunnen verklaren waarom dat zo is. Als ik beter begrijp hoe gras groeit, dan kan ik daar beter op sturen om groei en kwaliteit te verbeteren.’

Voor het oogsten van gras met veel eiwit is scherp bemesten en oogsten op het juiste moment nodig. Een hoog melkeiwitpercentage vraagt om een uitgebalanceerd rantsoen met een goede eiwit-energiebalans, veel VEM en goede verteerbaarheid van het gras. Op 27 juli maaide Arjen van der Kamp vers gras voor stalvoeren. Hij vult het verse gras aan met perspulp, mais(vlokken), corngold en zijn melkvee krijgt twee energierijke broksoorten in de melkrobots. Daarmee zorgt hij voor een goede eiwit-energiebalans van het rantsoen en dat verbetert de stikstofefficiëntie.
Nog veel trial and error
‘Arjen heeft dit jaar heel veel data verzameld’, zegt Hollewand. ‘Dat is een hele goede basis om voor 2027 een goed bemestingsplan te maken. We letten op de opbrengsten en RE-gehaltes van de percelen in 2026 en gaan volgend jaar testen wat extra bemesting op zowel percelen met een lage als hoge opbrengst gaat brengen in meer opbrengst en RE-gehalte.’ Van der Kamp hoopt op die manier steeds weer nieuwe informatie te krijgen om op voort te borduren. ‘Wat de data van satellietbeelden en grasmeting ons precies vertellen over de grasgroei, kom je alleen te weten door te experimenteren en te meten in de praktijk. Het is nog echt een proeftuin met nog veel trial en error, maar zo komen we vanzelf dichter bij een optimale bemestingsstrategie’, verwachten de vennoten. ‘Uiteindelijk gaan meer tonnen gras van eigen grond met een betere eiwitkwaliteit extra rendement opleveren. Zeker als we daarmee ook besparen op aankoop van krachtvoerachtigen.’

Om te weten hoeveel zijn grasland opbrengt, loopt Arjen van der Kamp regelmatig met zijn grashoogtemeter door het land. Hij houdt de opbrengsten per perceel nauwkeurig bij in zijn graslandkalender.
‘Van koeien in de stal weet ik alles, maar van land nog bijna niets’
Frank Hollewand is onderzoeker precisielandbouw Wageningen University & Research (WUR) en NPPL+R-expert. Hij zoekt samen met Arjen van der Kamp naar de optimale bemesting op het bedrijf in Kampen.
Op melkveebedrijven, zoals die van Arjen van der Kamp, wordt binnen NPPL+R gezocht naar de optimale bemesting. ‘Optimaal bemesten, is onderdeel van een optimaal rantsoen, beweidingsplan en oogstplan. Optimalisatie van de graswinning met precisietechnieken levert efficiëntie en rendement op’, zegt Hollewand. ‘Het blijft wel een uitdaging om precisiebemesting goed te laten werken op het bedrijf. De uitspraak “van mijn koeien in de stal weet ik alles, maar van mijn land nog bijna niets” blijft valide. Vanuit het project Koe en Eiwit stuurt Arjen al scherp met zijn rantsoen. We willen de efficiëntie van grasgroei en graskwaliteit ook vergroten.’ NPPL+R biedt technieken om het graslandmanagement te verbeteren, zoals uitvoeren van de bemesting met behulp van een taakkaart. ‘We zoeken antwoorden op vragen als: wat is het gewenste bemestingsniveau, wat is de variatie in het perceel en hoe voert de loonwerker de bemesting uit? Moeten we de betere plekken in de percelen meer bemesten dan de mindere plekken of andersom? Met schattingen van droge stofopbrengsten per perceel en RE-analyses van het verse gras leggen we een relatie tussen bemesting en grasopbrengst en -kwaliteit. Het oogstregime is daarbij bepalend. Groeimodellen kunnen helpen bij de uitvoering van de graslandplanning.’

Frank Hollewand (WUR): ‘Optimaal bemesten, is onderdeel van een optimaal rantsoen, beweidingsplan en oogstplan. Optimalisatie van de graswinning met precisietechnieken levert efficiëntie en rendement op.’

Arjan van der Kamp heeft in excelbestanden een uitgebreide graslandkalender gemaakt. Hij houdt van achttien graspercelen en één maisperceel nauwkeurig bij hoeveel en wanneer er stikstof is bemest uit kunstmest en drijfmest.