Onderzoek innovatieve maisteelt bij NPPL-deelnemer De Marke

Op Agro-Innovatiecentrum De Marke in Hengelo (Gld.) onderzoeken Wageningen University & Research en het Louis Bolk Instituut de mogelijkheden van een duurzame teelt in de vorm van een zogenaamde mulchmethode. Een bevinding tegen het eind van het eerste van totaal drie onderzoeksjaren is dat de mulchmethode kansen biedt, maar nog wel verder ontwikkeld moet worden. De methode legt het nog af tegen de gangbare teelt.

Feitelijk gaat het om onderzoek naar de mogelijkheden van de mulchmethode. Deze wordt vergeleken met een gangbare teeltmethode. Ook wordt gekeken naar een biologische teeltmethode. Naast elkaar liggen zo op De Marke drie verschillende behandelingen in drie herhalingen naast elkaar:

  • Gangbare teelt: graszode wordt gefreesd en daarna geploegd op 20-25 cm diepte, chemische onkruidbestrijding.
  • Mulchteelt: in de bestaande graszode zijn stroken van 60 cm breed zeer ondiep gemulchd (5 cm) en in dezelfde werkgang is in het midden van die strook mais gezaaid. De 15 cm brede overblijvende grastroken moeten een paar keer worden gemaaid, zolang het maisgewas nog niet gesloten is.
  • Biologische teelt: Graszode volvelds gefreesd, onkruidbestrijding door middel van wiedeggen en schoffelen.

Beperkte grondbewerking

Het muchen gebeurt door ondiep met mesjes op hoge snelheid de graszode te verpulveren. Naast dat dit een zeer beperkte grondbewerking is, is het idee dat daarmee bovenop een laagje komt te liggen, waar het onkruid lastig doorkomt. Eén of twee keer eggen en aanaardend schoffelen is dan voldoende. Daarmee is de methode chemievrij

Dit seizoen kwam het mulchsysteem meteen wat op achterstand te staan, doordat dezelfde dag na het mulchen en zaaien een bui van 24 millimeter op de proef viel. Nogal wat versnipperde grasplantjes sloegen daardoor weer aan. Onderzoeker Herman van Schooten van Wageningen Livestock Research gaat er vanuit dat het gras behalve om water ook met de mais geconcurreerd heeft om stikstof.

Om de mogelijke vochtconcurrentie van het strookje gras tussen de maisrijen dat blijft staan, te beperken zijn de verschillende varianten ook aangelegd op een perceelsdeel met ondergrondse druppelirrigatie. Via slangetjes op 40 cm diepte en een onderlinge afstand van 75 cm wordt de grond min of meer voortdurend bevochtigd met 4 – 8 mm water per etmaal. Het andere stuk moet het doen met alleen regenwater. In dit bijzonder droge jaar 2022 is het opbrengstverschil tussen niet- en wel geïrrigeerd spectaculair. Al is ook in het droge gedeelte qua ontwikkeling hetzelfde patroon te zien als in het geïrrigeerde, gangbaar geteelde mais deed het dit jaar het best.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Door op “Plaats reactie” te klikken ga ik akkoord met
de gebruikersvoorwaarden en de Privacy Policy.