Met druppelirrigatie meer grip op opbrengst

irrigatieslang

Om de maximale potentie uit zijn gewas te halen, grijpt akkerbouwer Klaas Schenk uit Anna Paulowna (N.-H.) ingrijpend in in het teeltsysteem. 12 ha grond wordt klaargemaakt voor beddenteelt en druppelirrigatie.


De introductie van druppelirrigatie staat bij Klaas Schenk, een van de nieuwe deelnemers aan de Nationale Proeftuin Precisielandbouw (NPPL) niet op zichzelf. De teler van pootaardappelen en uien wil laten zien dat het anders kan. Daarvoor is het volgens hem nodig om meer aandacht te besteden aan de bodem en gewasgroei.

Klaas Schenk, akkerbouwer in Anna Paulowna (N.-H.)

Klaas Schenk had tot voor kort een akkerbouwbedrijf van 80 hectare bouwland (inclusief verhuur bollenland). Inmiddels heeft hij de omvang teruggebracht naar 30 hectare (waarvan 24 hectare beteelbaar: 8 hectare pootaardappel, 8 hectare zaaizaad, 4 hectare ui en 4 hectare overig).
Klaas Schenk is gespecialiseerd in de teelt van gecertificeerde hoogwaardige pootaardappelen. Met druppelirrigatie wil hij het maximale uit de teelt halen.
Schenk is naast akkerbouwer LTO-bestuurder en draait mee in een FAB+ project (functionele agrobiodiversiteit) in Noord Holland.

Kleiner bedrijf

Schenk verkleinde de bedrijfsomvang aanzienlijk en haalde daarmee de druk weg die rustte op tijd en financiën. De komende jaren valt er nog veel te leren. ‘’We maken de overstap van een teelt van pootaardappelen op ruggen die niet met oppervlaktewater beregend mag worden, naar een teelt op bedden waar water wordt gegeven via druppelslangen. Ik zie grote voordelen, maar er ontbreken nog data om op te sturen.’’

Ondergrondse opslag

Schenk baseert zich op kennis die is opgedaan bij collegatelers en buitenlandse projecten. Voor ondergrondse wateropslag putte hij kennis uit een spaarwaterproject voor bollenteelt in het nabijgelegen Breezand. Vervolgens werkte hij zijn eigen concept uit.
Het opgevangen regenwater komt van de bedrijfsgebouwen en wordt naar een silo geleid van 1000 kuub. Via een infiltratiebuis zakt het ondergronds. ‘’Het geïnfiltreerde water verdringt het grondwater. Daar vormt zich een bel. Bij onttrekking wordt het eventueel weer aangevuld met grondwater.’’
Om te voorkomen dat het opgepompte water een te hoog zoutgehalte heeft, gebeurt dit heel geleidelijk. Daarbij passeert het beregeningswater een zandfilter.

Modules

De installatie is modulair uit te breiden, waardoor het verzamelen van drainagewater tot de mogelijkheden behoort, evenals de koppeling met een Ozon-ontsmetter, ontijzering en een bemestingsunit. Maar daar is volgens Schenk nu nog geen sprake van.
De grondsoorten om het bedrijf heen, zijn bekend vanuit bestaande bodemkaarten. ‘’Op 30 ha hebben we te maken met 4% en 45% afslibbaar. Daartussen zit nog een deel met 17%. Op basis van deze gegevens wordt de eerste 12 ha opgedeeld in vakken van 1 tot 2 ha, met een zo homogeen mogelijke samenstelling, die apart ‘beregend’ worden.’’

Druppelslangen

Uitgangspunt is om 2 uur per vak per dag te irrigeren, waarbij een afgifte wordt gerealiseerd van 2,4 mm. Er wordt gebruik van gemaakt van Netafim-slangen, die jaarlijks worden gerecycled. De diameter is 16 mm en om de 30 cm wordt water afgegeven. Deze slangen worden 3 cm onder de grond aangebracht, na het planten en zaaien. ‘’Het gewas verdampt wel tot 10 mm per dag, het resterende deel moet worden aangevoerd via capillaire werking van de grond’’, aldus Schenk. Bodemvochtsensoren moeten enerzijds aangeven welke vakken het meest behoeftig zijn en anderzijds registreren wat het effect is van de irrigatie per vak en dus per grondsoort. Dit geeft op den duur informatie over hoeveel mm water daadwerkelijk nodig is.

Data verzamelen

Schenk heeft zijn ideeën begin dit jaar voorgedragen aan expert Jits Riepma onderzoeker bij Wageningen UR. De techniek mag dan aanwezig zijn, er is nog weinig bekend over de data waarop gestuurd moet worden. Volgens Schenk ontbreekt het aan een groeimodel en dat hoopt hij door zijn deelname aan NPPL te achterhalen.
Daarnaast is Riepma ingeschakeld om de verzamelde data uit bodemvochtsensoren te koppelen aan voorspelmodellen voor een meer efficiënte aansturing van de watergift (zie kader).

Teelt op bedden

Opvallend is de omschakeling van een teelt op ruggen naar een teelt op bedden. Schenk kiest voor bedden van 1.80 m breed waarop drie rijen aardappelen komen te staan met per bed twee druppelslangen. In totaal is 11 km slang nodig. Schenk: ‘’Dit is gunstiger dan twee rijen op 1.50 m met één slang ertussen. En ik ben minder land kwijt aan sporen.’’ De teelt op bedden leidt tevens tot een betere bodembedekking en daarmee minder kans op uitdroging van de grond.

aardapplepootmachine
Met deze nieuwe pootmachine van Dewulf, kunnen de pootaardappelen op bedden van 1.80 m breed worden gepoot.

Vaste rijpaden

Opdat de grond goed bewerkbaar blijft, voert hij vaste rijpaden in. Daarnaast werkt Schenk met compost en groenbemesters als gele mosterd en bladrammenas om het percentage organische stof te verhogen. Spuitpaden worden ingezaaid met gras of soorten bloemen en mengsels. De pootaardappelen zullen in twee fases worden gerooid, eerst komen ze bovenop de grond te liggen, vervolgens worden ze opgeladen. Dit gebeurt met lichtere machines.

Verdienmodel

De kosten voor de installatie komen op ca. € 50.000 en die van de slangen op € 700 tot € 800 per ha. Het voordeel moet komen uit een hogere opbrengst. In de eerste plaats omdat door de omschakeling naar bedden een ton meer aardappelen per ha worden geplant (van 6.800 kilo naar ca. 7.800 kilo). Daarnaast worden door beter op vochtbehoefte te sturen per plant meer aardappelen geoogst en in een gunstigere maatvoering. ‘’We willen het maximale eruit halen en denken aan 15 knollen per plant.’’
Schenk teelde vanuit de knollen van in-vitroplanten vier jaar door, maar dat wordt teruggebracht naar drie jaar. ‘’Dan blijft het zuiverder. We leveren af in een hogere klasse waar vraag naar is bij grotere telers die tekort komen.’’
Voor een verbeterde weggroei denk hij nog aan het strooien van compost na planten. ‘’Dit geeft warmte en dat is goed voor de ontwikkeling.’’
Een achterliggende gedachte is ook dat een vitaler gewas weerbaarder is tegen ziekten en plagen.

planbord klaas schenk
De vakken met druppelirrigatie liggen om het bedrijf heen. Op basis van bodemkaarten zijn de vakken ingedeeld naar grondsamenstelling.

Uien

Uit eerder onderzoek is volgens Schenk gebleken dat druppelirrirgatie in de teelt van uien nog niet rendabel is, maar wel nut heeft. ‘’Het zorgt voor een constantere groei en resulteert in een betere bewaarbaarheid en een hogere fysieke en uniformere opbrengst. De vaste kosten worden nu over twee gewassen verdeeld én ik bespaar de kosten voor het huren voor een haspel uit’’, rekent Schenk zijn voordeel uit.

Jits Riepma: watergift afstemmen op grondsamenstelling

Jits Riepma is namens Wageningen UR de expert die Klaas Schenk begeleidt. Hij vertelt dat bij Schenk de watergift voor de druppelirrigatie wordt afgestemd op de grondsamenstelling. “Dat is de indicatie van hoe goed de bodem vocht kan vasthouden. Een bodemscan is nodig om binnen een vak nauwkeurig te kunnen sturen, maar bij de huidige insteek en apparatuur, kunnen we ook uitgaan van bodemkaarten en de ervaring van de teler. In eerste instantie wordt dus per vak water gegeven en de vakken zijn zo ingedeeld dat de grootste verschillen in samenstelling worden omzeild.”

Voor de meting van de vochthuishouding in de grond zal in ieder geval één station worden geplaatst die zuigspanning en bodemvochtpercentage meet. “Het klopt dat Klaas overweegt om daaromheen andere sensoren te plaatsen om data te kunnen vergelijken. Er is tegenwoordig veel op de markt en officieel vergelijkingsonderzoek ontbreekt nog.”

Nieuwe speler
Er heeft zich bij NNPL een nieuwe speler op de markt gemeld, AguroTech, maar die beperkt de testen komend jaar tot de zandgronden. Deze speler wil een automatisch koppeling met het WATBAL-model realiseren. “Om ook bij Klaas een advies te kunnen geven gaan we zelf de uitslag van sensoren linken met het model. Het WATBAL-model staat voor waterbalans en geeft inzicht in de vochthuishouding door gebruik te maken van de verdamping van het gewas, het grondwaterpeil en de weersvoorspellingen. Op basis hiervan rolt er een advies uit. Daarnaast hebben we bij de WUR toegang tot satellietgegevens die de vochthuishouding in de toplaag kunnen laten zien, wellicht dat die iets toevoegen. Dit jaar zullen we vooral kijken hoe pootaardappelen reageren op de watergift en hoe groot de watergift moet zijn op verschillende grondsoorten en onder verschillende omstandigheden.” “

1 reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Door op “Plaats reactie” te klikken ga ik akkoord met
de gebruikersvoorwaarden en de Privacy Policy.

Deelnemer