‘Het is een leerschool, en dat kost geld’

Spuiten op basis van taakkaarten met de Challenger-zelfrijder. “Gunstig om de milieu-impact te verlagen, en doordat de bespuitingen kostbaar zijn, is er ook snel rendement te halen“, zegt Cerfontaine.

Loonwerker Daniël Cerfontaine heeft in samenwerking met de NPPL-partners stappen kunnen zetten in het plaatsspecifiek werken. Hij bruist van ideeën voor het volgende seizoen.

Het was november 2017 toen Daniël Cerfontaine in Berg en Terblijt (L.) door een extern adviseur werd gewezen op het project Nationale Proeftuin Precisielandbouw. De loonwerker en tevens akkerbouwer was toen namelijk al op diverse fronten actief met precisielandbouw. Op basis van opbrengstkaarten uit de combine, variabel kunstmest strooien is zomaar een voorbeeld.

Ook liet Cerfontaine RGB-metingen doen met een eBee-drone en pastte hierop de Urean-bemesting in tarwe plaatsspecifiek aan. Probleem was dat het verzamelen en omzetten van de data erg tijdrovend en kostbaar bleek. Veel data bleven dus ongebruikt, omdat systemen niet met elkaar communiceren.

Betere infrastructuur

Cerfontaine ervoer dat de ontwikkeling vastliep en zag in NPPL een kans om dat met specialisten vlot te trekken en in een stroomversnelling te brengen. Als enige loonwerker werd hij uiteindelijk geselecteerd als 1 van de 6 deelnemers in 2018. Variabel bodemherbicide toedienen in zaaiuien, variabel loofdoden in consumptieaardappelen en plaatsspecifiek phytophtora bestrijden waren de formele deeltoepassingen waarop het project zich focuste in 2018.

Cerfontaine wil een slag slaan in het bewerken van data. Doel is om snel taakkaarten te maken en deze direct door te zetten naar de machines. Na één jaar NPPL lukt dat nu gedeeltelijk.
Cerfontaine wil een slag slaan in het bewerken van data. Doel is om snel taakkaarten te maken en deze direct door te zetten naar de machines. Na 1 jaar NPPL lukt dat nu gedeeltelijk. – Foto’s: Peter Roek

Cerfontaine sprak echter direct de wens uit om allereerst een betere infrastructuur op te tuigen die alle data verzamelt en snel om kan zetten in taakkaarten. De systemen die de ondernemer tot dan toe gebruikte bleken daar niet toe in staat, althans niet op een snelle en efficiënte manier. “We liepen er toen gewoon tegenaan dat we niets met de verzamelde data konden”, blikt Cerfontaine terug na 1 seizoen meegedraaid te hebben in het NPPL-project.

Kritische houding tegenover NPPL

Bij de deelname had hij aanvankelijk weinig verwachtingen. “Ik stapte er positief kritisch in. Ik wou vooral kijken hoe anderen over onze situatie dachten.” Cerfontaine hoopte in contact te komen met partijen die mogelijk een oplossing hadden. “Dat lijkt nu een heel eind uit te komen. Via de begeleider van WUR gebruiken we nu software van Dacom. Die komt een heel eind in de richting, het pakket kan overweg met data van de Fendt-trekkers, Claas-opbrengstmeting en andere data. Dat is wat we wilden. Ook het digitaal doorsturen van taakkaarten naar de zelfrijdende Challenger-spuit lukt nu. Maar taakkaarten voor het variabel spuiten staan nog op de wensenlijst.”

Je merkt dat software gemaakt is door programmeurs en niet door agrariërs

Desondanks blijft het een proces. Cerfontaine heeft duidelijk voor ogen wat hij wil en legt de lat hoog. De eisen aan de software zijn navenant. “Je merkt dat software gemaakt is door programmeurs en niet door agrariërs. Hoe het programma omgaat met volgbouwplannen zou ik graag anders zien, bij wisselteelten moet je nu noodgrepen uithalen in het programma. Ik zou graag uitgaan van seizoenen, in plaats van kalenderjaren. Maar goed, dan kom je aan de basis van zo’n systeem. Dacom begrijpt de problematiek en werkt er hard aan. De laatste maanden kwamen er updates die er echt goed uitzien. Ze luisteren goed naar de klant.”

"Uien

Cerfontaine hoopt in 2019 vanuit kantoor te kunnen plannen in het systeem, en opdrachten met taakkaarten direct naar de trekkers te kunnen verzenden.

Extra stappen door media-aandacht

De loonwerker merkt dat er leveranciers zijn die een paar stappen extra zetten door de media-aandacht. “Dat is een verdienste van het NPPL-project. Je leert zo ook dat veel producten wel te koop zijn, maar nog minimaal worden gebruikt. Als je het zelf aanschaft, weet vervolgens niemand hoe het precies werkt.”

Precisielandbouw is nog steeds een leerschool, en dat kost geld

Cerfontaine noemt de opbrengstmeting op de hakselaar als voorbeeld, die uiteindelijk wel nauwkeurig werk levert. Samen met Topcon wordt getest met opbrengstmeting op de uienrooier. Bedoeling is dit volgend jaar werkend te hebben. “Precisielandbouw is nog steeds een leerschool, en dat kost geld. We investeren omdat we er op de langere termijn toekomst in zien.”

In dat opzicht wil Cerfontaine in de toekomst met minimale inspanning taakkaarten kunnen maken en specifiek bespuiten. “Dat is gunstig om de milieu-impact te verlagen, en doordat de bespuitingen kostbaar zijn, is er ook snel rendement te halen. Dit jaar hebben we de helft minder loofdodingsmiddel gebruikt. Het mes snijdt dan aan 2 kanten. Pas dan zal precisielandbouw landen in de praktijk.” Cerfontaine stelt zich hierin nuchter en zakelijk op: “Investeringen in milieu die geen rendement opleveren zie ik niet als duurzaam.”

Nieuwe ideeën voor precisielandbouw

Cerfontaine is zeker niet somber, maar realistisch. Hij bruist tegelijk namelijk van nieuwe ideeën die efficiëntie, maar ook klimaatgunstig uitpakken. Voor 2019 heeft Cerfontaine nog volop plannen binnen NPPL. “Volgend jaar wil ik zelf meer concrete vragen wegleggen bij de specialist. Dan wordt het het beste opgepakt; als onderzoeksvraag.”

Ook het veehouderij-loonwerk ontkomt niet aan een precisieslag bij Cerfontaine. Dit seizoen investeerde de loonwerker in opbrengstmeting op de hakselaar.
Ook het veehouderij-loonwerk ontkomt niet aan een precisieslag bij Cerfontaine. Dit seizoen investeerde de loonwerker in opbrengstmeting op de hakselaar.

Naast de lopende projecten zoals met name het datamanagement en plaatsspecifiek spuiten wierp het afgelopen uitzonderlijke seizoen voor Cerfontaine een reeks nieuwe vragen op, op een nieuw terrein: watermanagement. De akkerbouwer annex loonwerker doelt niet op het zetten van vochtsensoren; die zijn er. Hij wil 3 stappen verder. “Wat verwacht het specifieke gewas van mij in dat specifieke groeistadium. Dit jaar hebben we veel beregend, maar ik denk dat de opbrengst misschien hoger was geweest, als we dat op een slimmere manier hadden gedaan. Nu is beregening nog vaak een primitief verhaal.”

Cerfontaine wil niet alleen plaatsspecifiek gaan beregenen, maar hoopt bestaande onderzoeksresultaten uit WUR-proeven te combineren met data uit vochtmetingen en zo het gezond boerenverstand beter te maken. Hij hoopt op een doorbraak in algemene zin. “Pas op het moment dat ik de meerwaarde van precisielandbouw zélf zie in cijfers, dan pas kan ik het met droge ogen ook uitleggen aan onze loonwerk-klanten. Kan ik dan niet uitleggen, dan heeft het voor ons ook geen zin om erin te investeren.”

Expert Dirk de Hoog aan het woord

Dirk de Hoog, onderzoeker precisielandbouw & spuittechniek was het afgelopen seizoen de begeleidende expert van Daniël Cerfontaine.

“We zijn afgelopen jaar vooral bezig geweest om te kijken welke data er allemaal te verkrijgen zijn en hoe we dit bij elkaar kunnen brengen. Zo zijn we met Dacom en Mechan bezig geweest om de Fendts en de Challenger ‘online’ te krijgen. Maar we hebben ook oogstdata van andere machines bekeken en geprobeerd bij elkaar te krijgen. De rode draad voor Daniël is dat oogstdata, genomen over meerdere jaren, net zoveel zeggen over een perceel als een bodemscan.”

Er is altijd nog een hoop handwerk en tweaking nodig om alles met elkaar te laten ‘praten’

“Hiervoor is wel een goede structuur nodig om de data bij elkaar te brengen. Ik denk dat we afgelopen jaar een goede stap hebben gezet om dit voor elkaar te krijgen, maar ook om een aantal bottlenecks te vinden. En het is ook zeker duidelijk dat het antwoord op alles er nog niet zomaar ligt. Er is altijd nog een hoop handwerk en tweaking nodig om alles met elkaar te laten ‘praten’.”

“Op het eind van het seizoen hebben we ook loofdoding toegepast, uiteindelijk met bijna de helft middelbesparing over het hele perceel. Hierbij was nog wel ruimte voor verbetering, vooral door de beschikbaarheid van satellietdata tussen de 2 bespuitingen in.”

“We hadden voor mijn gevoel afgelopen jaar ook wel meer van de toepassingen kunnen doen. Maar ik denk ook dat de zoektocht naar hoe een loonwerker precisielandbouw kan gebruiken een goede en waardevolle vraag is om te beantwoorden in dit project. Een loonwerker ziet het perceel nu eenmaal niet zo vaak en mist zo een stuk van de kennis over het perceel, maar daardoor valt er ook veel te winnen. Aan de andere kant is er bij loonwerkers misschien meer ruimte om te investeren en kunnen daardoor meer precisielandbouwtoepassingen worden aangeboden in loondienst.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Door op “Plaats reactie” te klikken ga ik akkoord met
de gebruikersvoorwaarden en de Privacy Policy.