‘Meer inzicht in wat we kunnen met precisielandbouw en wat het kost’

Overleg bij Sturm in Ens (Fl.) V.l.n.r. Expert Koen van Boheemen van WUR, Gijs Sturm en Koos Sturm

Een jaar NPPL heeft bij akkerbouwbedrijf Sturm in Ens de eerste vruchten afgeworpen. Ondanks het verstorende droge weer heeft de familie Sturm een beter beeld gekregen van de mogelijkheden die ontstaan met precisielandbouw. In 2019 wordt weer meer duidelijk is de verwachting.

Redenen van deelname

Er waren een paar belangrijke redenen voor de familie Sturm om zich eind vorig jaar aan te melden als deelnemer aan de Nationale Proeftuin Precisielandbouw (NPPL). Nu, een jaar later, zijn die redenen onveranderd.

Door plaatsspecifiek te kunnen spuiten denk ik dat we voorbereid zijn op aanscherpingen van het gewasbeschermingsmiddelenbeleid

Max Sturm, die met broer Gijs en zijn ouders in de maatschap zit, vertelt: “De eerste is dat we ons bedrijf toekomstbestendig willen maken. In die zin dat we kunnen omgaan met de aanzwellende kritiek op gewasbeschermingsmiddelen. Door plaatsspecifiek te kunnen spuiten, juiste hoeveelheid op de juiste plek, denk ik dat we voorbereid zijn op aanscherpingen van het gewasbeschermingsmiddelenbeleid.”

Max Sturm is daarom teleurgesteld over het feit dat de toelating van een middel als Reglone afloopt, juist nu duidelijk is geworden dat er mogelijkheden zijn om het verbruik te verminderen door variabele toepassing. “Ik had er eigenlijk op gehoopt dat door plaatsspecifiek werken middelen behouden zouden kunnen blijven. Raar dat het nu ook niet meer mag met per saldo een halve dosering.”

Uniformer gewas

Een tweede drijfveer om met NPPL mee te doen is om via variabele toediening van bodemherbiciden in uien een uniformer gewas te krijgen. Minder spuitschade, dus meer ongestoorde groei van de uien. “In financieel opzicht verwachtten we daar veel meer van dan een eventuele besparing op middel.”
Tot slot speelde een rol dat de veldspuit aan vervanging toe was. Deelname aan het project zou antwoorden kunnen geven op de vraag aan welke eisen een nieuwe spuit zou moeten voldoen.

Max Sturm: “We willen innoveren, voorop lopen. Met de gratis begeleiding vanuit Wageningen kunnen we grote stappen vooruit zetten.”

Plaatsspecifiek herbiciden, overbemesting en loofdoding

In overleg met expert Koen van Boheemen van Wageningen University & Research (WUR) is akkerbouwbedrijf Sturm afgelopen seizoen aan de gang gegaan met 3 plaatsspecifieke precisietoepassingen. De maatschap ging aan de gang met toepassing van bodemherbiciden in uien op basis van bodemkaart.

Gijs Sturm tijdens de eerste bespuiting met demo zelfrijder Amazone spuit.
Gijs Sturm tijdens de eerste bespuiting met demo zelfrijder Amazone spuit.

Verder werkte het bedrijf met variabele stikstofoverbemesting van aardappelen op basis van variatie in vegetatie-index, zeg maar de hoeveelheid loof. Die vegetatie-index of biomassakaart werd met een dronecamera bepaald. Het ging er niet om minder stikstof te strooien, maar wel om de overbemesting beter te verdelen, rekening houdend met de hoeveelheid aanwezige biomassa.

Tot slot heeft Sturm in aardappelen het eerder genoemde loofdodingsmiddel Reglone variabel gedoseerd op basis van biomassabepaling via gratis satellietbeelden van Alterra.

Kosten van precisielandbouw hoog

Het eerste NPPL-jaar heeft verschillende dingen opgeleverd. “Om te beginnen veel inzicht in wat kan”, vertelt Max. “We hebben een beter beeld gekregen van wat we op ons bedrijf kunnen met precisielandbouw. En dat het best veel geld kost. Bodemscans kosten pakweg € 150 per hectare. En voor apparatuur om op de uienrooier opbrengst te meten moet je denken aan een investering van € 10.000.”

De winst van precisielandbouw zit hem niet in de besparing op middel

“En wat we eigenlijk al wisten, maar nu helderder hebben: de winst van precisielandbouw zit hem niet in de besparing op middel. De besparing op bodemherbicide in de uien was rond € 15 per hectare, bij het doodspuiten van aardappelen bespaar je ruim € 5 per hectare.”

Effect van droge en warme zomer

Voor wat betreft de bodemherbicidedosering in uien is de verwachting dat minder uienplantjes schade ondervinden van de bespuiting. Met als gevolg daarvan een uniformer gewas met meer groffe uien. Die verwachting van een grotere en uniformere uienoogst als gevolg van meer raffinement bij de toepassing van bodemherbiciden, is er dit teeltseizoen niet uitgekomen. Het effect van de droge, warme zomer heeft het effect van de variatie in herbicidedosering te niet gedaan.

Sturm: “Wij hebben er vrij veel geld in gestoken, en we realiseren ons dat we er per saldo niet aan verdienen. Althans dit jaar niet. Maar dat het voor oogst 2018 geen financieel resultaat heeft mogen opleveren wil niet zeggen dat het in oogst 2019 ook niet zo is. Dat wij investeren in precisielandbouw is omdat wij erin geloven dat het ook financieel rendabel zal zijn, alleen dit jaar waren de invloeden van de weersomstandigheden groter dan die van de variatie in bodemherbicide. Wanneer er meer neerslag valt, zal het effect van de bodemherbicide ook groter zijn. Dus wordt het rendement in meeropbrengst hoger.”

“Wat we nu aan den lijve hebben ondervonden is dat veel nog in de kinderschoenen staat. Ik snap wel dat dat mensen ervan weerhoudt om er mee aan de slag te gaan.”

Aan de andere kant verwacht Max Sturm dat naarmate meer bedrijven van precisieapparatuur en -diensten gebruik maken, de aanloopproblemen kleiner worden en de kosten lager.

Aanloopproblemen

Over welke aanloopproblemen gaat het dan? “Nou, vaak kleine dingen. De spuit die niks deed toen we met één boom vanaf het kavelpad wilden spuiten. Die deed door de beveiliging niks zolang hij niet zelf in het perceel stond. Of toen die te vroeg ophield, doordat de zelfrijdende spuit met de cabine (en dus het bolletje) boven de sloot uitkomt als je met de voorwielen tot de slootkant wilt rijden. Kleine dingen, maar erg belangrijk. Als je dan zoekt naar wat er aan de hand is, helpt het nogal dat je experthulp van de WUR krijgt.”

“Waar we op een gegeven moment ook tegen aan liepen is dat we een taakkaart niet geladen kregen. Het probleem zat hem erin dat de SBG terminal met de oude software maar maximaal 200 grids kon laden, met de nieuwe software is dat 5.000 geworden waardoor grote percelen ook in een keer geladen kunnen worden.”

Bij de plaatsspecifieke stikstofoverbemesting van aardappelen lukte het bij Sturm pas na een software-update van de GPS-kast om de taakkaart geladen te krijgen. Op zich kleine dingen, maar lastig als je er als akkerbouwer op je bedrijf in je eentje voor staat.

Nieuwe veldspuit

Verder is de vraag beantwoord hoe de nieuwe veldspuit er moest gaan uitzien. Afgelopen seizoen hebben de Sturms gebruik kunnen maken van een grote Amazone zelfrijder met de mogelijkheid van sectieafsluiting. Op basis van de ervaringen met die machine is nu besloten een gedragen 30-meter brede Amazone spuitmachine met Wingssprayer aan te schaffen. “De spuit heeft niet helemaal dezelfde techniek. Zo beschikte de zelfrijder over een Amaselect systeem, wij gaan nu werken met Amaswitch.”

De vierlingdop zoals op Amaselect is bij een Wingssprayer niet mogelijk, aangezien vanaf de plek van de originele spuitdop leidinkjes gaan naar 2 doppen aan de Wingssprayer. Max Sturm: “De Wingssprayer zal voor nog eens 10% besparing zorgen over het gehele gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Bij bespuitingen met contactherbicide kan je naar 50% van de adviesdosering, ziekbespuitingen in de aardappelen of uien, 70% van je dosering. Ook zijn variaties van 10% plus en min goed mogelijk met deze methode.

Effect van gevarieerde stikstofoverbemesting

Voor wat betreft het effect van gevarieerde stikstofoverbemesting merkt Max op: “We hebben onze meststoffen efficiënter kunnen inzetten. De droogte heeft een effect gehad op de gehele teelt, waardoor het effect van de variabele bemesting niet altijd duidelijk zichtbaar was. Maar we gaan hier volgend jaar wel mee door. Misschien leggen we dan ook een nulmeting aan en gaan we op verschillende plekken proefrooien”, vertelt Sturm.

“Maar eerlijk is eerlijk, als boer moet je ook nuchter blijven. We geven 275 kilo stikstof per hectare aan de aardappelen, waarvan 75 kilo als overbemesting. Als je dan 10% meer of minder gaat geven, moet je ook geen wonderen verwachten.”

Onduidelijkheden op de loer

Het is Max Sturm, zijn broer Gijs en zijn vader Koos als deelnemer van het eerste jaar Nationale Proeftuin Precisielandbouw opgevallen hoezeer bij de nieuwe technologieën foutjes of onduidelijkheden op de loer liggen. Zonder hulp zit je dan met de handen in het haar.

“Veel wordt in de markt gezet als ‘zo simpel als wat’. Verkopers van apparatuur willen nog wel eens meer beloven dan wat volgens technici van hetzelfde bedrijf echt kan”, heeft Koos ervaren. “Men praat dan alsof het altijd goed gaat, maar vaak zijn zaken nog niet praktijkrijp. Dat hadden we 5 jaar geleden ook met de CHD-spuit. Het schakelen per sectie werkte niet. Het heeft me verbaasd dat je dat nog steeds tegenkomt. Juist bij precisielandbouw kun je niet zeggen dat bijna goed, goed genoeg is. Het gaat bij precisielandbouw juist om de perfectie.”

De Sturms willen in dit verband wel gezegd hebben dat ze zeer te spreken zijn over de experthulp vanuit Wageningen.

Expert Koen van Boheemen aan het woord

“Teeltjaar 2018 was een uitdagend jaar voor de mannen Sturm, niet alleen door de droogte maar ook door hun deelname aan NPPL. Ik heb erg veel bewondering voor de grote hoeveelheid tijd en energie die de mannen geïnvesteerd hebben in het toepassen van de verschillende precisielandbouwtechnieken. Elke toepassing die uitgevoerd moest worden werd door de mannen zelf grondig geanalyseerd en daarna konden we interessante discussies voeren over welke methode het meest geschikt en efficiënt was. Advies heb ik de mannen weinig hoeven geven, het waren vooral de kleine praktische problemen die bij Max voor veel werk en soms frustraties zorgden.

Het begon met de bodemscan-data van LoonwerkGPS. Ik herinner me nog goed dat Max met enige schrik in zijn stem vertelde dat hij 33 bestanden per perceel had ontvangen, én dat hij er geen één ingelezen kreeg in Akkerweb. Na het oplossen van dit probleem volgde al snel de volgende, namelijk dat de Amazone spuit bij de kopakkers een paar meter eerder stopte met spuiten dan in de taakkaart stond.  Ook bij het inlezen van de taakkaart voor het variabel kunstmest strooien in de SBG-terminal ging het niet helemaal vanzelf. Gelukkig waren alle fabrikanten snel bereid ons te helpen en zijn, op één na, alle toepassingen zoals gewenst uitgevoerd.

Ik denk dat de familie Sturm in 2019 de toepassingen van 2018 zonder veel moeite kan uitvoeren, waar ik erg blij mee ben. Ook heeft Max al een heel lijstje met nieuwe precisielandbouwtoepassingen die hij in 2019 wil gaan uitvoeren, dus ook in 2019 zal hun NPPL-deelname vast niet onopgemerkt blijven.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Door op “Plaats reactie” te klikken ga ik akkoord met
de gebruikersvoorwaarden en de Privacy Policy.

Deelnemer

Technieken