Proef met minder granulaat pakt goed uit

Zijn er verschillen te zien in aaltjesaantasting tussen de proeven met verschillende doseringen van het granulaat Vydate 10G? Dat was de grote vraag tijdens het bezoek van 2 NPPL-experts bij Nanne Sterenborg.

Op 24 april pootte Nanne Sterenborg op het 7,3 ha grote perceel zetmeelaardappelen van het ras Saprodi. Op dit perceel liggen enkele proefstroken met variabele toediening van het granulaat Vydate 10G voor de aanpak van aaltjes. Nanne koos dit perceel voor de proef omdat hij vooraf inschatte dat er een grote kans was op de aanwezigheid van vrijlevende aaltjes en aardappelcysteaaltjes.

De proef is als volgt uitgevoerd:

  • Een werkgang 40 kg/ha Vydate 10G volvelds
  • Een werkgang 20 kg/ha volvelds en
  • Een werkgang met 10 kg/ha in de rij

Hij herhaalde deze proef tweemaal. Op de rest van het perceel kwam 20 kg/ha volvelds plus 10 kg/ha in de rij. In de eerste week van juli nam Nanne samen met de bij het NPPL-project betrokken Wageningse experts Thomas Been en Johan Booij een kijkje bij de proeven.

Vanuit het spuitspoor zoeken Thomas Been, Johan Booij (met papieren in de hand) en Nanne Sterenborg de precieze locatie van de proeven met het granulaat Vydate 10G op.
Vanuit het spuitspoor zoeken Thomas Been, Johan Booij (met papieren in de hand) en Nanne Sterenborg de precieze locatie van de proeven met het granulaat Vydate 10G op. – Foto’s: Jan Willem Schouten

Minder uitbundige bloei

Als ze via het spuitpad naar achteren lopen, vraagt Nanne de experts of hen iets opvalt aan de stand van het gewas, in het bijzonder in het spuitpad. Het lijkt erop alsof hij de experts uit de tent probeert te lokken. Als die aangeven geen grote bijzonderheden te zien, zegt Nanne: “De 2 ruggen tussen de spuitsporen geef ik altijd 150 kg/ha NTS minder omdat het gewas zich daar toch altijd minder ontwikkelt. Dat zie je nu aan de minder uitbundige bloei.”

Ter plaatse van de proeven wordt een aardappelplant uitgegraven om de wortels te kunnen beoordelen op eventuele aantastingen en aanwezigheid van aaltjes en cysten.
Ter plaatse van de proeven wordt een aardappelplant uitgegraven om de wortels te kunnen beoordelen op eventuele aantastingen en aanwezigheid van aaltjes en cysten.

Proef met maximale bescherming

Dan lopen ze vanaf het spuitpad het gewas in naar de proef (een werkgang) met de maximale bescherming tegen aaltjes (40 kg/ha Vydate 10G volvelds). Nanne graaft in de tweede rij een aardappelplant uit waarvan de wortels door Thomas Been aandachtig worden bekeken. “Kijken of we al iets wittigs zien, of iets geelbruinigs. Maar ik zie zo snel geen (voor) tekenen van aaltjes.”

Johan vraagt: “Wat verwacht je te zien?” “Kleine bolletjes die ontstaan zodra de vrouwtjes eitjes gaan leggen waarna hun achterlichaam uit de wortels van de aardappelplant naar buiten puilen. Dan zie je als het ware de cysten erop zitten. Eerst wit en daarna verkleuren ze”, geeft Thomas aan.

Aandachtig worden de wortels bekeken: “Kijken of we al iets wittigs zien, of iets geelbruinigs, maar ik zie zo snel geen (voor) tekenen van aaltjes,” zegt expert Thomas Been.
Aandachtig worden de wortels bekeken: “Kijken of we al iets wittigs zien, of iets geelbruinigs, maar ik zie zo snel geen (voor) tekenen van aaltjes”, zegt expert Thomas Been.

Granulaat beschermt lang

Het granulaat lijkt op basis van de zichtbare verschijnselen lang bescherming tegen aaltjes te hebben gegeven. Bij de analyse van het bodemmonster van dit deelperceel met nummer 343 kwamen, 55 cysten en 5.450 aardappelcysteaaltjes lle in 200 cc grond. “Die hoeveelheid zit boven de schadedrempel, maar nog niet zozeer dat je een valplek ziet. De vraag die altijd speelt is of de kosten van het granulaat opwegen tegen de potentiële opbrengstderving als je niets doet”, zegt Thomas. “Maar goed, dat zien we straks bij de opbrengstmeting terug of 40 kg Vydate 10G te veel was”, zegt Nanne.

Minimale bescherming werkt ook

Over de ruggen gaat het naar de proef met de minimale bescherming van 10 kg/ha Vydate 10G in de rij. En ook daar wordt een plant gerooid. “De knolzetting ziet er niet verkeerd uit”, zegt Nanne. De aardappelwortels zien er in deze proefstrook ook goed uit. “Half september komen we nog eens de wortels bekijken. Als je dan nog zulke wortels ziet, dan heeft de rijenbehandeling best wel goed gewerkt”, aldus Thomas.

Nanne zag de rijenbehandeling met minimaal granulaat aanvankelijk niet zitten. Maar “zoals het nu lijkt, had Thomas gelijk toen hij zei dat de minimale behandeling zou volstaan.” “Dat zou ook slechte zaak zijn als dat niet zo was”, lacht Thomas breeduit. “Dan spreken we dus af dat we half september, ongeveer een maand voor de oogst, nog eens komen kijken naar de wortels en eventuele verschillen tussen de granulaatbehandelingen. Ik hoop wel dat je wat neerslag krijgt binnenkort”, besluiten Thomas, Johan en Nanne.

Reacties gesloten. Geen verdere reacties gevonden.

Deelnemer

Technieken